Dagboek van zuster Maria Faustina Kowalksa (nummers 1201-1225)

Dagboek van zuster Maria Faustina Kowalksa (nummers 1201-1225)

1201  Ik voel mij hier echter zo ongezond dat ik verplicht ben in bed te blijven. Ik voel overal in mijn borst vreemde, scherpe pijnen. Ik kan zelfs mijn hand niet bewegen. Op een nacht moest ik helemaal bewegingloos blijven liggen omdat het mij toescheen dat alles in mijn longen zou scheuren als ik zou bewegen. De nacht duurde eindeloos. Ik verenigde mij met de gekruisigde Jezus en ik smeekte de hemelse Vader ten behoeve van de zondaren. Ze zeggen dat longziekten niet zulke scherpe pijnen veroorzaken, maar ik lijd voortdurend aan deze scherpe pijnen. Mijn gezondheid is hier zo achteruitgegaan dat ik in bed moet blijven en zuster N. [waarschijnlijk zuster Helena203)] zegt dat ik niet beter zal worden omdat het klimaat in Rabka niet voor iedere zieke gunstig is.

1202  Ik kon vandaag zelfs niet naar de Heilige Mis gaan of de Heilige Communie ontvangen, maar te midden van het lichamelijke en geestelijke lijden bleef ik herhalen: “Moge de wil van de Heer gedaan worden. Ik weet dat Uw milddadigheid geen grens heeft.” Toen hoorde ik een engel die mijn hele levensgeschiedenis en alles wat die bevatte, uitzong. Ik was verbaasd, maar werd ook versterkt.

1203  St. Jozef spoorde mij aan om een voortdurende devotie tot hem te hebben. Hij zei mij zelf om eens per dag drie gebeden [het Onze Vader, het Weesgegroet en het Eer aan de Vader] en het Memorare204) te bidden. Hij keek zeer vriendelijk naar mij en liet mij weten hoezeer hij dit werk [van de barmhartigheid] steunt. Hij heeft mij zijn bijzondere hulp en bescherming beloofd. Ik bid de gevraagde gebeden iedere dag en voel zijn bijzondere bescherming.

(56) 1 augustus 1937. Eendaagse retraite

1204  Een retraite van lijden. O Jezus, in deze dagen van lijden ben ik niet tot enig gebed in staat. De druk op mijn lichaam en ziel is toegenomen. O mijn Jezus, U ziet immers dat Uw kind wegkwijnt. Ik doe mijzelf niet langer geweld aan, maar onderwerp mijn wil eenvoudig aan de wil van Jezus. O Jezus, U bent altijd Jezus voor mij.

1205  Toen ik te biechten ging, wist ik zelfs niet hoe ik moest biechten. De priester [waarschijnlijk pater Casimir Ratkiewicz205)] herkende de toestand waarin mijn ziel verkeerde echter onmiddellijk en zei tegen mij: “Ondanks alles ben je op de weg naar verlossing. Je bent op de goede weg, maar God zou je ziel in deze duisternis en donkerte kunnen laten tot de dood en het vroegere licht zou nooit terug kunnen keren. Maar geef jezelf in alle dingen over aan de wil van God.”

1206  Vandaag ben ik een noveen tot Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming begonnen voor drie intenties. Ten eerste dat ik de weleerwaarde Dr. Sopocko zou kunnen ontmoeten. Ten tweede dat God dit werk zal bespoedigen en ten derde ter intentie van mijn vaderland.

1207  10 augustus. Vandaag keer ik in het gezelschap van een van de zusters naar Krakau terug. Mijn ziel is in lijden gehuld. Ik verenig mijzelf voortdurend met Hem door een wilsdaad. Hij is mijn kracht en sterkte.

1208  Wees gezegend, o God, voor alles wat U mij zendt. Er gebeurt niets onder de zon zonder Uw wil. Ik kan niet in Uw geheimen met betrekking tot mijzelf doordringen, maar ik druk mijn lippen tegen de kelk die U mij aanbiedt.

1209  (57) Jezus, ik vertrouw op U.

Noveen tot de Goddelijke Barmhartigheid206)

die Jezus mij gelastte op te schrijven en voor het feest van de Barmhartigheid te houden. Het begin is op Goede Vrijdag.

“Ik verlang dat je gedurende deze negen dagen zielen naar de bron van Mijn barmhartigheid brengt opdat zij daaruit kracht en verkwikking mogen putten en welke genaden zij ook maar nodig hebben in de moeilijkheden van het leven en in het bijzonder op het uur van de dood.

Op iedere dag zul je een andere groep zielen naar Mijn hart brengen en hen onderdompelen in deze oceaan van Mijn barmhartigheid. Ik zal al deze zielen in het huis van Mijn Vader brengen. Je zult dit in dit leven doen en in het volgende. Ik zal aan geen enkele ziel die jij naar de fontein van Mijn barmhartigheid zult brengen, iets weigeren. Op iedere dag zul je Mijn Vader op grond van Mijn bitter lijden om genaden voor deze zielen smeken.”

Ik antwoordde: “Jezus, ik weet niet hoe ik deze noveen moet houden en welke zielen ik het eerst naar Uw allermededogendste hart moet brengen.” Jezus antwoordde mij dat Hij mij zou vertellen welke zielen ik iedere dag naar Zijn hart moest brengen.

Eerste dag

1210  “Breng vandaag de hele mensheid bij Mij, in het bijzonder alle zondaren en dompel hen onder in de oceaan van Mijn barmhartigheid. Op deze wijze zul je Mij troosten in het bittere verdriet waarin het verlies van zielen Mij stort.”

1211  Allerbarmhartigste Jezus wiens diepste aard het is om medelijden met ons te hebben en ons te vergeven, zie niet op onze zonden maar op het vertrouwen dat (58) wij in Uw oneindige goedheid stellen. Ontvang ons allen in de schuilplaats van Uw allermededogendste hart en laat ons er nooit uit ontsnappen. Wij smeken dit van U door Uw liefde die U met de Vader en de Heilige Geest verenigt.

O, almacht van de Goddelijke Barmhartigheid

Zaligheid van zondige mensen

U bent een zee van barmhartigheid en medelijden

U staat hen bij die U nederig smeken

Eeuwige Vader, keer Uw barmhartige blik naar de hele mensheid en in het bijzonder naar de arme zondaren die allemaal door het allermededogendste hart van Jezus omvat worden. Toon ons omwille van Zijn bitter lijden Uw barmhartigheid zodat wij de almacht van Uw barmhartigheid mogen prijzen in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Tweede dag

1212  “Breng vandaag de zielen van priesters en religieuzen bij Mij en dompel hen onder in Mijn ondoorgrondelijke barmhartigheid. Zij waren het die Mij de kracht gaven om Mijn bitter lijden te verdragen. Door hen vloeit Mijn barmhartigheid als door rivierbeddingen uit over de mensheid.”

1213  Allerbarmhartigste Jezus van Wie alles komt wat goed is, vermeerder Uw genade in ons zodat wij waardige daden van barmhartigheid mogen verrichten en dat allen die ons zien de Vader der barmhartigheid die in de hemel is mogen verheerlijken.

De fontein van Gods liefde

Woont in zuivere harten

Die gereinigd zijn in de zee van barmhartigheid

Stralend als sterren, helder als de dageraad

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik (59) naar de kring [van uitverkorenen] in Uw wijngaard. [Vestig die] op de zielen van priesters en religieuzen en begiftig hen met de kracht van Uw zegen. Omwille van de liefde van het hart van Uw Zoon waarin zij gehuld zijn, deel aan hen Uw kracht en licht mee zodat zij in staat zullen zijn om anderen op de weg van de zaligheid te leiden en Uw grenzeloze barmhartigheid in de eindeloze eeuwigheid eenstemmig lof toe te zingen. Amen.

Derde dag

1214  “Breng vandaag alle vrome en gelovige zielen bij Mij en dompel hen onder in de oceaan van Mijn barmhartigheid. Deze zielen brachten Mij vertroosting op de kruisweg. Zij waren die druppel troost midden in een oceaan van bitterheid.”

1215  Allerbarmhartigste Jezus, uit de schatkamer van Uw barmhartigheid deelt U in grote overvloed Uw genaden mee aan een ieder en aan allen. Ontvang ons in de schuilplaats van Uw allermededogendste hart en laat ons er nooit uit ontsnappen. Wij smeken U dit door die zeer wondervolle liefde voor de hemelse Vader waarmee Uw hart zo vurig brandt.

De wonderen van de barmhartigheid zijn ondoorgrondelijk

Noch de zondaar noch de rechtvaardige zal ze peilen

Wanneer U een medelijdend oog op ons slaat

Trekt U ons allemaal dichter tot Uw liefde

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de getrouwe zielen als op de erfenis van Uw Zoon. Verleen hen omwille van Zijn bitter lijden Uw zegen en omgeef hen met Uw voortdurende bescherming. Zo zullen zij nooit in liefde tekort schieten of de schat van het heilig geloof verliezen, maar veeleer met alle engelenscharen en heiligen Uw grenzeloze barmhartigheid verheerlijken in de eindeloze eeuwigheid. Amen.

(60) Vierde dag

1216  “Breng Mij vandaag degenen die nog niet in Mij geloven en die Mij nog niet kennen. (zie noot 1) Tijdens Mijn bitter lijden dacht Ik ook aan hen en hun ijver in de toekomst troostte Mijn hart. Dompel hen onder in de oceaan van Mijn barmhartigheid.”

1217  Allermededogendste Jezus, U bent het licht van de hele wereld. Ontvang de zielen van hen die nog niet in U geloven en die U nog niet kennen in de schuilplaats van Uw allermededogendste hart. Laat de stralen van Uw genade hen verlichten zodat ook zij samen met ons Uw heerlijke barmhartigheid mogen verhogen. Laat hen niet uit de schuilplaats van Uw allermededogendste hart ontsnappen.

Moge het licht van Uw liefde

De zielen die in duisternis zijn verlichten.

Geef dat deze zielen U zullen kennen

En samen met ons Uw barmhartigheid zullen verhogen

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de zielen van hen die nog niet in U geloven en naar hen die U nog niet kennen, maar die omsloten zijn door het allermededogendste hart van Jezus. Trek hen naar het licht van Uw evangelie. Deze zielen weten niet wat het voor een groot geluk is om U lief te hebben. Geef dat ook zij de edelmoedigheid van Uw barmhartigheid in de eindeloze eeuwigheid mogen prijzen. Amen.

Noot 1. De oorspronkelijke woorden van de Heer waren: de heidenen. Maar reeds in het begin van zijn pontificaat verordende de vooruitziende paus Johannes XXIII dat dit woord in de officiële gebeden van de Kerk (om te beginnen in de plechtige gebeden op Goede Vrijdag voor deze intentie) veranderd moest worden in de omschrijving die in dit gebed hierboven gebezigd wordt. Elke paus na hem heeft dit gebruik gehandhaafd.

Vijfde dag

1218  “Breng vandaag de zielen van de afgescheiden broeders (zie noot 2) bij Mij en dompel hen onder in de oceaan van Mijn barmhartigheid. Tijdens Mijn bitter lijden verscheurden zij Mijn lichaam en Mijn hart, dat is Mijn Kerk. Wanneer zij terugkeren tot eenheid met de Kerk genezen Mijn wonden en zo verlichten zij Mijn lijden.”

1219  Allerbarmhartigste Jezus die de goedheid zelf bent, U weigert het licht niet aan hen die het bij U zoeken. Ontvang de zielen van onze afgescheiden broeders in de schuilplaats van Uw allermededogendste hart. Trek hen door Uw licht tot de eenheid van de Kerk en laat hen niet ontsnappen uit de schuilplaats van Uw allermededogendste hart, maar maak dat ook zij de edelmoedigheid van Uw barmhartigheid zullen prijzen.

(61) Zelfs voor hen die het gewaad van Uw eenheid hebben verscheurd

Vloeit de bron van barmhartigheid uit Uw hart

De almacht van Uw barmhartigheid, o God

Kan deze zielen ook uit de dwaling leiden

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de zielen van de afgescheiden broeders die Uw zegeningen hebben verkwist en Uw genaden hebben misbruikt door koppig in hun dwalingen te volharden.

Zie niet op hun dwalingen, maar op de liefde van Uw eigen Zoon en op Zijn bitter lijden dat Hij omwille van hen onderging, aangezien ook zij een plaats hebben in het allermededogendste hart van Jezus. Maak dat ook zij Uw grote barmhartigheid mogen prijzen in de eindeloze eeuwigheid. Amen.

Noot 2. De oorspronkelijke woorden van de Heer waren: ketters en scheurmakers, want Hij sprak tot zuster Faustina in de taal van haar tijd.

Vanaf het Tweede Vaticaans Concilie hebben de kerkelijke overheden in overeenstemming met de verklaring die in het conciliedecreet over de oecumene gegeven is, het beter geacht deze benamingen niet te gebruiken. Sedert het Concilie heeft elke paus dit gebruik opnieuw bevestigd. Zuster Faustina zou daar zelf zeker in toegestemd hebben omdat haar hart altijd in overeenstemming was met de geest van de Kerk.

Als zij eens vanwege de beslissingen van haar oversten of biechtvader niet in staat was om de ingevingen of opdrachten van de Heer uit te voeren zei zij: “O mijn Jezus excuseer mij, maar ik stel de stem van de Kerk boven de stem waarmee U mij toespreekt”. (Aantekeningenboek I, 205) De Heer stemde met haar handelwijze in en prees haar erom.

Zesde dag

1220  “Breng vandaag de zachtmoedige en nederige zielen en de zielen van

de kleine kinderen bij Mij en dompel hen onder in Mijn barmhartigheid. Deze zielen lijken het meest op Mijn hart. Zij sterkten Mij gedurende Mijn bittere doodsstrijd. Ik zag hen als aardse engelen die de nachtwaken zouden houden bij Mijn altaren. Ik stort hele stromen van genade over hen uit. Alleen de nederige ziel is in staat om Mijn genade te ontvangen. Ik begunstig nederige zielen met Mijn vertrouwen.”

1221  (62) Allerbarmhartigste Jezus, U hebt zelf gezegd: “Leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart.” Ontvang alle zachtmoedige en nederige zielen en de zielen van de kleine kinderen in de schuilplaats van Uw allermededogendste hart. Deze zielen brengen de hele hemel in verrukking en zij zijn de gunstelingen van de hemelse Vader. Zij zijn een zoetgeurend boeket voor de troon van God. God zelf schept behagen in hun geur. Deze zielen hebben een vaste verblijfplaats in Uw allermededogendste hart. O Jezus, en zij zingen zonder ophouden een loflied van liefde en barmhartigheid.

1222  Een werkelijk zachte en nederige ziel

Ademt reeds hier op aarde de lucht van het paradijs in

In de geur van haar nederige hart

Verheugt zich de Schepper zelf

1223  Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de zachtmoedige en nederige zielen en de zielen van de kleine kinderen die omgeven worden door de schuilplaats die het allermededogendste hart van Jezus is. Deze zielen lijken het meest op Uw Zoon. Hun geur stijgt van de aarde op en bereikt Uw troon. Vader van barmhartigheid en van alle goedheid, ik smeek U door de liefde die U deze zielen toedraagt en door de vreugde die U in hen schept, zegen de hele wereld opdat alle zielen samen de lofprijs van Uw barmhartigheid mogen zingen in de eindeloze eeuwen der eeuwen. Amen.

Zevende dag

1224  “Breng vandaag de zielen bij Mij die Mijn barmhartigheid bijzonder vereren en verheerlijken (zie noot 3) en dompel ze onder in Mijn barmhartigheid. Deze zielen waren het meest bedroefd over Mijn lijden en drongen het diepst in Mijn geest door. Zij zijn levende afbeeldingen van Mijn medelijdende hart. Deze zielen zullen met een bijzondere glans schitteren in het hiernamaals. Niet een van hen zal naar het vuur van de hel gaan. Ik zal ieder van hen op bijzondere wijze verdedigen op het uur van de dood.”

1225  (63) Allerbarmhartigste Jezus wiens hart de liefde zelf is, ontvang in de schuilplaats van Uw allermededogendste hart de zielen van hen die de grootheid van Uw barmhartigheid in het bijzonder verheerlijken en vereren. Deze zielen zijn machtig met de kracht van God zelf. Temidden van alle verdriet en tegenspoeden gaan ze voorwaarts, vertrouwend op Uw barmhartigheid. Deze zielen zijn met Jezus verenigd en dragen de hele mensheid op hun schouders. Deze zielen zullen niet streng geoordeeld worden, maar Uw barmhartigheid zal ze omhelzen als zij uit dit leven scheiden.

Een ziel die de goedheid van haar Heer prijst

Wordt bijzonder door Hem bemind

Zij is altijd dicht bij de levende fontein

En onttrekt genaden aan de Goddelijke Barmhartigheid.

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de zielen die Uw grootste eigenschap, Uw onpeilbare barmhartigheid, verheerlijken en vereren en die besloten zijn in het allermededogendste hart van Jezus.

Deze zielen zijn een levend evangelie. Hun handen zijn vol daden van barmhartigheid en hun geest die overvloeit van vreugde, zingt een loflied van barmhartigheid tot U, o Allerhoogste! Ik smeek U, o God, toon hen Uw barmhartigheid overeenkomstig de hoop en het vertrouwen die door hen op U gesteld worden.

Laat in hen de belofte van Jezus vervuld worden die tegen hen zei: “Ik zal zelf die zielen die Mijn onpeilbare barmhartigheid zullen vereren gedurende hun leven en in het bijzonder op het uur van de dood als Mijn eigen eer verdedigen.”

Noot 3. De tekst geeft aanleiding te concluderen dat in het eerste gebed, dat tot Jezus de Verlosser gericht is, voor de slachtofferzielen en de contemplatieve zielen gebeden wordt. Dat zijn die personen die zich vrijwillig aan God offeren voor de redding van hun naasten. Zie Kol. l :24; 2 Kor.4: 12.

Dit verklaart hun innige vereniging met de Heiland en de buitengewone krachtdadigheid die hun onzichtbare activiteit voor anderen heeft.

In het tweede gebed, gericht tot de Vader van Wie “elke goede gave, elk volmaakt geschenk neerdaalt” (Jak. l: 1 7), bevelen we de actieve zielen aan die de devotie tot de Goddelijke Barmhartigheid verspreiden en daarbij alle andere werken verrichten die bijdragen tot de geestelijke en stoffelijke verheffing van hun broeders.

Wil je het hele dagboek lezen of zelfs kopen,
klik dan hier