Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Uit een brief van Hadewijch († 1260)

Een vuur en een vlam van liefde

Gedenk wat de profeet Obadja zegt: het huis van Jakob zal een vuur zijn, het huis van Jozef zal een vlam zijn, het huis van Esau zal een veld vol stoppels zijn (vgl. Ob. 18). Jakob is ieder die overwint. Want met de kracht van de minne overwint Jakob God die hem dan overwint. In de strijd werd Jakob gewond en sedertdien was hij kreupel aan één zijde. Maar pas toen hij kreupel was geslagen, werd hem de zegen ook gegeven (Gen. 32, 25-31).

Zo moet het hem vergaan die als Jakob worden zal en die Gods zegen zal ontvangen. Wie strijden wil met God, moet zich inspannen om zo te overwinnen dat hij overwonnen wordt.

Gij moet uzelf zo algeheel om Hem verloochenen, dat gij geheel en al in lichterlaaie staat bij alles wat gij zijt en doet, zozeer dat niets voor u bestaat dan God alleen, lief noch leed, zwaar noch licht. Als gij voortdurend in die toestand blijft, dan is het huis van Jakob vuur.

Het huis van Jozef zal een vlam zijn. Zoals Jozef een verlosser was, een rechter voor zijn volk en broeders, zo moeten ook gij en zij die als Jozef werden, steeds leiding geven en bescherming bieden aan de anderen die dit nog niet voldoende zijn, en die gebukt gaan onder onvolwassenheid in minne; men zal ze met de grote vurigheid van een unieke minnebrand ontsteken en ze verlichten met de vlammen van een innige naastenliefde.

De overige medemensen zijn de Esaus. Hun woningen zijn de stoppels die zeer vlug in vuur en vlam gaan. Aldus zullen de gewone lieden door u tot liefde worden aangestoken, als gij u zo gedraagt. Ook dit behoort tot uw leidend ambt, dat gij de dorre stoppels zult ontsteken met goede voorbeelden en een fraaie levenswijze, met gebed, met raadgevingen, en zelfs ook met vermaningen (vgl. 1 Tim. 4, 12-13). En gij moet uw broeders voorgaan in oprechte liefde en hen helpen zo te minnen dat hun liefde uitgaat naar God, naar een rechtvaardig handelen voor Hem en naar de ware deugd. Gedenk steeds wat de Schrift zegt: ‘Laat ons bezonnen, rechtvaardig en vroom leven in deze tijd’ (Tit. 2, 12). Dit hoort bij uw bediening.