Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Uit een preek van de heilige Maximus, bisschop van Turijn († ca. 420)

Doe alles tot eer van God

Een deugdzame christen moet altijd zijn God en Heer lofprijzen en al zijn zaken behartigen tot eer van God. De Apostel zegt het zo: ‘Of gij eet of drinkt, of wat gij ook doet, doet alles ter ere Gods’ (1 Kor. 10, 31). Je kunt daaruit afleiden welke maaltijd de Apostel voor ogen heeft voor de christen: een maaltijd waarbij eerder het geloof in Christus wordt beleden dan een verzadigende spijs genuttigd. Door het herhaaldelijk aanroepen van de naam van de Heer dient de mens meer op krachten te komen dan door het genieten van een overvloedige maaltijd met vele gangen. Wie honger heeft, wordt beter gevoed door godsvrucht dan door eten. Ik herhaal: alles tot zijn eer. Christus wil dus dat wij al ons handelen verrichten met Hem als metgezel of getuige, en wel met de bedoeling dat wij het goede doen op zijn initiatief en het kwaad vermijden vanwege onze omgang met Hem. Immers, wie weet dat hij Christus als deelgenoot heeft, schaamt zich ervoor kwaad te doen. Welnu, Christus helpt ons in het goede en behoedt ons voor het kwaad.

Wanneer we ’s morgens opstaan, moeten we dus de Verlosser dank brengen en vóór alle andere daden een daad van godsvrucht stellen, omdat Hij ons tijdens onze rust en slaap bewaakt heeft. We moeten dus bij het opstaan Christus dank brengen en alles wat we in de loop van de dag doen, in het teken van de Verlosser plaatsen.

Toen je nog heiden was, was je zeker gewend tekens op te sporen, er zoveel mogelijk te verzamelen, en te achterhalen welke tekens bij welke handelingen gunstig waren. Maar nu wil ik dat je niet meer dwaalt wat betreft het aantal.

Weet dat dit ene teken van Christus volledig gunstig is voor alle handelingen. Wie in dit teken begint te zaaien, zal de vrucht van het eeuwige leven oogsten; wie in dit teken zijn reis begint, zal tot aan de hemel komen. Al onze daden moeten dus onder deze noemer vallen en de hele gang van ons leven moet door Hem bepaald zijn. Want zó zegt het de Apostel: ‘Door Hem hebben wij het leven, het bewegen en het zijn’ (Hand. 17, 28).

Ook als de avond de dag beëindigt, moeten wij met psalmen God loven en op welluidende, harmonische wijze zijn roem bezingen. Pas als we op die manier een einde hebben gemaakt aan de strijd van onze inspanningen, verdienen wij als overwinnaars de rust. Pas dan wordt de vergetelheid van de diepe slaap in zekere zin de erepalm van onze arbeid. Welnu, dat we dit zo moeten doen, wordt ons niet alleen door het verstand maar ook door voorbeelden geleerd. Wanneer de dageraad de nog prille dag te voorschijn brengt, merken we dat de kleinste vogels zich in hun nest op lieflijke en gevarieerde wijze laten horen. Voordat ze te voorschijn komen, zijn ze vol ijver bezig om hun Schepper op harmonische wijze te eren door zich schoon te maken, want woorden spreken kunnen ze niet. Stuk voor stuk geven de vogels met hun eigen taal uiting aan hun gehoorzaamheid, omdat ze die niet zoals wij kunnen belijden. Zodoende brengt elke vogel op zijn eigen manier des te vromer dank, naarmate hij mooier zingt. En bij het vallen van de avond doen ze weer precies hetzelfde.