Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Uit het commentaar van de heilige priester Thomas van Aquino († 1274) op de brief aan de Galaten

De lof van het kruis

‘Ik wil op niets anders roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus,’ zegt Paulus (Gal. 6, 14). Zie, tekent Augustinus hierbij aan, daar waar de wijze van deze wereld schande meent te vinden, ontdekt de Apostel een schat; wat de één een dwaasheid toeschijnt, is voor de ander wijsheid en eer. Iedere mens stelt immers zijn eer in wat hem in eigen ogen groot maakt. Als hij zich groot waant omdat hij rijk is, stelt hij zijn eer in zijn rijkdom. Dit voorbeeld zou met andere aangevuld kunnen worden. Wie zich in niets anders groot acht dan in Jezus Christus, stelt zijn eer alleen in Hem. Zo iemand was de apostel Paulus. Daarom kon hij verklaren: ‘Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij’ (Gal. 2, 20). Hij roemt dan ook op Christus alleen, en vóór alles op het kruis van Christus. Waarom? Omdat daarin alles wordt gevonden waarop de mensen plegen te roemen.

Sommigen roemen op hun vriendschap met de groten van de aarde, zoals koningen en vorsten. Voor de Apostel is het kruis het voornaamste, want daarin ziet hij het duidelijkste teken van Gods vriendschap. ‘God bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor dat Christus voor ons is gestorven toen wij nog zondaars waren’ (Rom. 5, 8). Niets immers toont zozeer Gods liefde voor ons als Christus’ dood. Om die reden roept Gregorius uit: ‘Onschatbaar bewijs van uw liefde; om de slaaf vrij te kopen hebt Gij de Zoon prijsgegeven!’ (Paasjubelzang).

Anderen roemen op hun kennis. Maar de Apostel vindt deze in de hoogste graad in het kruis: ‘Ik had mij voorgenomen u geen enkele kennis te brengen dan die van Jezus Christus en zijn kruis’ (1 Kor. 2, 2). Want het kruis is de vervulling van de gehele wet; daar leert men de ware levenskunst.

Weer anderen roemen op hun macht. De Apostel bezat deze in de hoogste mate door het kruis: ‘De prediking van het kruis is een dwaasheid voor hen die verloren gaan, maar voor hen die gered worden, voor ons, is zij een goddelijke kracht’ (1 Kor. 1, 18).

Ook zijn er mensen die roemen op de vrijheid die zij verkregen hebben. Paulus heeft zijn vrijheid te danken aan het kruis. ‘Onze oude mens is met Christus gekruisigd zodat wij niet langer slaven zijn van de zonde’ (Rom. 6, 6).

Nog anderen roemen op het feit dat zij tot een bijzonder gezelschap behoren. Maar dank zij Christus’ kruis behoren wij tot de gemeenschap van de heiligen in de hemel. Want er staat geschreven: ‘God heeft vrede gesticht door het bloed, aan het kruis vergoten, om alles in de hemel en op aarde te verzoenen’ (Kol. 1, 20).

Tenslotte zijn er sommigen die roemen op de eretekens die zij als overwinnaar hebben ontvangen. Maar het kruis is het glorievolle teken van Christus’ overwinning op de boze machten, zoals wij lezen: ‘Hij heeft de heerschappijen en de machten ontwapend en publiek tentoongesteld. Hij heeft over hen getriomfeerd door het kruis’ (Kol. 2, 15). ‘Gezegend is het hout dat gerechtigheid brengt’ (Wijsh. 14, 7).