Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Uit het commentaar van een onbekend schrijver (4de eeuw) op de brief aan de Romeinen

In het geven ziet men meer de grootheid van de gever dan van de ontvanger

Abraham, vader van ons geloof

‘Deze woorden werden niet alleen neergeschreven om zijnentwil (omdat het hem als gerechtigheid werd aangerekend), maar ook om ons, wie het geloven eveneens zal worden aangerekend, daar wij geloven in Hem die Jezus onze Heer van de doden heeft opgewekt om onze rechtvaardiging’ (Rom. 4, 23-25).

Paulus zegt dat in Abraham aan de joden en de heidenen een voorafbeelding gegeven is, opdat wij naar zijn voorbeeld in God, in Christus en in de heilige Geest geloven en dit ons als gerechtigheid aangerekend wordt. Hoewel hetgeen nu geloofd wordt, verschillend is, behoudt het geloof toch een en hetzelfde loon. Wij verkrijgen daarom wat wij geloven: wanneer wij immers geloven dat Christus de Zoon van God is, dan worden wij door God als kinderen aangenomen. Hij had zijn gelovigen niets groters kunnen geven dan kinderen van God genoemd te worden, nadat de ongelovigen verstoten waren. Wij worden namelijk kinderen van God genoemd, maar zij zijn zelfs niet waard dienaren genoemd te worden.

In zijn oneindige edelmoedigheid heeft God aan hen die Hem beminnen, gegeven wat zijn majesteit waardig is, niet omdat de mensen het verdienen, want in het geven ziet men meer de grootheid van de gever dan van de ontvanger. Daarom ontvangt God meer lof, omdat Hij aan ons, kleine mensen, rijkelijk gaven schenkt door Christus. Deze liet zich voor ons doden om ons, na het verkrijgen van vergiffenis, te ontrukken aan de tweede dood, dat is: de straf van de hel.

Christus is verrezen om door de vreugde van zijn triomf op de dood ons de genade van de rechtvaardiging te schenken. Vóór zijn lijden verkregen slechts zij die gedoopt werden, vergiffenis van zonden. Hierdoor afgunstig geworden doodde de satan de Verlosser. Na de verrijzenis werden echter zowel degenen die eerder als degenen die later gedoopt werden, gerechtvaardigd door het belijden van het geloof in de Drieëenheid en het ontvangen van de heilige Geest. En dit is voor hen die geloven, een teken dat zij kinderen van God zijn.

Opdat dit ons nu tot voordeel zou zijn om het hoogtepunt van rechtvaardiging te bereiken, gaf Hij bij zijn verrijzenis kracht aan zijn geboden. Daardoor kunnen wij ze onderhouden en zelf toenemen in verdiensten en, na aldus roem verworven te hebben, stralend in Gods rijk verschijnen. Dan kunnen wij op grond van dit geloof waardoor wij gerechtvaardigd zijn, door de dood niet vastgehouden worden. Immers, de dood die eerst heerste krachtens de zonde, is door het lijden en sterven van de Heer overwonnen en durft allen die door Hem gerechtvaardigd zijn, niet tegen te houden.