Ter voorbereiding van de viering van de woensdag

Ter voorbereiding van de viering van de woensdag

Uit de preek van een onbekend schrijver uit de tweede eeuw

Laten we ons tot God keren die ons geroepen heeft

Mijn raad aangaande de matigheid was, dunkt me, niet onbelangrijk. Wie hem volgt, zal er geen spijt van hebben; hij zal zichzelf redden en ook mij die de raad gegeven heeft; het is immers geen kleine verdienste iemand van het dwaalspoor en de ondergang af te brengen en naar het heil te voeren. Dat zijn we aan God, onze Schepper, verschuldigd: te spreken en te luisteren in geloof en liefde. Laten we daarom, trouw aan wat we hebben geloofd, rechtvaardig en heilig zijn, om met vrijmoedigheid te kunnen bidden tot God, die gezegd heeft: ‘Terwijl ge nog spreekt, zal Ik u zeggen: hier ben Ik’ (Jes. 58, 9). Dit woord betekent een grote belofte; de Heer zegt immers van zichzelf dat Hij eerder gereedstaat om te geven dan wij om te vragen. Omdat we dus deel hebben aan een zo grote goedheid, moeten we elkaar niet benijden om de grote weldaden die we hebben ontvangen. Die woorden geven een grote vreugde aan hen die ernaar handelen, maar ze betekenen een even strenge veroordeling voor hen die er niet naar luisteren.

Broeders en zusters, we hebben een goede gelegenheid gekregen om tot inkeer te komen. Laten we daarom, nu we er de tijd toe hebben, ons tot God keren die ons roept, zo lang Hij nog bij ons is om ons te ontvangen. Als we onze lusten vaarwel zeggen en onszelf overwinnen in het verzaken aan onze boze begeerten, zullen we deel hebben aan de barmhartigheid van Jezus. Weet het wel: de dag van het oordeel is op komst als een brandende oven (Mal. 3, 19); een deel der hemelen zal verdwijnen en heel de aarde zal smelten als lood in het vuur. Dan worden de verborgen en de niet-verborgen werken van de mensen openbaar. Aalmoezen geven is een goede boete voor de zonde. Vasten is beter dan bidden en aalmoezen geven beter dan beide, want ‘de liefde bedekt tal van zonden’ (1 Petr. 4, 8). Bidden met een goed geweten redt van de dood. Gelukkig wie in dit alles volmaakt blijkt, want aalmoezen geven maakt de zonde lichter.

Bekeren wij ons dan met heel ons hart, opdat niemand van ons verloren gaat. Want als ons geboden werd de mensen af te brengen van de afgoden en hen te onderwijzen, hoeveel te meer moeten we er dan voor zorgen dat niemand die God reeds kent, verloren gaat? Laten we daarom elkaar helpen, ook om de zwakken tot het goede te voeren, opdat we allen gered worden. Laten wij elkaar bekeren en vermanen.