Ter voorbereiding van de viering van donderdag 01-07-2021

Ter voorbereiding van de viering van donderdag 01-07-2021

Uit de Pastorale Regel van de heilige paus Gregorius de Grote (†604)

De last van het leiding geven

Leiding geven is een zware last. Dat hebben wij willen aantonen, opdat wie er niet toe bekwaam is, zich niet vermetel met geestelijke leiding inlaat, want door zijn begeerte naar een hogere functie wordt hij een leidsman naar het verderf. Vandaar dan ook het vaderlijk verbod van de apostel Jakobus die zegt: ‘Broeders, laat niet zovelen onder u leiders zijn’ (Jak. 3, 1). De Middelaar tussen God en de mensen heeft hierom zelf geweigerd op aarde een koningstitel te aanvaarden, Hij die zelfs de geesten hierboven overtreft in wijsheid en vernuft, en die van eeuwigheid regeert in de hemel. Er staat immers geschreven: ‘Daar Jezus begreep dat zij zich van Hem meester wilden maken om Hem mee te voeren en tot koning uit te roepen, trok Hij zich weer in het gebergte terug, geheel alleen’ (Joh. 6, 15).

Want wie zou er bekwaam geweest zijn even foutloos over de mensen te regeren als Hij die kon heersen over zijn eigen schepselen? Maar Hij was mens geworden, niet alleen om de mensheid door zijn lijden te verlossen, maar ook om door zijn levenswijze te onderrichten en zichzelf als voorbeeld te stellen voor zijn volgelingen. Daarom weigerde Hij het koningschap, maar ging Hij vrijwillig de kruisboom tegemoet. De aangeboden heersersroem ontweek Hij, de folteringen van een schandelijke dood zocht Hij op. Dit om aan zijn ledematen te leren het gevlei van de wereld te ontlopen, haar dreigementen niet te vrezen, ter wille van de waarheid de tegenspoed lief te hebben, de voorspoed te schuwen en af te wijzen. Want voorspoed bezoedelt het hart door verwaandheid, terwijl tegenspoed het door pijnen loutert.

Door voorspoed komt de geest tot zelfverheffing; door tegenspoed daarentegen komt hij, zelfs als hij ooit aan zelfverheffing heeft gedaan, tot zelfvernedering. Door voorspoed vergeet de mens zichzelf, door tegenspoed komt hij weer tot zichzelf, ook tegen zijn zin en noodgedwongen. Door voorspoed gaan dikwijls de vroegere goede daden verloren, door tegenspoed echter worden zelfs de zonden van een lange levenstijd uitgewist.

Meestal immers wordt in de leerschool van de tegenspoed ons hart door tucht in toom gehouden. Als iemand tot de hoge top van het bestuur is doorgedrongen, vervalt het ongemerkt tot verwaandheid, verwend als hij is door eerbetoon. Zo ging het met Saul, die eerst in het besef van eigen onwaardigheid voor het koningschap op de vlucht ging. Maar toen hij eenmaal de teugels van het bestuur in handen had, werd hij verwaand. Hij werd namelijk dol op publieke verering door het volk, en door zijn weigering om in het openbaar te worden berispt, brak hij zelfs met de man die hem tot koning had gezalfd. Zo ging het met David, die voor de ogen van zijn Schepper in bijna al zijn daden welgevallig was. Maar toen hij eenmaal geen last van verdrukking meer kende, verviel hij in ziekelijke verwaandheid. Vroeger immers had hij niet eens zijn vervolger willen doden, toen die in zijn macht gevallen was; later echter liet hij zelfs een toegewijd medestrijder uit de weg ruimen, tot rampspoed van zijn leger in volle oorlogsinspanning. Die misdaad had hem zeker ver uitgesloten van het getal der uitverkorenen, als niet opnieuw de gesels van de tegenspoed voor hem de vergeving hadden bewerkt.