Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Uit een preek van de heilige Gregorius, bisschop van Nazianze († 390)

Het doopsel van Christus

Christus wordt verlicht; laten wij ons bij Hem aansluiten. Christus laat zich dopen; laten wij met Hem afdalen om met Hem op te stijgen.

Johannes is aan het dopen, Jezus komt naderbij, misschien ook wel om de Doper te heiligen, in ieder geval om de oude Adam geheel in het water te begraven. Daartoe heeft Hij vooraf de Jordaan geheiligd. Zelf geest en lichaam, wilde de Heer met de Geest het water inwijden.

De Doper laat het niet toe; Jezus dringt aan. ‘Ik heb uw doopsel nodig’ (Mt. 3, 14). Zo richt zich de lamp tot de Zon, de stem tot het Woord, de vriend tot de Bruidegom, de grootste onder de kinderen van vrouwen (vgl. Mt. 11, 11) tot de Eerstgeborene van heel de schepping, hij die opsprong in de moederschoot, tot Hem die in de moederschoot werd aanbeden; hij die de voorloper is en zal zijn, richt zich zo tot Hem die verschenen is en nog verschijnen zal. ‘Ik heb het doopsel van U nodig.’ Voeg eraan toe ‘voor U’, want Johannes wist dat hij met het martelaarschap zou worden gedoopt of, zoals Petrus, dat niet alleen zijn voeten zouden worden gereinigd.

Jezus stijgt dan uit het water op. Hij draagt inderdaad de hele wereld met zich mee. Hij ziet de hemel openscheuren, die Adam voor zichzelf en voor allen na hem had gesloten, zoals ook het paradijs gesloten werd met het vlammend zwaard.

De Geest komt tot Hem als tot zijn gelijke en legt getuigenis af over Jezus’ godheid. De stem weerklinkt uit de hemel als getuigenis over Hem die uit de hemel kwam. En in de gedaante van een duif, lichamelijk zichtbaar, betuigt Hij eer aan het lichaam dat immers ook God is door de vergoddelijking. En zo kondigde eeuwen geleden ook een duif het einde van de zondvloed aan.

Wij willen vandaag het doopsel van Christus met een passende viering gedenken. Weest helemaal rein; reinigt dus uzelf. Want over niets verheugt God zich meer dan over de bekering en redding van een mens. Elk woord en alle mysteries zijn daarop gericht. Gij moet een lichtend voorbeeld zijn in de wereld, voor de andere mensen een levenskracht. Gij moet worden tot een volmaakt licht dat staat bij het grote Licht; weest ingewijd in het hemelse leven van licht, overgoten met het zuivere en heldere licht van de Drieëenheid, waarvan gij nu die ene zwakke afglans hebt ontvangen uit de ene God in Christus Jezus, onze Heer. Aan Hem is de heerlijkheid en de heerschappij in de eeuwen der eeuwen. Amen.