Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Uit de dogmatische brief van de heilige Sofronius, bisschop van Jeruzalem († 638), aan Sergius

De onvergelijkelijke God

De eniggeboren Zoon van de Vader, het Woord, is vóór alle tijden en eeuwen, zonder pijnen uit dezelfde God en Vader geboren. Door zijn barmhartigheid ontfermde Hij zich over onze gevallen menselijke natuur. Uit eigen beweging, door de wil van God de Vader en met de instemming van de Geest, is Hij tot onze menselijke geringheid afgedaald, zonder de schoot van zijn Vader te verlaten.

Hij heeft dezelfde wil als de Vader en de Geest, en zo ook hetzelfde oneindige wezen, een natuur zonder beperking of ruimtelijke verandering, zoals wij die kennen. Hij kon volgens zijn natuur een goddelijke daad stellen en betrad de reine schoot die schitterde van maagdelijke zuiverheid, van Maria, de heilige, stralende, de godvrezende, vrij van elke smet naar lichaam, ziel en gezindheid.

De Onlichamelijke is vlees geworden. Hij die naar zijn goddelijk wezen geen uiterlijke verschijningsvormen kent, heeft onze gestalte aangenomen. De Onlichamelijke heeft een lichaam aangenomen als het onze. Hij werd naar waarheid mens, maar bleef altijd God. Hij werd gedragen in de schoot van zijn moeder, terwijl Hij in de schoot van zijn eeuwige Vader bleef. De Ontijdelijke kreeg een begin in de tijd.

Hij werd dit alles niet in een schijnlichaam, maar in werkelijkheid en metterdaad, doordat Hij overeenkomstig de wil van zijn Vader zichzelf geheel ontledigde. Hij aanvaardde het hele maaksel dat wij zijn, dus met een lichaam zoals het onze, met een redelijke ziel, gelijk aan de onze, en met een geest, gelijkend op die van ons. Dat is een mens, zoals wij die kennen. En Hij is naar waarheid mens geworden door de hoogverheven ontvangenis van de maagd Maria. Hij wilde immers mens worden om ons als zijn gelijken te reinigen en als zijn verwanten te verlossen.

Daarom werd een heilige maagd gekozen; zij werd naar lichaam en ziel geheiligd. Zo verleende zij, rein, zuiver en onbevlekt, haar medewerking aan de menswording van haar Schepper.