Ter voorbereiding van de viering van de woensdag

Ter voorbereiding van de viering van de woensdag

Uit de geschriften van de heilige Augustinus, bisschop van Hippo († 430)

Draagt elkaars lasten

Wij dienen te bedenken dat Christus het menszijn ‘aangenomen’ heeft, terwijl wij mensen ‘zijn’. Dit om er ons bewust van te maken dat elke menselijke zwakheid die wij in een ander aantreffen, of zij nu van geestelijke of van lichamelijke aard is, ook in ons kon of kan zijn. Laten wij ons daarom tegenover een ander wiens zwakheid wij mee willen dragen, dan zo gedragen zoals wij zouden willen dat hij zich tegenover ons gedroeg, indien wij die fout bezitten en niet hij.

Daarop doelt Paulus als hij zegt: ‘Voor allen ben ik alles geworden, om allen tot het heil te brengen’ (1 Kor. 9, 23). Hij was er namelijk van overtuigd dat hij ook die fout had kunnen hebben, waarvan hij een ander wenste te bevrijden. En deze houding nam hij aan, omdat hij echt met anderen mee wilde lijden en niet om de schijn te redden, zoals sommigen durven veronderstellen.

De Heer Jezus Christus die ons navolgers van Hem wil maken, vermaant ons alle zwakheid te verdragen, om in liefdevolle verdraagzaamheid door te dringen tot iemands goede eigenschappen waarvan de charme ons vreugde verschaft. Christus zegt immers: ‘Niet de gezonden hebben een geneesheer nodig, maar wel de zieken’ (Mt. 9, 12).

Indien de liefde tot Christus ons zelfs verbiedt iemand af te stoten die misschien helemaal ziek is, omdat hij nog altijd genezen kan worden door het woord Gods, hoeveel te minder mogen wij dan iemand afstoten die ons helemaal ziek lijkt, alleen maar vanwege ons onvermogen bepaalde gebreken van hem te verdragen bij een eerste toenadering en een eerste poging tot vriendschap.

Of wat nog erger is: soms nemen wij zozeer aanstoot aan iemand dat wij tegenover zijn hele persoon een vooroordeel opvatten en ons niet schamen hem blindelings te veroordelen. Wij zouden er beter aan doen bang te zijn voor de woorden van Christus: ‘Oordeelt niet om niet geoordeeld te worden’, en: ‘Met de maat waarmee gij meet, zult gijzelf gemeten worden’ (Mt. 7, 1-2).

Dit is dus de wet van Christus: dat wij elkaars lasten dragen (vgl. Gal. 6, 2). Maar als wij Christus echt beminnen, dan zullen wij gemakkelijk de zwakheid van een ander verdragen, zelfs de zwakheid van een persoon die wij nog niet liefhebben om zijn eigen goede kwaliteiten. Wij zijn er ons immers van bewust dat de Heer die wij beminnen, voor hem gestorven is. Het is trouwens deze liefde die de apostel Paulus ons voorhoudt in de waarschuwing: ‘Dan gaat door uw kennis de zwakke verloren, de broeder voor wie Christus gestorven is’ (1 Kor. 8, 11).

Als u dus de zwakke mens naast u minder bemint vanwege zijn gebreken die hem zwak maken, denkt dan aan Christus die in hem aanwezig is en die voor hem gestorven is. Christus niet beminnen is echter geen zwakheid meer, maar dat is de dood. Daarom moeten wij ons er met grote zorg en onder het afsmeken van Gods ontferming op toeleggen, Christus niet te verwaarlozen vanwege de fouten van een mens. Wij zouden juist de zwakke mens moeten liefhebben om Christus.