Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Uit een preek van de heilige priester Laurentius van Brindisi († 1619)

Zozeer heeft God de wereld liefgehad

Er is maar één tegengif tegen het dodelijk vergif van de zonde: het ware, levende geloof in Christus, ‘zich uitend in liefde’ (Gal. 5, 6), bepaald in vurige liefde tot God. Want wie de liefde tot God niet heeft, heeft God niet, naar het woord van Johannes: ‘De mens zonder liefde is nog in het gebied van de dood’ (1 Joh. 3, 14).

‘Hierin bestaat het oordeel’, hierom moet de wereld geoordeeld en veroordeeld worden, omdat ‘het licht is in de wereld gekomen’, omdat God is mens geworden, ‘maar de mensen beminden de duisternis meer dan het licht’ (Joh. 3, 19), de schepselen meer dan de Schepper, dwaling, ondeugd, zonde en dood meer dan waarheid, deugd, genade en eeuwig leven. Ze beminden het kwaad meer dan het goed, zij ‘die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die van het duister licht maken en van het licht duisternis’ (Jes. 5, 20).

Zie dus of ge de duisternis niet meer bemint dan het licht. Iets moeten we beminnen. Ons hart moet van nature liefde geven, zoals het vuur warmte geeft en de zon licht. Maar onze liefde kan zich op het ene of het andere richten: op licht of duisternis, op God of de wereld, op deugd of ondeugd, op leven of dood, op goed of kwaad. Kijk uit wat je kiest! Als je de duisternis meer bemint dan het licht, of slijk meer dan goud, blijf je in de dood. ‘God is licht’ (1 Joh. 1, 5), de wereld daarentegen is duisternis; God is goud, de wereld daarentegen slijk.

Ach, zo smeek ik, laten we niet ondankbaar zijn jegens God! God bemint ons met heel zijn hart, zoals een vader zijn dierbare kinderen bemint, of meer nog zoals een liefhebbende moeder. ‘Zal een vrouw haar zuigeling vergeten,’ zo spreekt de profeet, ‘een liefhebbende moeder het kind van haar schoot? En zelfs als die het zouden vergeten, Ik vergeet u nooit!’ (Jes. 49, 15). Dus moeten wij God beminnen, zoals goede kinderen een allerbeste vader. Zie, mens, hoezeer God je heeft liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon voor jou gegeven heeft, voor jouw persoonlijke redding. De Apostel zegt: ‘Ik leef in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij’ (Gal. 2, 20), en Jezus zelf zegt: ‘Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden’ (Joh. 15, 13).

‘Zozeer heeft God de wereld liefgehad’ (Joh. 3, 16). Toen in Egypte een wrede Farao het volk Israël onder zware dwingelandij verdrukte, werd God door medelijden bewogen en daalde Hij af uit de hemel om aan Mozes te verschijnen. Hij verscheen hem evenwel te midden van hevig brandende vlammen en in een doornstruik. Wat moet dat beduiden? Als iemand tegenover een beminde zijn opperste liefde wil uitdrukken, zegt hij: ik zou voor jou door het vuur gaan! Zo verscheen God te midden van vlammen en doornen, om zijn hevige liefde jegens ons te tonen, want God zelf wilde voor ons de vreselijkste folteringen doorstaan. Dat leert ons het lijden van Christus.

Vervolgens is Hij ook afgedaald om de wet te geven, en dat gebeurde te midden van bliksemvuur en donkere wolken. Het bliksemvuur duidt op de foltering van de straf, de donkere wolken op de dood en het verlies van alle goed. God wou daarmee de mens de bovennatuurlijke kracht schenken om de goddelijke wet te onderhouden en zodoende het eeuwige leven te verwerven. Daartoe zou God immers komen, om veel te lijden en te sterven.

Zo is de goddelijke liefde wijs en vooruitziend, rechtvaardig, dapper, geduldig, toegewijd en lankmoedig, kortom met elke deugd getooid.