Ter voorbereiding van de viering van maandag 05-04-2021

Ter voorbereiding van de viering van maandag 05-04-2021

Uit een homilie over het paasfeest van Melito, bisschop van Sardes († vóór 190)

De verheerlijking van Christus

Begrijpt het, geliefden: het paasmysterie is nieuw en oud, eeuwig en tijdgebonden, vergankelijk en onvergankelijk, sterfelijk en onsterfelijk.

Het is oud in de wet, maar nieuw in het Woord; tijdgebonden als voorafbeelding, maar eeuwig als genade; vergankelijk als slachting van het lam, maar onvergankelijk door het leven van de Heer; sterfelijk omwille van de begrafenis, maar onsterfelijk door de opstanding uit de doden.

De wet is oud, maar het Woord is nieuw; de voorafbeelding is tijdgebonden, maar de genade is eeuwig. Het lam is vergankelijk, maar de Heer is onvergankelijk; als schaap werd Hij geslacht, maar als God verrees Hij.

Want, zie, ‘als een lam werd Hij ter slachtbank geleid’ (Jes. 53, 7), maar eigenlijk was Hij geen lam. ‘Zoals een schaap dat stom is voor zijn scheerders, heeft Hij zijn mond niet geopend’ (Jes. 53, 7), maar eigenlijk was Hij geen schaap. De voorafbeelding is voorbij, de werkelijkheid is er. In de plaats van het lam, is er God; in de plaats van het schaap, een mens; en in die mens is er Christus die het heelal omvat.

Het slachten van het lam, het paasritueel, de letter van de wet zijn in Christus voltooid. Al wat in de oude wet gebeurde, en zeker wat er in de nieuwe wet gebeurt, is op Hem gericht.

De wet is Woord geworden, de oude wet nieuw; beide kwamen uit Sion en uit Jeruzalem. Het gebod werd genade, de voorafbeelding werkelijkheid. Het lam werd Zoon, het schaap een mens en de mens werd God.

De Heer heeft zich omkleed met de mens; Hij heeft geleden omwille van hem die leed; Hij werd geketend omwille van hem die in boeien lag, geoordeeld omwille van de schuldige, begraven omwille van hem die begraven was. Maar daarna stond Hij op uit de doden en riep Hij met luide stem: ‘Wie staat tegenover Mij in zijn recht? Laat hem maar naar voren treden’ (Jes. 50, 8); Ik heb de schuldige vrijgesproken; Ik heb de dode tot leven gewekt; die begraven was, heb Ik doen verrijzen. Wie zal Mij weerstaan? Ik ben de Christus die de dood heeft vernietigd, de vijand heeft overwonnen, de hel heeft tenietgedaan; die de sterke heeft geketend; die de mens heeft opgevoerd naar de hoogte van de hemel.

Komt dan tot Mij, alle mensengeslachten, gedompeld in de zonden, en ontvangt de vergiffenis: Ik ben de vergiffenis van uw zonden, het paasfeest van uw heil; Ik ben het Lam dat voor u werd geslacht; Ik ben uw losprijs, uw leven, uw verrijzenis, uw licht, uw redding, uw koning. Ik voer u naar de hoogte van de hemel; Ik zal u opwekken; Ik toon u de hemelse Vader; door mijn rechterhand doe Ik u verrijzen.