Ter voorbereiding van de viering van zaterdag 01-05-2021

Ter voorbereiding van de viering van zaterdag 01-05-2021

Uit de geschriften van de heilige Basilius de Grote, bisschop van Caesarea († 379)

De Geest geeft de levenwekkende kracht

De Heer die ons het leven schenkt, heeft met ons het verbond van het doopsel gesloten, dat een teken is van leven en van dood: het water maakt het beeld van de dood tot werkelijkheid en de Geest waarborgt ons het leven. Daarmee weten we wat we zochten, namelijk waarom er in het doopsel niet alleen sprake is van de Geest, maar eveneens van het water. Het doopsel immers heeft een dubbel doel: enerzijds wil het de zonde in ons vernietigen om ze geen dodelijke vruchten meer te doen voortbrengen, en anderzijds wil het ons doen leven uit de Geest om vruchten te dragen van heiligheid. Het water is het beeld van de dood, omdat het, gelijk het graf, het lichaam in zich opneemt; maar de Geest stort in de ziel een levenwekkende kracht die haar uit de dood van de zonde herstelt in haar oorspronkelijk leven. Dit is de betekenis van ‘herboren worden uit water en de heilige Geest’ (Joh. 3, 5): sterven in het water en tot nieuw leven gewekt worden door de Geest.

Met drie onderdompelingen en evenveel aanroepingen wordt het grote mysterie voltrokken: om het sterven uit te beelden en om de zielen van de gedoopten te verlichten met de kennis van God. De kracht van het water komt niet uit de natuur van het water, maar uit de aanwezigheid van de Geest. Want ‘het doopsel beoogt geen verwijdering van lichamelijke onreinheid, maar de verbintenis met God van een goed geweten’ (1 Petr. 3, 21). Om ons op dit verrezen leven voor te bereiden, toont de Heer ons heel dat leven volgens het evangelie en schrijft Hij ons voor zachtmoedig te zijn en geduldig, vrij van genotzucht en onthecht aan het geld, zodat we nu reeds in alle vrijheid uitvoeren wat ligt in de natuur van ons toekomstig leven.

Het is de Geest die ons het paradijs teruggeeft; die de weg opent naar het rijk; die ons opnieuw maakt tot kinderen van God; die ons de vrijmoedigheid schenkt om God ‘onze Vader’ te noemen; die ons doet delen in de genade van Christus; die ons maakt tot kinderen van het licht, ons doet deelhebben aan de eeuwige glorie; in één woord: die ons vervult met alle zegen, nu en later. Als in een spiegel zien wij nu reeds de heerlijke gaven die ons werden beloofd en waarvan we, in geloof, verwachten te zullen genieten. Wat zal de vervulling zijn, als de belofte reeds zo heerlijk is? Wat de voltooiing, als de aanzet reeds zo groot is?

Rein van zonden rijst ons lichaam uit het water van het doopsel op. Naar de kerk die verbeeld wordt door de ark, komt een duif gevlogen: de heilige Geest die ons de vrede brengt van God, alleluia.

Gezegend sacrament waardoor wij gered worden en eeuwig leven krijgen.

Naar de kerk die verbeeld wordt door de ark, komt een duif gevlogen: de heilige Geest die ons de vrede brengt van God, alleluia.