Ter voorbereiding van de heilige Mis op dinsdag 31-03-2020

Ter voorbereiding van de heilige Mis op dinsdag 31-03-2020

Uit de verhandeling van de heilige Augustinus, bisschop van Hippo († 430), over het evangelie van Johannes.

De volmaakte liefde

De Heer heeft precies gezegd, dierbare broeders en zusters, waarin de volmaakte liefde die wij elkander verschuldigd zijn, bestaat, toen Hij zei: ‘Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden’ (Joh. 15, 13). Zoals dezelfde evangelist in zijn brief zegt: ‘Zoals Christus zijn leven voor ons gegeven heeft, zo ook moeten wij ons leven geven voor onze broeders’ (1 Joh. 3, 16). Wij moeten elkander liefhebben zoals Hij ons liefheeft die zijn leven voor ons gegeven heeft.

Zo lezen wij in de Spreuken van Salomo: als gij neerzit om met een heerser te eten, kijk goed en begrijp wat voor u staat. Tast dan pas toe. Want weet dat gij zelf ook iets dergelijks zult moeten voorzetten (vgl. Spr. 23, 1) De tafel van de machtige is die waar wij het lichaam en het bloed ontvangen van Hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Wat betekent: aan tafel gaan zitten? Nederig naar Hem toegaan. Wat betekent: goed kijken en begrijpen voor u staat? Waardig zo’n grote gave overwegen. En wat betekent: tast dan pas toe, wel wetend dat gij zelf ook zo iets dergelijks zult moeten voorzetten? Dit betekent – wat ik trouwens al gezegd heb – dat wij ons leven voor onze broeders en zusters moeten geven, zoals Christus het zijne voor ons gegeven heeft. Zo zegt de heilige apostel Petrus: ‘Christus heeft voor ons geleden en ons een voorbeeld nagelaten; wij moeten in zijn voetstappen treden’ (1 Petr. 2, 21). Dat wil zeggen: iets dergelijks klaarmaken. Dat deden de martelaren met brandende liefde. Wanneer wij hun gedachtenis niet vergeefs vieren en bij de maaltijd waarmee ook zij gevoed zijn, tot de tafel des Heren naderen, dan moeten wij in navolging van hen iets dergelijks bereiden.

Immers, daarom gedenken wij bij die maaltijd de martelaren niet op dezelfde wijze als wij andere mensen gedenken die in vrede rusten en voor wie wij bidden, maar veeleer opdat zij voor ons bidden en wij in hun voetsporen zouden treden. Want zijzelf vervulden die liefde waarvan de Heer gezegd heeft dat er geen grotere kan zijn. Zij gaven aan hun broeders en zusters dezelfde grote gave als zijzelf aan de tafel van de Heer ontvingen.

Dit betekent niet dat wij daarom aan Christus, onze Heer, gelijk kunnen zijn als wij zelfs met ons bloed van Hem getuigd hebben. Hij bezat de macht om zijn leven te geven en het terug te nemen, maar wij, wij leven niet zolang als wij willen, en wij sterven, ook al willen wij het niet. Toen Hij stierf doodde Hij onmiddellijk in zichzelf de dood; wij worden in zijn dood bevrijd van de dood. Zijn lichaam zag het bederf niet, ons lichaam zal pas, na het bederf gezien te hebben, op het einde van de tijden door Hem met onbederfelijkheid worden bekleed. Hij had ons niet nodig om ons te redden, wij kunnen zonder Hem niets doen. Hij schonk zichzelf als wijnstok aan de ranken die wij zijn, wij kunnen los van Hem het leven niet bezitten.

Tenslotte, ook al kunnen mensen als broeders en zusters voor elkaar sterven, toch kan geen enkele martelaar zijn bloed vergieten tot vergiffenis van hun zonden, zoals Christus voor ons heeft gedaan. Aldus heeft Hij ons iets geschonken waarin we Hem niet kunnen navolgen, maar waarvoor wij Hem dankbaar moeten zijn. In zoverre dus de martelaren hun bloed hebben vergoten voor hun broeders en zusters, hebben zij gegeven wat zij van de tafel van de Heer hebben ontvangen. Laten wij dan elkaar beminnen, zoals Christus ons heeft liefgehad en zichzelf voor ons heeft overgeleverd.