Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Uit de verhandelingen van de heilige Hilarius, bisschop van Poitiers († 367), over psalm 2

Christus leidt als een herder de volken die Hem gegeven zijn

‘Vraag Mij, Ik geef u de volken als erfdeel, schenk u de aarde als eigendom’ (Ps. 2, 8). Christus heeft inderdaad, zoals Hij gevraagd had, de volken tot erfdeel gekregen. Hij vroeg er immers om toen Hij zei: ‘Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke’ (Joh. 17, 1). Dit is nu zijn erfenis: alle mensen het eeuwig leven schenken; dat alle volken na doopsel en onderrichting herboren worden tot het leven. Zij zijn niet meer, zoals staat in dat heilige lied van Mozes, onderworpen aan de heerschappij van de engelen, noch volgens hun rangorde onderverdeeld; neen, zij zijn opgenomen onder de bloedverwanten van de Heer, zij worden gerekend onder de huisgenoten van God, zij zijn vanuit het onrechtvaardige, zondige en oneerlijke rechtsdomein van tirannen overgebracht naar het eeuwige rijk van God. Nu is niet slechts Israël het deel van de Heer, of alleen Jakob zijn erfdeel (vgl. Deut. 32, 9), maar alle volken. Waren ze vroeger onderverdeeld volgens de rangorde bij de engelen, nu is het geheel van volken het ene volk Gods; en eeuwig is de erfenis van deze eeuwige erfgenaam, de Eerstgeborene van al wie uit de doden zullen opstaan.

“Ik geef u de volken als erfdeel”

‘Regeer hen met ijzeren scepter, sla hen in stukken als potten van klei’ (Ps. 2, 9). Voor velen die er verkeerde gedachten op nahouden of de kracht en de eigen aard van goddelijke uitspraken niet kennen, lijken deze woorden tegen Gods goedheid in te druisen. Gods Zoon zou de volken die Hij als eigendom gevraagd en als erfdeel gekregen heeft, regeren met de terreur van een ijzeren scepter en hen als potten van klei in stukken slaan. Een goed iemand geeft of ontvangt niet iets om het daarna te vernietigen. En Hij die liever de bekering van de zondaars wil dan hun dood (vgl. Ez. 33, 11), handelt klaarblijkelijk niet volgens zijn natuur, wanneer Hij hen die Hij als erfdeel gevraagd heeft, met een ijzeren scepter breekt. ‘Regeer hen’ kan echter ook betekenen: ‘hoed hen als een herder’, namelijk door zorg voor hen te dragen met de toewijding van een herder. Hij is immers de goede Herder, wij zijn de schapen voor wie Hij zijn leven gegeven heeft (vgl. Joh. 10, 1-15).

Dat met het woord ‘scepter’ de leer bedoeld wordt, is al bekend uit het Oude Testament. Er wordt gezegd: ‘De scepter van uw rijk is een scepter die leiding geeft’ (Ps. 45 (44), 7). De leiding die deze scepter ons geeft, is dezelfde als die van de leer die ons leidt over een rechte en voordelige weg. De scepter van het rijk is dan noodzakelijkerwijs de leer zelf van dat rijk. Met deze scepter regeert de Zoon de volken die Hem werden toevertrouwd. Deze scepter is niet vergankelijk, broos of breekbaar, maar van ijzer: dit is zeer sterk en van nature uiterst stevig.