Preek op 09-06-2013, 10e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

Preek op 09-06-2013, 10e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

CRÈCHE

openingswoord

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom. De tijd van feesten is voorlopig voorbij. De tijd door het jaar – met haar kleur groen – is weer begonnen. Alles wat wij in de tijd van de vasten tot en met Pasen en Pinksteren hebben geleerd en ontvangen moeten wij nu in het dagelijkse leven in praktijk gaan proberen te brengen.

Afgelopen vrijdag vierden wij als voorlopig laatste hoogfeest het heilig Hart van Jezus. En paus Franciscus verklaarde op die dag in zijn preek, dat het voor ons, mensen, moeilijk is om ons door God teder te laten beminnen. Wij mogen Hem daarbij om zijn hulp vragen.

De paus zei, dat Jezus van ons houdt. Hij noemde het hoogfeest een feest van de liefde. De paus citeerde de heilige Ignatius van Loyola, die ooit verklaarde, dat de liefde van Jezus blijkt uit zijn woorden, maar nog veel meer uit zijn daden. Jezus’ liefde is er een meer van geven dan van nemen.

Vandaag in het evangelie ook een daad van liefde: Jezus wekt een jongen op uit de dood. Vooral omwille van zijn moeder, die al weduwe was en nu ook nog haar enige zoon moest missen. Hij had medelijden met haar en daarom deze daad van liefde.

Wij, christenen, moeten in de wereld voorop lopen in het verrichten van werken van naastenliefde. En wij doen ook veel goeds, maar misschien hebben wij ook weleens kansen laten liggen, uit gemakzucht of om andere verkeerde redenen. Vragen wij om vergeving beloven wij God en elkaar om instrumenten te zijn van Jezus’ liefde.

openingsgebed

Laat ons bidden. Heer God, uw Zoon is over de wereld gegaan als een wonder van genade: voor zieken was Hij een troost, en doden wekte Hij ten leven. Geef dat wij dankbaar naar Hem opzien, niet ophouden zijn goedheid te bezingen en eenmaal delen in zijn onsterfelijkheid. Door … . Amen.

kinderwoorddienst

preek

Jezus wekt een kind op uit de doden. Misschien dat sommige mensen zich afvragen of dit wel echt zo gebeurd is, of het misschien niet een symbolische betekenis heeft om ons iets te leren. Andere mensen klampen zich aan de letterlijke betekenis vast, want zij zeggen: Als deze dodenopwekking niet echt is gebeurd, wat is dan wel echt gebeurd, wat kunnen en moeten wij dan nog geloven? Wie bepaalt dat?

Misschien kunnen wij een oplossing vinden door ons rustig af te vragen wat de evangelist Lucas ons met dit verhaal wil vertellen.

De vraag of Jezus deze jongen werkelijk uit de doden heeft opgewekt – persoonlijk geloof ik van wel, hoor – is misschien toch niet zo wezenlijk voor ons geloof als we zouden denken. Want wanneer Jezus deze jongen tot het aardse leven heeft teruggeroepen is de macht van de dood in de wereld nog niet overwonnen, zeker niet voor alle mensen van alle tijden en alle plaatsen, maar is alleen voor deze jongen de dood een aantal jaren uitgesteld.

Je zou je ook kunnen afvragen of iemand, die lichamelijk is gestorven – en die misschien toen al iets van Gods prachtige wereld heeft mogen zien – wel blij zal zijn als hij tot dit aardse tranendal wordt teruggeroepen. Wij zouden het kunnen vergelijken met een geboorte. Welke mens zou – wanneer hij eenmaal iets van het aardse licht heeft gezien en de glimlach van zijn moeder – willen terugkeren in de moederschoot!?

Voor deze ene jongen en voor nog enkele andere gestorvenen heeft Jezus de dood enkele jaren kunnen uitstellen, maar de boodschap, die Jezus ons wil geven reikt veel verder dan dat.

Misschien is het ons opgevallen, dat Lucas veel aandacht besteedde aan de bedroefde weduwe, die eenzaam en alleen achterblijft. Zij had reeds haar man verloren, haar steun en toeverlaat. Alleen haar enige zoon zou tijdens haar oude dag nog voor haar kunnen zorgen. En nu is ook hij gestorven. Haar laatste hoop brengt zijn nu naar het graf. Niemand zal voor haar zorgen. Niemand zal voor haar rechten opkomen.

Jezus had medelijden met deze vrouw en Hij gaf de jongen aan zijn moeder terug. Want Hij wilde niet, dat deze moeder zonder zorg zou achterblijven.

De boodschap van dit wonder van Naïn is vooral, dat het leed van de mensen Jezus ter harte gaat. Naïn is de geschiedenis van God, die zijn Zoon gezonden heeft om de mensen in hun leed nabij te zijn. Hier openbaart zich de goedheid en de mensenliefde van God, die de mensen in hun leed niet alleen achterlaat.

En wat betekent dit verhaal nu voor ons?

Jezus heeft natuurlijk nog altijd medelijden met de ouders, die huilen om hun kind dat gestorven is. Overal waar de dood ongenadig toeslaat en mensen uit elkaar rukt, waar mensen huilen vanwege het gemis, daar lijdt God met de mensen mee. De tranen van de mensen zijn kostbaar voor God. Jezus zelf huilde bij het graf van zijn jonge vriend, Lazarus. In Jezus huilt God met de mensen mee.

Dit evangelie is misschien ook bedoeld als een aanklacht tegen de bijna onuitroeibare opvatting, ook bij katholieke mensen, dat het God behaagt mensen te doen sterven, alsof Hij ons om de beurt te pakken neemt. Nee, God wil de dood van de mensen niet, integendeel, God heeft de mensen geschapen om te leven, om leven te hebben in overvloed.

Sinds de zondeval van Adam en Eva heeft de mensheid echter – tegen de wil van God in – iets goddelijks verloren. Wat het leven hier op aarde betreft, lijken we nu meer op de bomen, de bloemen en de dieren. Sommige bomen zijn heel sterk, overleven iedere storm. Andere zijn wat zwakker en vallen om of breken af bij een zware storm.

Wij weten, dat wij van Jezus niet kunnen en mogen verwachten, dat Hij de lijkbaar van onze doden zal doen stoppen om hen terug te brengen tot het aardse leven met ons, hoe graag we dat diep in ons hart ook zouden willen. Ook ten tijde van Jezus zijn er veel meer mensen gestorven, jongeren en ouderen, die Hij niet uit de dood heeft teruggeroepen.

Lucas belooft wel, dat God elke dode zal teruggegeven aan zijn bedroefde moeder. Over de dood heen zal God hem opwekken tot een nieuw en onvergankelijk leven en hem verenigen met zijn moeder, vader, opa en oma, broers en zussen, die hem reeds zijn voorgegaan.

De eerste christenen hebben misschien meer dan wij geleefd van deze Blijde Boodschap. In de catacomben bijtelden zij op hun graven zinnen als: “Leef nu met Christus” of “Leef nu samen met de heiligen”. Voor hen was het graf slechts een kleedkamer waarin wij onze sterfelijke kleren afleggen om ons te bekleden met het witte kleed van de onsterfelijkheid. Zij geloofden in het woord van de Heer, die zegt: “Ik zeg u: er zal een uur komen, ja het is er al, waarop de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en die haar horen, zullen leven” (Joh. 5, 25).

Lieve medeparochianen, wie gelooft in de verrezen Heer, gelooft ook in de verrijzenis van zijn eigen dierbare doden. Ik wens jullie allen dat verrijzenisgeloof toe. Dan zullen wij huilen, maar niet als ontroostbaren. Wij zullen geloven, dat wij ooit weer bij onze doden zullen samen zijn, om dan nooit meer van elkaar gescheiden te worden. Amen.

Meer preken?, klik hier

Dionysiusparochie