Preek op 28-04-2024, de 5e zondag van Pasen, jaar B, pastoor Frank Domen

Preek op 28-04-2024, de 5e zondag van Pasen, jaar B, pastoor Frank Domen

Openingswoord

Broeders en zusters, welkom bij deze heilige Eucharistieviering. Het is fijn als mensen af en toe zeggen, dat zij van elkaar houden, maar toch zegt de apostel Johannes, dat wij niet moeten liefhebben met woorden en leuzen, maar met concrete daden. Tegen iemand zeggen “Ik hou van je” en even later niet willen helpen of tegen iemand uitvallen, is niet echt een teken van liefde. Zo geldt ook: gelovig zijn is niet alleen een kwestie van zeggen, maar ook van doen.

Er waren eens een rabbi en een zeepfabrikant. Op een dag zei de zeepmaker: “Na duizenden jaren van godsdienst is er nog steeds zo veel ellende. Wat heeft godsdienst dan te betekenen?”

De rabbi nam de man mee naar buiten. Daar liep een stel spelende jongens, die van onder tot boven onder de modder zaten. Hij zei: “Kijk naar hen. We hebben al generaties lang zeep, maar deze jongens zijn net als varkens. Wat heeft zeep dan voor zin?”

De zeepfabrikant zei: “Maar rabbi, zeep werkt alleen als het gebruikt wordt.” “Klopt – zei de rabbi – en met godsdienst is het niet anders.”

Beste mensen, geloven is vooral een kwestie van iets doen voor God en voor elkaar.

Voor de keren dat wij onze woorden niet ondersteunden met goede daden, vragen wij samen om vergeving.

Openingsgebed

Laat ons bidden. God, Gij opent de poort van het geloof voor alle volken van alle tijden. Wij vragen U: roep ook in deze tijd mensen, die zich wijden aan het gebed en de bediening van het woord. Vermeerder het aantal leerlingen, die van harte geloven in uw Zoon en elkaar liefhebben, zoals Hij ons bevolen heeft. Die met U leeft en heerst … Amen.

Kinder- en TienerWoordDienst

Preek

In het evangelie horen wij Jezus Christus zeggen “Los van Mij kunt gij niets”. Verreweg de meeste mensen willen het liefste onafhankelijk zijn. Zo zijn wij ook opgevoed. Mensen willen carrière maken, willen wat bereiken in het leven, en dat is goed. Ook als mensen eenmaal bejaard zijn, willen velen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen.

Vrijheid en ongebondenheid zijn voor veel mensen grote idealen. Het is echter nog maar de vraag of dit alles overeenstemt met hoe het leven werkelijk is. Als je gezond bent, als je maar voldoende geld hebt, als je voor veel mensen een vriend bent – want dan heb je ook veel vrienden, die jou af en toe helpen – ja, dan kun je behoorlijk zelfstandig door het leven gaan.

Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft, terwijl Ik blijf in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets.

Maar er zijn mensen voor wie dit niet meer geldt. Ze zijn flink ziek geweest of nog. Ze zijn door een plotseling ontslag en een dure hypotheek in financiële moeilijkheden gekomen. Er zijn mensen, die in korte tijd meerdere dierbaren hebben verloren.

Deze mensen hebben de beperkingen van het leven aan den lijve ondervonden. Zij weten, dat werkelijke vrijheid bestaat in het nemen van het leven zoals het komt. Wijze mensen zijn meestal niet de mensen, die door het leven rollen, maar zij, die door het leven getekend zijn.

Als Jezus zegt, dat wij los van Hem niets kunnen doen, dan heeft Hij al gezegd, dat Hij de wijnstok is en wij de ranken. De ranken waaraan de druiven groeien, krijgen hun voedsel via de wijnstok. Zonder de wijnstok gaan de ranken dood en dus ook de druiven.

Je zou ook kunnen zeggen: Jezus Christus is het hoofd en het hart. Wij zijn de lichaamsdelen. Hij en wij samen vormen één lichaam. Alle lichaamsdelen zijn afhankelijk van het hoofd en het hart – Jezus Christus – maar ook van elkaar. Een hand kan geen boek uit de kast pakken als er geen voeten zijn om naar de kast toe te lopen.

Wij kunnen niets zonder Jezus Christus. Maar in zijn liefde voor ons, in zijn solidariteit met ons, heeft Hij zichzelf ook van ons afhankelijk gemaakt. Hij wil zijn genade uitdelen aan de mensen, maar door de Kerk, een kerk van mensen. Wij zijn zijn handen en voeten. Door ons gaat Hij naar mensen toe om te helpen. Met ons hart en onze mond troost Hij mensen, die verdriet hebben.

Als je veel van iemand houdt, vind je het ook niet erg, integendeel, om van die ander afhankelijk te zijn. Je vertrouwt je graag aan de ander toe. Je kunt op de ander bouwen. De liefde komt van twee kanten.

Jezus Christus – en ook de Vader en de heilige Geest – houdt ontzettend veel van ons. Hij wil ons zo graag bij zich in de hemel hebben, dat Hij voor ons zijn leven gaf aan het Kruis en dat Hij weer opstond uit de dood als eerste van ons allen. Zijn goddelijke Hart verlangt naar ons. Hij is als het ware van ons afhankelijk geworden.

“Los van Mij kunt gij niets”, zegt Jezus. Daarom laat Hij als het ware zijn levenssappen in ons stromen, het water van het doopsel en het Bloed van de Eucharistie. Waarom zouden wij ons dan onafhankelijk van Hem willen opstellen? Wijze mensen weten, dat zij alleen maar kunnen overleven dankzij gebondenheid, aan God, en ook aan elkaar. Hebben wij al ervaren dat God kracht naar kruis geeft? Dat God ons draagt juist als het leven tegenzit? De rank die aan de wijnstok verbonden blijft zal nooit uitdrogen, zal altijd vruchten blijven dragen. Zo ook wij als wij altijd naar Gods kerk blijven gaan, blijven bidden, het goede blijven doen.

Als je echt liefhebt word je juist afhankelijk van elkaar. Je kunt niet meer zonder elkaar. Dan ga je vanzelf een gemeenschap opzoeken. Een kerkgemeenschap waarin jij andere mensen kunt dragen en waarin ook jijzelf gedragen wordt. Wij houden elkaar overeind. God houdt ons allen overeind.

Leven wij in vrijheid. Vrij van allerlei waanideeën, die mensen ons aanpraten. Het waanidee dat je niemand nodig. Jij hebt God nodig om het goede te kunnen doen, om eeuwig te kunnen leven. Je hebt je medemensen nodig. Zij hebben jou nodig. En … God heeft jou nodig.

Er was eens een man, die op een steile weg vol stenen een meisje ontmoette. Zij droeg haar broertje op haar rug. “Meisje,” zei de man, “wat draag jij een last.” Het meisje keek de man aan en zei: “Dat is geen last, dat is mijn broer.” Het is maar hoe je ernaar kijkt. Dat is wijsheid, liefde. Niet op jezelf leven, maar met en voor de ander.

Nog een kort verhaal. Er was eens een wijze soefimeester, die het gesproken woord als een vorm van geneeskracht beschouwde. Een nogal nuchtere man daagde hem uit of hij echt geloofde, dat woorden geneeskracht hadden.

De wijze soefimeester antwoordde – tegen zijn gewoonte in – met een botte vraag: “Wie bent u om zo’n domme vraag te stellen?” De nuchtere man voelde zich beledigd en vroeg: “Hoe kan een soefi zo grof zijn!?”

De wijze zei toen: “Als grove woorden u zo pijn kunnen doen, waarom twijfelt u er dan aan, dat er ook woorden zijn, die kunnen genezen!?”

Broeders en zusters, als onze wereld kan beter worden door mooie woorden, dan zeker door mooie daden. Geloof is iets wat wij vooral moeten doen. Maar wij kunnen het alleen maar doen als wij beseffen, dat God in ons woont. Hij is de bron waaruit wij liefde, kracht en wijsheid putten. Laten wij iedere dag even aan Hem denken. Amen.