Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Uit de brief van de diaken Geert Groote († 1384) over het geduld

Het doel van de navolging is aan Christus gelijkvormig te worden

Als wij delen in het lijden van Christus, zegt de Apostel tot de Romeinen, zullen wij ook delen in zijn verheerlijking (vgl. Rom. 8, 17).

Vandaar dat ik bijna altijd en overal de mensen voorhoud dat het lijden van onze Heer Jezus Christus altijd en als het ware telkens opnieuw ons voor de geest moet staan. Immers, dan zal geen enkele tegenslag de mens zo kunnen treffen dat hij daardoor uit zijn evenwicht raakt. Maar het lijden van Christus moet niet alleen door de overweging ons voor de geest staan, maar nog meer moet door het verdragen van kwellingen, tegenslagen en moeilijkheden ook affectief in ons het verlangen ontstaan om met Christus te lijden, opdat wij zodoende in werkelijkheid en metterdaad gelijkvormig worden aan Hem. Want door dat affectieve verlangen zoekt de geest naar gelegenheden om met Christus gekruisigd te worden, met Hem te lijden en voor niets te worden geacht. Uiteindelijk en hoofdzakelijk is dit de bedoeling van de overweging van Christus’ lijden; de herinnering alleen van zijn lijden heeft weinig waarde als zij niet gepaard gaat met het verlangen Christus ook na te volgen.

Daarom moeten wij bij de overweging van Christus’ lijden in het algemeen of van welk onderdeel van dit lijden ook, als het ware de stem van Christus uit de hemel horen, die zegt: ‘Doe dat en gij zult leven’ (Lc. 10, 28). Of: Ik heb voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten; gij moet in mijn voetstappen treden (vgl. 1 Petr. 2, 21). En wanneer de vrome ziel eenmaal begonnen is de mensheid van Christus boven alle aardse genot lief te hebben, en dus uit de wonden van Christus als het ware honing uit rotsen en olie uit keihard gesteente (vgl. Deut. 32, 13) zuigt en zo in aanraking komt met het inwendig leven van Christus, hoezeer zal zij dan niet verlangen gekweld en vernederd te worden, om zo aan haar grote minnaar te behagen en aan Hem gelijkvormig te worden! Ofschoon de ziel nog heel zwak is in de vele beproevingen en zij als beginneling nog dikwijls niet kan wat zij zou willen, neemt zij zich toch voor met Christus te lijden. Zij maakt zich als het ware voor het lijden gereed, zij vraagt om kracht van de Heer en verkrijgt die ook, zij schiet nog te kort en lijdt nederlagen, maar toch maakt zij voortgang, zij dankt God en put kracht uit de strijd, zich uitstrekkend naar wat voor haar ligt (vgl. Fil. 3, 13).

Door zo te handelen verloochent de mens zichzelf, neemt hij zijn kruis op en volgt hij Christus na (vgl. Mt. 16, 24). Want het kruis van Christus is: alle vrijwillig aanvaarden van lijden, kwellingen en versmadingen, waardoor de wereld voor de mens gekruisigd wordt, dat wil zeggen: dat datgene wat van de wereld is, door de mens wordt veracht, en hijzelf door de wereld, dat is door de wereldse mensen, wordt miskend (vgl. Gal. 6, 14). Dit is het kruis van Christus; en zoals de rivier ontspringt aan de bron en het licht aan de zon, zo ontstaat uit het lijden in ons de gelijkvormigheid aan Christus.