Ter voorbereiding van de viering van de donderdag

Ter voorbereiding van de viering van de donderdag

Uit het commentaar van de heilige Cyrillus, bisschop van Alexandrië († 444), op het evangelie van Johannes

Als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen

Alles wat Christus op aarde had te doen, was nu volbracht. Maar wij moesten nog deel krijgen aan de goddelijke natuur van het Woord. Anders gezegd: wij moesten nog van ons eigen leven overgaan tot een ander leven, tot een geheel nieuwe en heilige levenswandel. Dit konden wij slechts bereiken door het ontvangen van de heilige Geest.

De meest geschikte tijd nu voor de zending en nederdaling van de Geest over ons was de tijd, die onmiddellijk volgde op het heengaan van onze Verlosser.

Zolang immers Christus nog in lichamelijke gestalte onder zijn volgelingen verbleef, toonde Hij zich aan hen, meen ik, als de gever van alle goeds. Maar toen het ogenblik gekomen was dat Hij moest opstijgen naar zijn Vader in de hemel, veranderde dit. Hij moest toen wel door de Geest aanwezig zijn bij zijn volgelingen en door het geloof wonen in ons hart. Zo zouden wij, met Hem in ons hart, vol vertrouwen kunnen uitroepen: ‘Abba, Vader’ (Gal. 4, 6), en ons zonder moeite toeleggen op alle deugden. Zo zouden wij ons bovendien sterk en onoverwinnelijk kunnen tonen tegenover de listen van de duivel en de aantijgingen van de mensen, omdat wij immers de Geest mochten bezitten die alles vermag.

Mensen over wie de Geest is gekomen om in hen te wonen, ondergaan een zekere verandering: hun leven wordt door Hem vernieuwd. Dit kan men gemakkelijk aantonen met voorbeelden zowel uit het oude als uit het nieuwe testament.

Toen de man Gods Samuël het woord richtte tot Saul, zei hij: ‘De Geest van de Heer zal u aangrijpen en gij zult een ander mens worden’ (1 Sam. 10, 6), En de heilige Paulus zegt: ‘Ons allen is het gegeven met onverhuld gelaat de glorie van de Heer te aanschouwen en herschapen te worden tot steeds heerlijker gelijkenis met Hem; zo werkt de Heer die Geest is’ (2 Kor. 3, 18).

Gij ziet dus hoe de Geest hen, in wie Hij woont, als het ware herschept. Hij maakt het immers mogelijk van de gewone ervaring van aardse zaken over te gaan tot de beschouwing van uitsluitend hemelse werkelijkheden. Hij verandert mensen die bang zijn voor de strijd in flinke en edelmoedige strijders. Ongetwijfeld waren ook de leerlingen eerst aards en bang en zijn zij later door de Geest zozeer gesterkt dat zij in tijden van vervolging niet werden overwonnen, maar onvervaard trouw bleven in hun liefde tot Christus.

Terecht zegt dus de Verlosser: ‘Het is goed voor u dat Ik naar de hemel terugkeer’ (vgl. Joh. 16, 7). Want toen brak het tijdstip aan dat de Geest zou nederdalen.