Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Uit het commentaar van de heilige Cyrillus, bisschop van Alexandrië († 444), op de eerste brief aan de Korintiërs

Wij zijn ledematen van Christus en de tempel van God

Hoe kunnen de ledematen van Christus ook die van ons zijn (vgl. 1 Kor. 6, 15)? Wij hebben Hem voelbaar en geestelijk in ons, want Hij woont in ons hart door de heilige Geest. En wij hebben ook deel gekregen aan zijn heilig lichaam. Zo zijn wij op tweevoudige wijze geheiligd: Hij woont in ons, tegelijk levend en levendmakend, opdat de dood die op onze ledematen drukt, door Hem wordt vernietigd. Omdat Hijzelf het hoofd van het lichaam, de kerk, is, zijn wij, op onze beurt, ieder afzonderlijk zijn ledematen. Als wij ons nu overgeven aan onbetamelijke genoegens, ja, dan zondigen wij tegen Hem wiens ledematen wij zijn geworden.

‘Gij weet het: uw lichaam is een tempel van de heilige Geest die in u woont’ (1 Kor. 6, 19). In ons woont de Geest die ons tot kinderen maakt, dat is de heilige Geest in wie wij roepen: ‘Abba, Vader’ (Rom. 8, 15). Wij zijn duur gekocht doordat ons aller redder, Christus, voor ons zijn eigen leven opofferde. Zo zijn wij de tempel van de levende God geworden, want Christus woont door de heilige Geest in ons, Hij die in zijn eigen natuur God de Vader bezit uit wie Hij in wezen is voortgekomen. Want zelf zei Hij: ‘Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen’ (Joh. 14, 23).

Verre van onze geest, die tempel van God, moet de slechte wellust dus zijn, maar laat er liever, als een heerlijk geurende wierook, de geur van een goede ingetogenheid zijn. Laten wij ons lichaam als een levende, heilige offergave aan Hem toewijden, die Hij kan aanvaarden als onze geestelijke eredienst (vgl. Rom. 12, 1).

‘Gij weet dat gij niet met vergankelijke dingen, zoals goud en zilver, zijt gekocht, maar door het kostbaar bloed van Christus’ (1 Petr. 1, 18.19), zoals er geschreven staat. Wij zullen Hem dus dienen die ons heeft gekocht, en ons aan Hem gehoorzaam ter beschikking stellen, met onze ledematen als instrumenten voor Gods gerechtigheid. Want er staat geschreven: ‘Het lichaam is er niet voor de ontucht maar voor de Heer, en de Heer voor het lichaam’ (1 Kor. 6, 13). Wanneer wij dus de ledematen van het lichaam vrijhouden van de bezoedeling door zinnelijke begeerten, dan zal de Heer er ook zijn voor het lichaam. Want God woont in zijn heiligen, Hij die van nature heilig is.