Preek op 18-04-2022, Tweede Paasdag, jaar C, pastoor Frank Domen

Preek op 18-04-2022, Tweede Paasdag, jaar C, pastoor Frank Domen

Openingswoord

Beste medegelovigen, allemaal van harte welkom weer, ook de mensen thuis, die via livestream met ons verbonden zijn, fijn, dat jullie er ook zijn.

Een bijzonder woord van welkom aan onze Communicantjes en hun familie. Zij zullen zich zo aanstonds voorstellen …

Het is Tweede Paasdag, maar de eerste lezing gaat over Pinksteren. Zijn we dan al uitgekeken op Pasen dat we maar gauw doorgaan naar het volgende feest!?

Nee, Pasen is het grootste nieuws, dat ooit in de krant heeft gestaan. En we willen dat aan zo veel mogelijk mensen vertellen. Maar hoe dat het beste kan, zien wij met Pinksteren.

We moeten véél bidden tot de heilige Geest: dat Hij de versteende harten van mensen zacht maakt, open voor het goede nieuws.

Dat voorspelt de profeet Ezechiël, meer dan 1000 jaar vóór Christus. Hij zegt namens God: “Ik zal hun een nieuw hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste uitstorten; Ik zal het stenen hart uit het lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven, opdat ze mijn wetten in acht nemen en mijn geboden nauwlettend onderhouden. Zo zullen ze mijn volk zijn en Ik hun God” (Ez. 11, 19-20).

Op de dag van Pinksteren sluiten zo’n 3000 mensen zich bij de Kerk aan en de dagen daarop komen er nog meer bij.

Bidden wij om de komst van de Geest en gaan we dan werken. “Ora et Labora” – “Bidden en werken” – zei ooit de heilige Benedictus, de grondlegger van het westerse monnikendom.

Doen wij dat ook. Gaan we nu bidden en zingen, luisteren naar Gods Woord, om daarna met Gods Zegen te gaan werken.

Communicantjes voorstellen …

Openingsgebed

Laat ons bidden. God, Gij schenkt steeds nieuwe kinderen aan uw Kerk. Geef dat uw dienaren in hun levenswijze trouw blijven aan het sacrament, dat zij in geloof hebben ontvangen. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die … Amen.

Preek

Broeders en zusters, de Kerk is 2000 jaar geleden met een klein groepje mensen begonnen: 12 in getal. En met het eerste Pasen betrof het nog minder mensen: slechts twee vrouwen– Maria Magdalena en nog een andere Maria – haastten zich weg van het lege graf om hun vrienden te vertellen, dat Jezus uit de dood was opgestaan.

Deze vrouwen maakten een aardbeving mee en zagen een engel, die hen aansprak en zo kwam het goede nieuws bij de apostelen aan.

De instructies van de engel om dit nieuws verder te vertellen waren zó belangrijk, dat Jezus ook nog zelf aan hen verscheen om het gebod te geven: “Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen, dat zij naar Galilea moeten gaan en daar zullen zij Mij zien.”

Stel, dat deze twee Maria’s dit nieuws voor zichzelf hadden gehouden!? Omdat hun angst voor de overheid groter was geweest dan hun opwinding over de boodschap van de engel. Dan zou óns leven heel anders zijn geweest. Een leven zonder Jezus Christus! Wat zou dat leeg zijn geweest!

Wij, gelovigen, hebben ooit een eerste ontmoeting gehad met Jezus Christus. Misschien waren wij nog jong, misschien zijn wij op wat latere leeftijd tot geloof gekomen. Maar iemand heeft ertoe bijgedragen, dat wij Jezus Christus hebben leren kennen.

Lieve mensen, er is geen betere manier om het evangelie door te geven is dan te vertellen over onze eigen geloofservaring. Wij moeten laten zien, dat ons eigen leven omwille van de Verrijzenis vervuld is van hoop en vreugde.

Dat kan om kleine ervaringen gaan. Enige tijd geleden zat ik met een probleempje: hoe moet ik dat nu oplossen? Daar heb ik weinig verstand van! En dan gaat opeens de deurbel en is er iemand, die me kan helpen. Dat is geen toeval. God als Vader heeft dat zo geregeld.

Als wij, christenen, beter met moeilijkheden omgaan, dan zullen anderen op den duur aan ons vragen: “Hoe komt het dat jij in je hart zoveel vrede hebt!? Wat is jouw geheim!?”

De apostel Petrus zegt het zo: “… heiligt in uw hart Christus als de Heer. Weest altijd bereid tot verantwoording aan alwie u rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft (1 Pe. 3, 15).

Ik hoop, dat wij allen de verrezen Heer hebben ervaren. Laten wij dan als de twee Maria’s mensen over de verrezen Heer vertellen. Dat betekent niet, dat wij met een Bijbel in de hand door een winkelcentrum moeten gaan en iedereen moeten aanspreken. Maar als wij ergens zijn en wij raken aan de praat, vragen wij dan de Heer om het gesprek zo’n wending te geven, dat wij over Hem en het eeuwig leven kunnen beginnen.

Of wij vragen het aan onze eigen engelbewaarder en aan de engelbewaarders van die anderen. De twee Maria’s kregen het goede nieuws ook via een engel te horen. Ook de engelen staan te springen om mensen met dit goede nieuws vertrouwd te maken. Zij willen niets liever dan ons hierbij helpen.

Er zijn ook in onze tijd nog steeds mensen, die de verrijzenis ontkennen, juist zoals de hogepriesters in Jezus’ tijd dat deden. Maar dat mag ons niet afschrikken. Voordat Jezus Christus zelf die opdracht aan Maria Magdalena gaf, zei Hij haar om niet bevreesd te zijn.

Nu wil ik één kanttekening plaatsen: wij hebben niet een Boodschap zo van “met Jezus erbij wordt alles rozengeur en manenschijn”.

Laatst las ik in de onderrichtingen van de bisschop Cyrillus van Jeruzalem, gestorven in het jaar 346, over de pasgedoopten. Hij vertelde hoe mooi het is om door de doop de heilige Geest te ontvangen, kind van God te worden, erfgenaam van het Koninkrijk.

Maar, zei hij, dopen is éérst kopje ondergaan. Dat betekent, dat wij ook deel krijgen aan het lijden en sterven van Jezus Christus. We kunnen niet verrijzen en eeuwig leven krijgen als we niet éérst lijden en sterven. Het oude gaat weg, het nieuwe komt ervoor in de plaats.

En dat is een kwestie: we willen verrijzen. Maar dat we éérst moeten lijden en sterven … daar zijn we minder enthousiast over.

Maar sterven is niet alleen doodgaan op het einde van je leven. Sterven is ook je eigen wil aan de kant zetten. Iedereen van de familie wil fietsen. Alleen jij wil thuisblijven. Zet dan je eigen wil aan de kant. En spring op je fiets.

Je hart wordt dan leeg. Zoals het graf leeg is. Jezus Christus is er niet meer, maar het graf zit wel vol van Gods kracht. Stellen wij op Hem ons vertrouwen. Ook wij dragen het licht van het evangelie in ons. Laten wij strakjes allen heengaan om evangelist, om missionaris te zijn, ieder op zijn eigen plaats. Amen.