Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Uit het commentaar van de heilige Augustinus, bisschop van Hippo († 430), op psalm 61 (60)

In Christus zijn wij beproefd, in Hem hebben wij de duivel overwonnen

‘Luister, God, naar mijn roepen, schenk aandacht aan mijn gebed’ (Ps. 61 (60), 2). Wie drukt zich zo uit? Het schijnt er slechts één te zijn. Zie eens of het er maar één is. ‘Van de uiteinden der aarde roep ik tot U, wanneer ik beklemd ben van hart’ (Ps. 61 (60), 3). Dus niet een enkeling; maar daarom één omdat er één Christus is, van wie wij allen de ledematen zijn. Want wie is de ene mens die roept van de uiteinden der aarde? Van de uiteinden der aarde kan alleen roepen het ‘erfdeel van Christus’, waarvan de Vader heeft gesproken tot zijn Zoon: ‘Vraag Mij, Ik geef u de volkeren als erfdeel, schenk u de grenzen der aarde als eigendom’ (Ps. 2, 8).

Dit is dus Christus’ eigendom, dit is Christus’ erfdeel, dit is Christus’ lichaam, dit, de ene kerk van Christus; dit, de eenheid die wij uitmaken, die roept van de uiteinden der aarde. Wat roept zij dan? Wat ik boven heb vermeld: ‘Luister, God, naar mijn roepen, schenk aandacht aan mijn gebed; van de uiteinden der aarde roep ik tot U.’ Van overal op aarde roep ik tot U.

Waarom heb ik zo tot U geroepen? ‘Omdat ik beklemd was van hart’ (Ps. 61 (60), 3). De kerk toont op deze wijze dat de verspreiding onder alle volkeren wel een grote eer voor haar is maar toch ook grote beproeving meebrengt.

Ons leven, die pelgrimstocht, kan niet zonder beproevingen zijn; want onze vooruitgang wordt door middel van beproevingen, die ons te wachten staan, bewerkt. Ook leert niemand beter zichzelf kennen dan in de beproeving, en kan niemand worden bekroond zonder overwinning, en kan niemand overwinnen zonder strijd, en kan niemand strijden zonder vijand of beproevingen te hebben doorgemaakt.

Omdat hij beklemd is van hart, roept hij dus van de uiteinden der aarde, maar toch wordt hij niet verlaten. Christus heeft onszelf, met andere woorden, zijn lichaam, willen voorafbeelden; en in dat, zijn eigen lichaam, waarin Hij reeds is gestorven, is Hij ook verrezen en naar de hemel opgegaan, opdat de ledematen zouden vertrouwen daarheen te volgen waar het hoofd is voorafgegaan.

Daarom heeft Christus ons in zijn eigen lichaam uitgebeeld, toen Hij toestond beproefd te worden door de duivel. In Christus echter werdt gij beproefd, omdat Christus van u het vlees aannam voor zich, om uit zichzelf verlossing te schenken aan u; omdat Hij van u de dood aannam voor zich, om uit zichzelf het leven te gunnen aan u; omdat Hij van u smaad ontving voor zich, om uit zichzelf eerbewijzen te gunnen aan u; omdat Hij ook van u de bekoringen nam voor zich, om uit zichzelf de overwinning te schenken aan u.

Als wij dus in Hem zijn beproefd, dan overwinnen wij ook in Hem de duivel. Gij bemerkt dat Christus werd beproefd en bemerkt gij dan niet dat Hij heeft overwonnen? Herken u als beproefd in Hem en herken u als overwinnaar in Hem. Hij had de duivel ver van zich kunnen houden, maar als Hij niet beproefd was geworden, had Hij u, die beproefd moest worden, geen gedragslijn kunnen geven om te overwinnen.