Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Uit een homilie van de heilige Asterius, bisschop van Amaseia († ca. 410)

Laten wij die wijze van herder-zijn navolgen die de Heer beoefende

Als gij God wilt navolgen, omdat gij naar zijn beeld zijt geschapen, volgt dan zijn voorbeeld na. Gij die christenen zijt, die door uw naam de menslievendheid verkondigt, volgt Christus’ liefde na.

Beschouwt de rijkdommen van Hem die, toen Hij door een mens tot de mensen zou komen, Johannes voor zich uit zond, de boeteprediker en leider. Vóór Johannes had Hij alle profeten uitgezonden om de mensen voor te houden tot inkeer te komen, op hun weg terug te keren en betere vruchten voort te brengen.

Spoedig daarna kwam Hij persoonlijk en met eigen mond riep Hij uit: ‘Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken’ (Mt. 11, 28). En hoe ontving Hij hen die zijn woord aanhoorden? Hij schonk hun gemakkelijk vergiffenis van hun zonden. Snel en in een ogenblik bevrijdde Hij hen van hun kwellingen. Het Woord maakte hen heilig, de Geest bevestigde hen, de oude mens werd in het water begraven en de nieuwgeborene bloeide op door de genade.

Wat waren de gevolgen daarvan? Die een vijand was geweest, werd een vriend. Wie een vreemde was, werd een zoon. Wie werelds was, werd heilig en vroom.

Volgen wij die manier van herder-zijn na die onze Heer beoefende. Laten wij het evangelie overwegen en daar als in een spiegel het voorbeeld zien van ijver en zachtmoedigheid, en laten wij deze deugden grondig leren.

Daar toch zie ik, in parabels en vergelijkingen, een herder van honderd schapen, die, toen er één van de kudde was afgedwaald en rondzwierf, niet bij de kudde bleef die ordelijk graasde. Maar om dat ene schaap te zoeken ging hij door vele kloven en dalen, besteeg grote en steile bergen, met veel moeite en in eenzaamheid zolang tot hij het verdwaalde schaap vond. Maar toen hij het gevonden had, sloeg hij het niet en joeg het niet met geweld terug naar de kudde, maar hij legde het op zijn schouders, behandelde het met zachtheid en droeg het terug naar de kudde, terwijl hij meer vreugde ondervond bij het terugvinden van dat ene, dan door het bezit van heel de overige menigte. Laten we dit beeld, dat door de duisternis van de vergelijking verhuld en verborgen is, eens nader beschouwen. Dit schaap betekent natuurlijk geen echt schaap en die herder is geen gewone herder; beide betekenen iets anders.

Deze voorbeelden bevatten heilige zaken. Ze manen ons immers dat wij bepaalde mensen niet als verloren en hopeloze gevallen moeten beschouwen, noch als ze in gevaar verkeren, hen mogen verwaarlozen, noch zelf traag mogen zijn om hulp te bieden. Laten we hen die van de rechte weg afwijken en verdwalen, op die weg trachten terug te brengen, ons over hun terugkeer verheugen en hen opnemen in de menigte van hen die goed en vroom leven.