06-04-2020, maandag in de Goede Week

Openingswoord

We staan aan het begin van de Goede Week. Het is een tijd waarin wij onze aandacht richten op Jezus’ lijden en dood.

Nu is het niet de bedoeling, dat wij ons in het gebeuren mengen als een soort toeschouwers, want wij weten, dat wij veel meer zijn dan dat. Ieder van ons is persoonlijk betrokken bij de gebeurtenissen van deze Week, omdat alles wat Jezus heeft geleden was omwille van ons.

De eerste lezing van vandaag is één van de vier liederen van de lijdende dienaar, die in het boek Jesaja voorkomen.

Hoewel de identiteit van die dienaar enigszins mysterieus is, hebben de christenen van de eerste generatie in hem een voorafschaduwing van Jezus, de Messias, gezien. De missie, zelfs het karakter van deze dienstknecht, kan ons zoveel inzicht geven in wie Jezus is en waarom Hij voor ons leed en stierf.

De sleutel tot de missie van deze dienaar is de oproep om de wereld meer rechtvaardig te maken, om gerechtigheid te brengen.

Wij kunnen ons dit soort gerechtigheid natuurlijk voorstellen als gericht op wraak, woede en geweld, een soort burgerwacht.

Maar dat is niet de gerechtigheid van God. Zijn rechtvaardigheid combineert vasthoudendheid en kracht met zachtheid en mededogen. Gods gerechtigheid is gericht op de zorg voor de zwaksten onder ons.

Het gaat er God niet zozeer om mensen verantwoordelijk te houden voor elke fout, maar om het herstel van wat in de schepping door de zonde verloren is gegaan.

In Gods gerechtigheid zijn wij dus de gevangenen, die worden vrijgelaten; wij zijn de blinden van wie de ogen weer worden geopend; wij zijn de armen, die het goede nieuws horen. Allemaal omdat de Heer ons heeft bevrijd van de banden met de zonde.

Nemen wij in deze Goede Week onze plaats in het drama in. Niet dus als toeschouwer, maar als een deelnemer. Jezus Christus staat op het punt onze zonden op zich te nemen en ons te herstellen tot een geliefd kind van de hemelse Vader.

Houden wij deze week de woorden van de lijdende dienaar in gedachten. Verheugen wij ons erover, dat onze Heiland zachtmoedig is en zorgzaam. Zijn ogen zijn gericht op het geknakte riet en de kwijnende vlaspit. Hij heeft de macht om ons allen te redden.