Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Uit een preek van de heilige Johannes Chrysostomus, bisschop van Constantinopel († 407), over de verrijzenis van onze Heer Jezus Christus

Vreest Hem die én ziel én lichaam in het verderf kan storten

Laat ons dit heerlijke feest, dit grootste van alle feesten, vieren: de dag dat de Heer verrezen is uit de dood. Laten we het vieren zowel met vreugde als met eerbied. Want de Heer is verrezen en de hele wereld heeft Hij met zichzelf doen opstaan. Hijzelf heeft de banden van de dood verbroken en is verrezen.

Adam zondigde en hij is gestorven. Maar Christus zondigde niet en toch is Hij gestorven. Dit is nieuw en verbazingwekkend. De één zondigde en is gestorven, de ander zondigde niet en toch is ook Hij gestorven. Waarom was dit? Om hem die zondigde in staat te stellen te ontkomen aan de greep van de dood door Hem die zondeloos stierf. Zo gebeurt het ook in geldzaken. Iemand heeft een schuld en komt in de gevangenis terecht, omdat hij niet tot betalen in staat is. Daar komt een ander, die geen schulden heeft, maar in staat is tot betalen en hij koopt de schuldenaar vrij. Zo gebeurde het ook met Adam. Adam stond in de schuld en werd gevangen gehouden door de duivel, maar was niet in staat zijn schuld te vereffenen. Christus had geen schulden en werd niet door de duivel gebonden, maar was tot betalen in staat. Hij kwam en betaalde met de dood voor de mens die door de duivel gevangen gehouden werd, om hem zodoende vrij te kopen.

Ziet ge niet wat Christus’ verrijzenis heeft uitgewerkt? Wij waren dubbel dood en zo kunnen wij een dubbele verrijzenis verwachten. Christus stierf slechts één dood en zo had Hij ook een enkelvoudige verrijzenis. Wat bedoel ik hiermee? Adam stierf naar lichaam en ziel. Hij stierf de dood van zonde en die van de natuur. ‘Op de dag dat gij van de boom eet, moet ge sterven’ (Gen. 2, 17). Welnu, op dezelfde dag stierf hij niet de natuurlijke dood, maar hij stierf de dood van de zonde. Dat is de zieledood, terwijl de andere de lichamelijke dood is. Maar wanneer ge hoort van een ziel die sterft, moet ge niet denken dat zij ophoudt te bestaan, want de ziel is onsterfelijk. Neen, de dood van de ziel is zonde en eeuwige straf.

Daarom zegt Christus ook: ‘Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel; vreest veeleer Hem die én ziel én lichaam in het verderf kan storten in de hel’ (Mt. 10, 28).

Zoals ik al zei, is er voor ons een dubbele dood en is er voor ons dus een dubbele verrijzenis nodig. Voor Christus was er slechts één dood, want Hij zondigde niet. En zelfs die ene dood onderging Hij voor ons, want Hij stond niet in de schuld tegenover de dood. Omdat Hij niet in de schuld stond tegenover de zonde, stond Hij dat ook niet tegenover de dood. Daarom verrees Hij één keer van een enkele dood, maar voor ons die een dubbele dood sterven, is er ook een dubbele verrijzenis.

Eén verrijzenis is er uit de zonde en die is al ons deel geworden. Want in het doopsel zijn we met Hem begraven en zijn we met Hem verrezen. Deze eerste verrijzenis heeft ons bevrijd van onze zonden; de tweede is de verrijzenis van het lichaam. Toen we de ernstige dood van de zonde afwierpen en de kleding van onze oude manier van leven aflegden, kregen we deel aan de voornaamste verrijzenis. Laten we dan geen twijfel hebben dat we ook zullen delen in de tweede verrijzenis.