Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Uit de geschriften van de priester Damiaan de Veuster († 1889)

Het geloof van een nederige mens kan wonderen doen

Indien gij iets schijnt te zijn en enig goed schijnt te doen, wees er nochtans van overtuigd dat ge niets zijt, dat ge niets kunt en dat ge niets doet uit uzelf. Wat ge hebt, heeft God u gegeven. Gij kunt niets goeds tot stand brengen dan door de genade. Wees er dus innig van overtuigd dat ge, na hard te hebben gewerkt en zelfs geslaagd te zijn, toch maar een onnutte dienaar zijt.

Het geloof van de mens die ongevoelig is geworden voor de hoogmoed, kan wonderen – zichtbare of onzichtbare – doen. Nederig-zijn lijkt niet veel te betekenen, maar is toch veel in werkelijkheid. De gesteldheid van de nederigheid behoedt ons voor het gevaar al de verdiensten van onze goede werken te verliezen en ons heel gewichtig te wanen, als men ons eer betuigt. We moeten de wereld minachten en er trots op gaan haar niet te kennen. Laten we ons niet schikken naar haar beginselen, noch haar goedkeuring of lofprijzing zoeken. We moeten er alleen mee omgaan voor zover het heil van de zielen dat vergt. Jezus Christus heeft de wereld en haar grondstellingen geminacht en zo deden ook de apostelen en de heiligen. De wereld heeft Jezus geminacht en minacht Hem nog in zijn kerk en in zijn werken. Laat het ons dus verheugen door de wereld geminacht te worden. Wij moeten haar lof en haar toejuichingen vrezen. Door het minachten van de wereld heeft Jezus Christus en hebben de apostelen en de heilige missionarissen de zielen bekeerd. De wereld zal ons nooit méér eerbiedigen dan wanneer zij van onze geringschatting overtuigd is. Als wij haar ontvluchten, dan zal zij ons zoeken. Maar zoeken wij haar en trachten wij haar na te volgen, dan zal zij ons verfoeien en niet naar ons luisteren.

Pater Damiaan de Veuster

Moge ik elk eerbetoon en alle lofprijzing die mij te beurt zouden vallen, altijd doorgeven aan God van wie ik de dienaar ben. Wanneer men het zo ziet, kan men de mensen maar beter laten begaan. Maar letten we toch op het altijd onwillige ik. Jezus Christus en zijn kerk zijn alles; ik, ik moet daarentegen mijzelf steeds wegcijferen. De nederigheid, gesteund door godsvertrouwen en gehoorzaamheid, kan wonderen doen en behoedt ons voor ontmoediging in tijden van tegenspoed. Trachten we altijd gelijkmoedig te blijven bij voorspoed en tegenslag.

We moeten werkelijk verlangen geminacht te worden en er ons in verblijden, als het ons overkomt. De lof van de mensen mag ons nooit meer beïnvloeden. Geen toegeeflijkheid voor onszelf. Laten wij erkentelijk zijn tegenover degenen die ons bedroeven of met minachting behandelen, en voor hen bidden. Om het zover te brengen, hebben we, buiten de genade, veel zelfverloochening nodig en een voortdurende versterving. Ten koste van deze prijs zullen we omgevormd worden in de gekruisigde Christus.