Ter voorbereiding van de viering van de dinsdag

Ter voorbereiding van de viering van de dinsdag

Uit een homilie van de heilige Johannes Chrysostomus, bisschop van Constantinopel († 407), op de eerste brief aan Timoteüs

Aansporing om te leven in het licht

‘Schittert hier als sterren in het heelal’ (Fil. 2, 15), zegt Paulus. Dit is immers de reden waarom de Heer ons hier achtergelaten heeft: wij moeten als sterren zijn, leermeesters worden voor de anderen, als een zuurdesem werken, als engelen zijn onder de mensen, als volwassenen onder kinderen, als geestelijke mensen onder zinnelijke. Die moeten daarmee hun voordeel doen; wij moeten het zaad zijn, zodat zij rijke vrucht kunnen dragen.

Er zouden geen woorden nodig zijn, als ons leven zo’n uitstraling had, en geen leermeesters, als wij onze daden lieten spreken. Er zouden geen heidenen meer zijn, als wij echte christenen waren, als wij de idealen van Christus hoog hielden, als wij onrecht en achterstelling verdroegen, als wij scheldwoorden met zegen en kwaad met goed vergolden. Als wij allen dat zouden opbrengen, zou niemand zo bot zijn dat hij niet meteen tot de ware godsdienst overging.

Om jullie dit te leren, stond Paulus alleen; en hij trok zoveel mensen aan. Als wij allemaal zo waren, hoeveel werelden zouden wij dan niet kunnen aantrekken. Kijk, er zijn meer christenen dan heidenen. In andere vakken kan één man aan honderd kinderen tegelijk les geven. Hier zijn veel meer leraren en veel meer leerlingen, maar niemand gaat vooruit.

Want leerlingen kijken naar de kwaliteit van hun leraren. En als zij zien dat wij dezelfde verlangens hebben, hetzelfde willen, namelijk macht en aanzien, hoe kunnen zij dan waardering krijgen voor het christendom? Zij zien een laakbaar gedrag, gehechtheid aan het materiële, een hoge waardering voor het geld, net als bij hen of nog veel meer: angst voor de dood, vrees voor armoede, afkeer van ziekte, een even sterk verlangen naar ereplaatsen en ambten, een kwellende gierigheid en zucht naar buitenkansjes. Hoe kunnen zij dan tot het geloof komen? Door wonderen? Maar die gebeuren niet. Door ons gedrag? Maar dat is slecht. Door onze liefde? Maar daar is geen spoor van te bekennen. Daarom zal ons rekenschap worden gevraagd over eigen zonden maar ook over de schade, aangericht bij anderen.

Laten wij eindelijk tot bezinning komen, wakker worden, op aarde een levenswijze tonen alsof wij al in de hemel zijn, en werkelijk zeggen: ‘Ons vaderland is in de hemel’ (Fil. 3, 20).