Ter voorbereiding van de viering van donderdag 22-04-2021

Ter voorbereiding van de viering van donderdag 22-04-2021

Uit de verhandeling van de heilige Ireneüs, bisschop van Lyon († ca. 202), ‘Tegen de ketterijen’

De eucharistie is het onderpand van de verrijzenis

Als het vlees niet gered wordt, dan heeft ook de Heer ons niet met zijn bloed verlost; dan geeft ook de beker van de eucharistie geen gemeenschap met zijn bloed, noch het brood dat we breken, gemeenschap met zijn lichaam (vgl. 1 Kor. 10, 16). Immers, bloed kan slechts vloeien in de aderen, het vlees en de rest van het menselijk lichaam. Het Woord is dat alles geworden en heeft ons dan met zijn bloed verlost. Daarom zegt zijn Apostel: ‘In wie wij de verlossing hebben door zijn bloed, de vergeving van de zonden’ (Ef. 1, 7).

Wij zijn ledematen van Christus en worden gevoed met spijzen die geschapen zijn en die Hijzelf ons bezorgt door de zon te doen opgaan en de regen te doen vallen naar zijn goeddunken. Daarom maakte Hij de beker die geschapen is, tot zijn eigen bloed om ons bloed te versterken, en het brood dat geschapen is, tot zijn eigen lichaam om ons lichaam te versterken.

Als dan de beker die gemengd werd, en het brood dat bereid werd, naar het woord van God luisteren en de eucharistie worden, dat is: het bloed en het lichaam van Christus waardoor ons lichaam wordt versterkt en verstevigd, hoe kan men dan loochenen dat het vlees in staat is de gave van God, namelijk het eeuwig leven, te ontvangen, terwijl het gevoed wordt door het bloed en het lichaam van Christus en zijn lidmaat is, zoals de Apostel zegt in zijn brief aan de Efeziërs: ‘Wij zijn ledematen van zijn lichaam, gevormd uit zijn vlees en zijn beenderen’ (Ef. 5, 30; vgl. Gen. 2, 23). De Apostel spreekt hier niet van een geestelijke en onzichtbare mens -’een geest heeft immers geen vlees en beenderen’ – maar van een echte mens die bestaat uit vlees, zenuwen en beenderen. Het is deze mens die gevoed wordt door de beker, het bloed van Christus, en versterkt wordt door het brood, het lichaam van Christus.

De wijnstok wordt in de aarde geplant en draagt vrucht op zijn tijd; de graankorrel valt in de aarde, vergaat, schiet op en vermenigvuldigt zich dank zij de Geest van God die alles omvat; door de vaardigheid van de mens worden die dan nuttig voor hem en, luisterend naar het woord van God, worden ze eucharistie, lichaam en bloed van Christus. Op dezelfde manier zullen onze lichamen, gevoed door de eucharistie, nadat ze in de aarde werden gelegd en daar zijn vergaan, op hun tijd verrijzen: het woord van God zal hen doen verrijzen ‘tot eer van God de Vader’ (Fil. 2, 11). Wat sterfelijk is, omkleedt Hij met onsterfelijkheid; aan wat vergankelijk is, schenkt Hij onvergankelijkheid. Gods kracht uit zich in wat zwak is (vgl. 2 Kor. 12, 9).