Dagboek van zuster Faustina Kowalksa (nummers 1751-1775)

Dagboek van zuster Faustina Kowalksa (nummers 1751-1775)

1751  ? O Jezus die in het Heilig Sacrament van het altaar verborgen zijt, mijn enige liefde en barmhartigheid, ik beveel U alle noden van mijn lichaam en ziel aan. U kunt mij helpen omdat U de barmhartigheid zelf bent. In U ligt al mijn hoop.

(113) [In het origineel volgt hier een hele lege bladzijde.]

?

(114 J.M.J.                                                                          Krakau-Pradnik, 2 juni 1938

Driedaagse retraite

1752  Onder de leiding van Meester Jezus die mij zelf beval om deze retraite te houden en die de dagen uitkoos waarop ik die moest houden, namelijk de drie dagen die aan Pinksteren vooraf gaan en die zelf deze retraite leidde.

Ik vroeg echter aan mijn biechtvader [waarschijnlijk pater Andrasz] of ik zo’n retraite kon houden en ik ontving zijn toestemming. Ik vroeg het ook aan moeder overste [Irene] en kreeg haar toestemming ook. Ik had besloten dat ik de retraite niet zou houden tenzij ik de toestemming van de oversten zou verkrijgen. Ik begon een noveen tot de Heilige Geest en wachtte op het antwoord van moeder overste. (115) Ik zou vandaag met de retraite moeten beginnen, maar ik heb nog geen bericht ontvangen van de beslissing van moeder overste.

Toen ik naar de kerk ging voor de avondgebeden zag ik de Heer Jezus tijdens de litanie. “Mijn dochter, wij beginnen met de retraite.” Ik antwoordde: “Jezus, mijn liefste Meester, ik vraag U om vergeving, maar ik kan de retraite niet houden omdat ik geen bericht ontvangen heb of moeder overste het toestaat of niet.” “Vrees niet, Mijn dochter, moeder overste heeft haar toestemming gegeven. Je zult het morgenochtend horen. Maar we moeten vandaag met de retraite beginnen.”

En inderdaad, moeder overste had die avond de zuster die tijdens mijn ziekte voor mij zorgt (zuster Davida] opgebeld en haar gevraagd mij te zeggen dat ik toestemming had om de retraite te houden, maar de zuster was vergeten het tegen mij te zeggen. Ze zei het pas de volgende morgen tegen mij (116) en ze bood zeer veel verontschuldigingen aan dat ze het mij de dag daarvoor niet verteld had. Ik antwoordde haar: “Zit er alsjeblieft niet over in. Ik ben al volgens de wens van de overste met mijn retraite begonnen.”

? De eerste dag

1753  ’s Avonds gaf Jezus mij het onderwerp voor de meditatie. In eerste instantie was mijn hart vervuld met vrees en vreugde. Toen drukte ik mijzelf dicht tegen Zijn hart aan en de vrees verdween.

Alleen de vreugde bleef over. Ik voelde mij helemaal als een kind van God en de Heer zei tegen mij: “Vrees niets. Wat aan anderen verboden is, is aan jou gegeven. De genaden die andere zielen nog niet eens gegeven zijn om te bespeuren, zelfs nog niet van een afstand, voeden jou iedere dag als je dagelijks brood.”

1754  “Overweeg, Mijn dochter, Wie het is met Wie je hart door de geloften zo innig verenigd is. Voordat Ik de wereld maakte, had Ik je lief met de liefde die je hart vandaag ervaart en door de eeuwen heen (117) zal Mijn liefde nooit veranderen.”

1755  Toepassing. Bij de gedachte aan Hem met Wie mijn hart gehuwd is, raakte mijn ziel in een diepe inkeer. Het uur ging voorbij alsof het een minuut was. In deze toestand van inkeer leerde ik de eigenschappen van God kennen. Omdat er een inwendig vuur van liefde in mij brandde, ging ik naar buiten in de tuin om af te koelen. Toen ik omhoog keek naar de hemel, laaide er een nieuwe vlam van liefde op in mijn hart.

1756  Toen hoorde ik de woorden: “Mijn dochter, heb je het onderwerp dat Ik je gaf uitgeput? Als dat zo is, geef Ik je een nieuw onderwerp.” Ik antwoordde:

“O oneindige Majesteit, de eeuwigheid zal niet genoeg zijn voor mij om U te leren kennen… Maar mijn liefde voor U is krachtiger geworden. Als teken van dankbaarheid leg ik mijn hart als een rozenknop aan Uw voeten. Moge haar geur Uw goddelijke hart nu en in eeuwigheid verheugen… Wat is het een paradijs voor een ziel wanneer het hart zichzelf zo door God bemind weet…”

1757  (118) “Vandaag zul je hoofdstuk vijftien uit het evangelie van St. Johannes lezen. Ik wil dat je het erg langzaam leest.”

 

Tweede meditatie

1758  “Mijn dochter, beschouw het leven van God dat in de Kerk gevonden wordt voor de redding en de heiliging van je ziel. Overweeg het gebruik dat je van deze schatten van genade, van deze inspanningen van Mijn liefde maakt.”

1759  Toepassing: o allermededogendste Jezus, ik heb niet altijd beseft hoe ik voordeel moest trekken uit deze onschatbare gaven omdat ik te weinig aandacht aan de gave zelf besteedde en te veel aan het vat waarin U mij Uw gaven gaf. Mijn allerliefste Meester, het zal van nu af aan anders zijn. Ik zal van Uw gaven het beste gebruik maken waartoe mijn ziel in staat is. Levend geloof zal mij ondersteunen. Wat ook de vorm mag zijn waarin U mij Uw genade zendt, ik zal ze aanvaarden als direct van U komend zonder het vat (119) waarin U haar zendt in overweging te nemen. Als het niet altijd in mijn macht ligt het met vreugde te aanvaarden, zal ik het altijd met onderwerping aan Uw heilige wil aanvaarden.

Conferentie over geestelijke oorlogvoering

1760  “Mijn dochter, Ik wil je over geestelijke oorlogvoering onderwijzen. Vertrouw nooit op jezelf, maar geef jezelf helemaal aan Mijn wil over. Neem in verlating, duisternis en bij verschillende twijfels je toevlucht tot Mij en je geestelijke leidsman. Hij zal je altijd antwoorden in Mijn Naam. Onderhandel met geen enkele bekoring. Sluit jezelf onmiddellijk op in Mijn hart en openbaar de bekoring bij de eerste gelegenheid aan de biechtvader. Stel je eigenliefde op de laatste plaats zodat ze je daden niet bevlekt. Verdraag jezelf met groot geduld. Verwaarloos inwendige verstervingen niet. Rechtvaardig voor jezelf de meningen van je oversten en je biechtvader altijd. Mijd mopperaars als een plaag. (120) Laat allen handelen zoals zij willen, jij moet handelen zoals Ik wil dat je doet.

Neem de regel zo getrouw mogelijk in acht. Als iemand je moeite veroorzaakt, bedenk dan wat je voor goeds kunt doen voor de persoon die je lijden veroorzaakte. Stort je gevoelens niet uit. Wees stil als je bestraft wordt. Vraag niet om de mening van iedereen, maar slechts om de mening van je biechtvader.

Wees zo open en eenvoudig als een kind tegen hem. Wordt door ondankbaarheid niet ontmoedigd. Onderzoek de wegen waarover Ik je leid niet nieuwsgierig. Wanneer verveling en ontmoediging tegen je hart aanslaan, loop dan van jezelf weg en verberg je in Mijn hart. Vrees de strijd niet. Moed jaagt op zichzelf bekoringen al vaak vrees aan en zij durven ons niet aan te vallen.

Vecht altijd met de diepe overtuiging dat Ik met je ben. Wordt niet door gevoel geleid, omdat dat niet altijd onder je controle valt, maar alle verdienste ligt in de wil. Wees altijd van je oversten afhankelijk, zelfs in de kleinste dingen. Ik zal je niet misleiden met vooruitzichten van vrede (121) en vertroostingen.

Bereid je integendeel op grote veldslagen voor. Weet dat je nu tot een hoge graad behoort waar[voor] de hele hemel en aarde naar je kijken. Vecht als een ridder zodat Ik je kan belonen. Wees niet al te bevreesd, want je bent niet alleen.”

Tweede dag

1761  “Mijn dochter, beschouw vandaag Mijn bittere lijden in al zijn uitgestrektheid. Overweeg het alsof het alleen ten behoeve van jou ondernomen was.”

1762  Toepassing: toen ik mijzelf in het goddelijk lijden begon onder te dompelen, werden de grote waarde van de menselijke ziel en het grote kwaad van de zonde aan mij geopenbaard.

Ik begreep dat ik niet wist hoe ik moest lijden. Met het doel verdiensten voor mijn lijden te verkrijgen, zal ik mijzelf als ik lijd inniger met het lijden van de Heer Jezus verenigen en Hem om genade voor stervende zielen vragen zodat de barmhartigheid van God hen in dit gewichtige ogenblik mag omhelzen.

(122) Tweede meditatie

1763  “Mijn dochter, overweeg de regel en de geloften die je Mij hebt aangeboden. Je weet hoe zeer Ik ze op prijs stel. Alle genaden die Ik voor de zielen van religieuzen heb, hangen samen met de regel en de geloften.”

1764  Toepassing: o mijn Jezus, ik voel mij schuldig aan vele tekortkomingen op dit punt, maar door Uw genade herinner ik mij geen enkele bewuste en vrijwillige overtreding van de regel of de religieuze geloften. Blijf mij behoeden, o mijn goede Jezus, want uit mijzelf ben ik zwak.

1765  “Mijn dochter, vandaag zul je voor je lezing hoofdstuk negentien van het evangelie van St. Johannes nemen.

Lees het niet alleen met je lippen maar met je hart… “

1766  Tijdens deze lezing werd mijn ziel met diep berouw vervuld. Ik zag al de ondankbaarheid van de schepselen jegens hun Schepper en Heer. Ik vroeg God om mij voor geestelijke blindheid te beschermen.

 

Conferentie over offer en gebed

1767  (123) “Mijn dochter, Ik wil je erover onderrichten hoe je door offer en gebed zielen kunt redden. Je zult door gebed en lijden meer zielen redden dan een missionaris door zijn onderwijs en preken alleen zal doen. Ik wil je als een offer van levende liefde zien, want dan alleen heeft het waarde voor Mij. Je moet vernietigd en verwoest zijn en leven alsof je in de allergeheimste diepten van je wezen dood bent. Je moet verwoest zijn in die geheime diepte waarin het menselijk oog nooit is doorgedrongen. Dan zal Ik in jou een aangenaam offer vinden, een brandoffer vol zoetheid en geur. Groot zal je macht zijn ten behoeve van wie je ook maar voorbede doet. Uitwendig moet je offer er zo uitzien: stil, verborgen, doortrokken met liefde, gedrenkt in gebed. Mijn dochter, ik eis dat je offer zuiver is en vol nederigheid zodat Ik er welbehagen in kan vinden. Ik zal niet zuinig zijn met Mijn genade zodat je in staat zult zijn om te vervullen wat Ik van je vraag.

Om je illusies te besparen wil Ik je er nu over onderrichten waaruit (124) je brandoffer in het leven van iedere dag zal bestaan. Je moet alle lijden met liefde aanvaarden. Word niet bedroefd als je hart vaak weerzin en afkeer voor offers ervaart. De hele kracht ervan ligt in de wil en dus zullen deze tegengestelde gevoelens de waarde van het offer in Mijn ogen geenszins verlagen maar vergroten. Weet dat je lichaam en ziel vaak in het midden van vuur zullen zijn. Alhoewel je Mijn tegenwoordigheid in sommige gevallen niet zult voelen, zal Ik altijd met jou zijn. Vrees niet, Mijn genade zal met je zijn… “

Derde dag

1768  “Mijn dochter, overweeg in deze meditatie de liefde tot de naaste. Wordt je liefde voor je naaste door Mijn liefde geleid? Bid je voor je vijanden? Wens je het goede toe aan hen die je op een of andere manier verdriet bezorgd hebben of je beledigd hebben?

Weet dat wat voor goeds je ook maar (125) aan enige ziel doet, Ik dat aanvaard alsof je het aan Mij gedaan had.”

1769  Toepassing: o Jezus, mijn Liefste, U weet dat het nog maar sinds kort is dat ik jegens mijn naaste geheel door Uw liefde geleid heb gehandeld. U alleen weet van mijn inspanningen om dit te doen. Het gaat me nu gemakkelijker af, maar als Uzelf die liefde niet in mijn ziel zou ontsteken zou ik niet in staat zijn om hierin te volharden. Dit is dankzij Uw eucharistische liefde die mij dagelijks in vuur en vlam zet.

Tweede meditatie

1770  “Nu zul je Mijn liefde in het Heilig Sacrament beschouwen. Hier ben Ik helemaal van jou [met] ziel, lichaam en goddelijkheid als je Bruidegom. Je weet wat de liefde vraagt. Slechts één ding: wederkerigheid… “

1771  Toepassing: o mijn Jezus, U weet dat ik U verlang lief te hebben met een liefde waarmee geen enkele ziel (126) U ooit eerder liefgehad heeft. Ik zou willen dat de hele wereld in liefde voor U, mijn Verloofde, veranderd werd. U voedt mij met de honing en de melk van Uw hart. Vanaf mijn vroegste jeugd hebt U mij voor Uzelf alleen opgevoed zodat ik zou weten hoe ik U nu zou moeten liefhebben. U weet dat ik U liefheb, want U alleen kent de diepte van het offer dat ik U iedere dag aanbied.

1772  Jezus zei tegen mij: “Mijn dochter, ondervind je enige moeilijkheden in deze retraite?” Ik antwoordde dat ik die niet had. In deze retraite is mijn geest als een bliksemstraal. Ik dring met groot gemak in alle verborgenheden van het geloof door. Mijn Meester en Leidsman, onder de straal van Uw licht verdwijnt alle duisternis uit mijn denken.

1773  “Vandaag zul je voor je geestelijke lezing hoofdstuk eenentwintig van het evangelie van St. Johannes nemen. Laat het je hart meer voeden dan je denken.”

1774  (127) Tijdens de bijeenkomsten voor gebed in juni zei de Heer tegen mij: “Mijn dochter, Mijn genade rust in je hart. Toen Ik Mijzelf op Witte Donderdag achterliet in het Heilig Sacrament, had Ik jou zeer sterk in Mijn gedachten.”

1775  Na deze woorden spande mijn liefde zich geweldig in om tegenover Hem tot uitdrukking te brengen wat Hij voor mij was, maar ik kon geen woorden vinden en barstte in mijn hulpeloosheid in tranen uit. Jezus zei: “Voor jou ben Ik de barmhartigheid zelf. Daarom vraag Ik je Mij je ellende aan te bieden en juist deze hulpeloosheid van jou. Op deze wijze zul je Mijn hart verheugen.”

 

Wil je het hele dagboek lezen of zelfs kopen,
klik dan hier