Ter voorbereiding van de viering van dinsdag 13-07-2021

Ter voorbereiding van de viering van dinsdag 13-07-2021

Uit de geschriften van de priester Frans Coster († 1619)

Wij moeten onderzoeken wat ons tot heil kan strekken

De heer van de wijngaard ging naar de markt om arbeiders te werven. De markt is het beeld van de wereld waar alle dingen te koop zijn. De duivel heeft er zijn winkels en kramen; alle ijdelheid en wellust is daar te koop, als uw ziel maar de penning is waarmee ge betaalt. De koopwaar van de duivel ziet er van buiten mooi uit, maar is rot van binnen. Zijn marktkramers zijn woekeraars, bedriegers en verleiders die alleen op ons onheil uit zijn.

Ook Christus heeft er zijn kraam staan: kloosters, de maagdelijke levensstaat en alle soorten van deugden die wij in het goede voorbeeld van heilige mensen kunnen gadeslaan. Zoals Antonius, Hilarion, Hiëronymus en andere heiligen moeten wij onze aandacht schenken aan het leven van godvruchtige mensen, hun leven nauwkeurig bestuderen en onderzoeken wat ons tot heil kan strekken. In deze kramen biedt God zichzelf te koop aan en Hij verlangt als prijs niet meer dan uzelf. Geef uzelf aan Hem en gij zult Hem bezitten. Dat is een goede koop, omdat God zoveel meer waard is dan gij zijt. Al lijkt Hij van buiten minder aantrekkelijk dan de wereldse waar, toch is Hij van binnen onbeschrijfelijk veel schoner, zoeter, beminnelijker, welgevalliger en vreugdevoller.

Op deze markt treft men allerlei mensen aan: er zijn er die kopen of verkopen; die zingen of muziek maken. Hier staat Judas die geestelijke goederen te koop aanbiedt en zegt: wat wilt gij mij geven en ik zal Hem aan u uitleveren.

Simon de tovenaar biedt geld om geestelijke waar te kopen. De markt is vol rumoer, zoals dat op marktdagen gebruikelijk is. Iedereen is erop uit om klanten te lokken.

Ook Christus staat op deze markt; alle uren van de werkdag wil Hij er arbeiders werven voor zijn wijngaard. Want Hij denkt meer aan ons dan wij aan Hem. Hij heeft immers gezegd: ‘Niet gij hebt Mij uitgekozen maar Ik u’ (Joh. 15, 16). Hij is de eerste die ons roept; de laatste ook die ons in de steek laat. Wij zijn het die Hem het eerst verlaten; de laatsten ook die Hem volgen. Gods liefde is zo groot dat Hij om ons blijft werven.