02-04-2020, donderdag in de 5e week van de veertigdagentijd

Openingswoord

Af en toe gebeurt het dat iemand iets heel verschrikkelijks zegt. We zijn werkelijk helemaal verbijsterd. We houden onze adem in terwijl we de persoon in kwestie met grote ogen aankijken. We zullen waarschijnlijk geen stenen oprapen om ermee te gaan gooien, maar een paar lelijke gedachtes of zelfs felle woorden kunnen wij niet voor ons houden. Hoe durft hij hebt te zeggen! Wie denkt zij wel dat zij is! Dat is precies hoe de Joden zich voelden toen Jezus die – voor hen schokkende – uitspraak deed: “voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: voor Abraham werd ben Ik”.

Gelukkig voor ons hebben wij er inmiddels 2000 jaar openbaring en onderwijs op zitten en dat geeft ons een voorsprong in het begrijpen van Jezus’ bewering. Wie is Hij, die zegt: “Ik ben”.

Jezus zegt, dat hij onze Goede Herder is. Hij leidt ons en wijst ons de weg, die wij moeten gaan. Hij geeft ons van alles wat wij onderweg nodig hebben: rust en herstel, wijsheid en begrip, goedheid en barmhartigheid. Hij zegt, dat hij onze kracht is, zowel de kracht van ons leven als Degene, die ons kracht geeft als wij ons zwak voelen. Hij bevrijdt ons van de banden van zonden, van dwaasheid en hopeloosheid. Hij geneest ons van ziektes, verslavingen, woede en bitterheid. Hij zegt dat Hij ons verlost heeft en dat wij dus van Hem zijn. Hij heeft ons gered en dagelijks werkt Hij eraan om ons leven heilig en vruchtbaar te maken.

Hij zegt, dat Hij liefde is, dat Hij van ons houdt. Hij kent ons beter dan wij onszelf kennen, ook onze zonden en zwakheden, en toch houdt Hij van ons. Hij is aanwezig overal waar wij zijn; hij is met ons in lijden, angst en eenzaamheid, in vreugde, successen en bij feestelijke gelegenheden. Hij hoort elk gebed, elk woord dat wij fluisteren, Hij kent iedere gedachte.

Hij is onze gerechtigheid. Wat wij nooit uit onszelf kunnen verdienen – een intieme, diepe relatie met God – heeft Hij voor ons mogelijk gemaakt. En als onze zonden die relatie schaden of zelfs verbreken, is Hij nog steeds onze gerechtigheid, Hij is de weg tot herstel.

Hij is de almachtige God, de eeuwige Vader, Degene die was en die is en die zal zijn. Hij, de Allerhoogste God en soevereine Heer van heel de schepping, Hij komt naar ons toe. Hij is blij met ons. Hij vindt het heerlijk om met ons te praten en om van ons het een en ander te horen. Hij verleent ons zijn macht en zijn autoriteit. Hij vult ons met zijn heilige Geest, die de kracht geeft om die dingen te doen, die God van ons vraagt. Het hele universum kan God niet bevatten, maar Hij woont wel in ons hart.

Vragen wij God vandaag, dat dit alles vandaag door deze heilige Eucharistieviering een klein beetje dieper tot ons mag doordringen.