Ter voorbereiding van de viering van zondag 19-09-2021

Ter voorbereiding van de viering van zondag 19-09-2021

Uit de geschriften van de priester Lambert Beauduin († 1960)

Mogen de profeten ook in ons hart de liefde tot de Heiland ontsteken

Lambert Beauduin, priester

Het woord van de profeten had bij de joden gezag boven alle aangestelde machthebbers. Gedreven door de goddelijke ingeving, was de profeet de stem zelf van de Heer. Het bewustzijn van zijn verheven zending verleende zijn woord een ongehoorde vrijmoedigheid.

Zeven eeuwen voor de geboorte van de Heiland werd Jesaja, zoon van Amos, door God tot die profetentaak geroepen. In hem is de figuur van de profeet ons in haar zuiverste vorm tegemoetgetreden. Jesaja is het toonbeeld van de verkondiger van Gods geheimen. Daarom verlangt de kerk dat de priester, wanneer hij het evangelie gaat verkondigen, God bidt dat hij zijn hart en zijn lippen zuivert, zoals zijn engel de lippen van Jesaja heeft gezuiverd.

Zijn voorkennis en zijn gezag heeft de profeet Jesaja geput uit de aanschouwing van God. Zijn zending was uit die goddelijke bron voortgevloeid en zou vandaar haar verfrissende kracht doen uitstromen over heel het volk van Israël. Het gebeurde in de tempel, dicht bij het rokende offeraltaar, in het schemerduister van wierookwolken, terwijl de donderende stemmen van engelen en aartsengelen de poorten van het heiligdom uit hun hengsels deden springen, dat de heilige Geest zijn hart zuiverde en zijn tong ontbond.

Gods Geest heeft in de ziel van de profeet een onstelpbaar verlangen gewekt naar de beloofde Verlosser, en heel zijn verkondiging straalt dit toekomstvisioen uit; het is één kreet van ongeduld, één dringende vermaning, als in vervoering uitgesproken: bereidt de weg des Heren!

Ook zou hij kunnen zeggen, zoals Elisabet in het Lucasevangelie: zodra ik uw boodschap hoorde, sprong mijn geest op van vreugde, en brandde mijn hart van verlangen naar de ontmoeting met mijn God en mijn Heiland.

Toch zou een enkele verkondiging ontoereikend blijken. Van het begin af van de wereld is een bonte rei van profeten, gedreven door dezelfde Geest, ons tegemoetgetreden. Allen brachten zij enkel die ene boodschap, dit ene woord: Hij komt, Hij is er reeds. Maar geen van hen heeft, zoals Jesaja, de Komende uitgebeeld in een zo lichtend visioen en met zulke onmiskenbare trekken.

Vurige zielen van zieners en profeten brandden reeds van liefde tot de Heiland die zij nog slechts in het gloren van een verre dageraad mochten aanschouwen. Mogen zij ook die liefde in ons hart ontsteken, in ons die reeds de bevoorrechte erfgenamen zijn van het volle licht, die nu reeds leven van die wonderlijke werkelijkheid van de menswording en de verlossing, in de eucharistie blijvend voor ons aanwezig. Stille dankbaarheid moge in ons hart openbloeien tot grenzeloze liefde: ‘Gelukkig de ogen die zien wat gij ziet. Ik zeg u: vele profeten en koningen verlangden te zien wat gij ziet, maar zij hebben het niet gezien; en te horen wat gij hoort, maar zij hebben het niet gehoord’ (Lc. 10, 23-24).