Ter voorbereiding van de viering van woensdag 19-05-2021

Ter voorbereiding van de viering van woensdag 19-05-2021

Uit een preek van de heilige priester Beda de Eerbiedwaardige († 735) over het evangelie

De vrede als gave van de heilige Geest

In het toekomstige leven zal de heilige Geest aan de rechtvaardigen de volmaakte vrede schenken. Maar ook in het tegenwoordige leven schenkt Hij hun een ruime maat van vrede, door in hun hart het vuur van Gods liefde te ontsteken. De Apostel zegt inderdaad: ‘De hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken’ (Rom. 5, 5).

De ware vrede, ja de enige vrede van de ziel in dit leven bestaat erin vervuld te zijn van de goddelijke liefde, waardoor we, in het vooruitzicht van de hemelse beloning, voorspoed en tegenslag in deze wereld gelijkelijk als onbelangrijk beschouwen, de aardse driften uit ons hart verbannen, aan wereldse begeerten verzaken en ons verheugen over belediging en vervolging die ons om Christus’ naam worden aangedaan. Met de Apostel kunnen we dan zeggen: ‘Wij beroemen ons op onze hoop op de heerlijkheid Gods. Meer nog: wij zijn zelfs trots op onze beproevingen’ (Rom. 5, 2 – 3).

Een mens bedriegt zichzelf, als hij erop vertrouwt rust te kunnen vinden in aardse genietingen en rijkdom. De veelvuldige kwellingen van deze wereld en haar vergankelijkheid zelf leveren het bewijs dat hij zijn rust op drijfzand heeft gegrondvest. Maar wie door de adem van de heilige Geest bezield is en het zachte juk van Gods liefde heeft aanvaard, wie geleerd heeft zachtmoedig en nederig van hart te zijn, geniet in het tegenwoordige leven reeds menige voorsmaak van de eeuwige vrede. Zijn hart is volkomen vrij van alle onrust die de mensen van de wereld kwelt. Met vreugde herkent hij telkens weer het beeld van zijn Schepper. Uiteindelijk dorst hij ernaar de volmaakte aanschouwing van God te bereiken. Met de apostel Johannes zegt hij tot zichzelf: ‘Wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt, wij aan Hem gelijk zullen zijn, omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is’ (1 Joh. 3, 2).

Als we ernaar verlangen de beloning van dit echte ‘zien’ te ervaren, moeten we voortdurend deze uitspraken van het evangelie overwegen en ons ongevoelig betonen voor de verlokkingen van de wereld. Zo zijn we in staat de genade van de heilige Geest, die voor de wereld onbereikbaar is, waardig te ontvangen.

Laten we Christus beminnen en de weg van zijn geboden, die we aanvankelijk zijn ingeslagen, met volharding volgen. De terechte beloning zal zijn dat we door Hem te beminnen in grotere mate de liefde van de Vader verdienen, maar ook dat Christus zelf ons de genade van zijn liefde ruimer wil toebedelen in de toekomst. Nu immers bewerkt Hij door zijn liefde tot ons dat we gelovend op Hem vertrouwen. Maar dan bewerkt Hij dat we Hem zien van aangezicht tot aangezicht en dat Hij zich aan ons openbaart in de heerlijkheid die Hij bij de Vader bezat, voordat de wereld bestond.