Dagboek van zuster Maria Faustina Kowalksa (nummers 1376-1400)

Dagboek van zuster Maria Faustina Kowalksa (nummers 1376-1400)

1376  De Heer gaf mij door middel van een zeker iemand met wie ik een bepaalde taak moet uitvoeren, de gelegenheid om geduld te beoefenen. Ze is langzamer dan iedereen die ik ooit gezien heb. Men moet zich met groot geduld wapenen om naar haar langdradige verhandelingen te luisteren.

1377  5 november. Deze morgen kwamen er vijf werkeloze mannen bij de poort en drongen erop aan dat zij binnen gelaten zouden worden. Toen zuster N. nogal een tijdje met hen geredetwist had en het niet voor elkaar kreeg dat ze weggingen, kwam ze daarop naar de kapel (25) om moeder [Irene] te zoeken. Die zei tegen mij dat ik moest gaan. Ik was nog een heel eind van de poort af toen ik ze [al] hard op de deur hoorde slaan. In het begin speelden twijfel en angst de baas over mij. Ik wist niet of ik de poort moest openmaken of dat ik ze net als zuster N. door het kleine raampje antwoord moest geven. Maar plotseling hoorde ik een stem in mijn ziel die zei: “Ga de poort opendoen en spreek tegen hen net zo liefdevol als tegen Mij.”

Ik maakte de poort dadelijk open en richtte mij tot de man die het meest bedreigend was. Ik begon met zoveel liefde en rust tegen hen te spreken dat ze met zichzelf geen raad wisten. Toen sloegen ze ook een vriendelijke toon aan en zeiden: “Goed, het is jammer dat het klooster ons niet aan werk kan helpen.” En ze gingen met vrede weg. Ik voelde duidelijk dat Jezus die ik juist een uur daarvoor in de Heilige Communie ontvangen had, door mij in hun harten gewerkt had. O, hoe goed is het om op Gods ingeving te handelen!

1378  Ik voelde mij vandaag slechter en ik ging naar moeder overste met de bedoeling haar om toestemming te vragen om naar bed te mogen gaan. Voordat ik echter om toestemming kon vragen, (26) zei moeder overste tegen mij: “Zuster, je moet je op een of andere manier alleen zien te redden bij de poort, want ik laat het meisje bij de kool[planten] werken omdat er niemand anders voor de kool is.” Ik zei: “Goed” en verliet de kamer. Toen ik naar de poort ging, voelde ik mij ongewoon sterk. Ik bleef de hele dag op mijn post en voelde mij goed. Ik ervoer de kracht van de heilige gehoorzaamheid.

1379  10 november [1937]. Toen moeder [Irene] mij de brochure met de rozenkrans, de litanie en de noveen liet zien, vroeg ik aan haar om die te mogen doorkijken. Terwijl ik die doorbladerde, liet Jezus mij inwendig weten: “Er zijn door deze afbeelding al veel mensen tot Mijn liefde getrokken. Mijn barmhartigheid is door dit werk actief in de zielen.” Ik vernam dat vele zielen Gods genade ervaren hadden.

1380  Ik vernam dat moeder overste nogal een zwaar kruis te dragen zou krijgen dat samen zou gaan met lichamelijk lijden, maar dat het niet lang zou duren.218)

1381  (27) ? Het kwam in mij op om mijn medicijn iedere keer niet met een volle lepel maar slechts met een beetje tegelijk in te nemen omdat het duur was. Onmiddellijk hoorde ik een stem: “Mijn dochter, Ik houd niet van dergelijk gedrag. Aanvaard alles wat Ik jou door de oversten geef met dankbaarheid en op deze manier zul je Mij meer behagen.”

1382  ? Toen zuster Dominica219) om ongeveer een uur ’s nachts stierf, kwam ze naar mij toe en liet mij weten dat ze dood was. Ik bad vurig voor haar. ’s Morgens vertelden de zusters mij dat zij niet langer leefde. Ik antwoordde dat ik dat wist omdat ze mij een bezoek gebracht had. De ziekenzuster [zuster Chrysostoma] vroeg mij om te helpen om haar aan te kleden. Toen liet de Heer mij terwijl ik alleen met haar was, weten dat haar ziel nog in het vagevuur leed. Ik verdubbelde mijn gebeden voor haar. Ondanks de ijver waarmee ik altijd voor onze overleden zusters bid, raakte ik echter in de war wat de dagen betreft. In plaats dat ik drie dagen gebed offerde zoals de regel ons voorschrijft, offerde ik per vergissing slechts twee dagen. Op de vierde dag liet zij mij weten dat ik haar nog gebeden verschuldigd was en dat ze die nodig had. Ik maakte onmiddellijk (28) de intentie om de hele dag voor haar te offeren en niet alleen die dag, maar veel meer dagen zoals de naastenliefde mij  voorschreef.

1383  Omdat zuster Dominica er na haar dood zo goed uitzag, zeiden sommige zusters dat ze misschien slechts in coma lag. Een van de zusters stelde mij voor dat we naar haar toe moesten gaan en een spiegel voor haar mond  houden om te zien of die zou beslaan. Want dat zou gebeuren als ze nog leefde. Ik zei dat het goed was en wij deden zoals wij gezegd hadden. Maar de spiegel besloeg niet, hoewel het ons toescheen alsof die wel besloeg. Desalniettemin liet de Heer mij weten hoe zeer dit Hem mishaagd had. Ik werd ernstig vermaand om nooit meer tegen mijn innerlijke overtuigingen in te handelen. Ik vernederde mijzelf diep voor de Heer en vroeg om Zijn vergeving.

1384  Ik zie een zekere priester [waarschijnlijk de eerwaarde Sopocko] van wie  God bijzonder veel houdt, maar die door satan verschrikkelijk gehaat wordt omdat hij vele zielen tot een hoge graad van heiligheid leidt en alleen oog heeft (29) voor Gods eer. Maar ik blijf God vragen dat zijn geduld met degenen die hem voortdurend weerstaan niet op zal raken. Waar satan zelf geen kwaad kan doen, gebruikt hij mensen.

1385  19 november. Na de Heilige Communie vandaag vertelde Jezus mij hoezeer Hij er naar verlangt naar de harten van de mensen te komen. “Ik verlang er naar Mij met mensenzielen te verenigen. Het is Mijn grote vreugde Mijzelf met zielen te verenigen. Weet, Mijn dochter, dat wanneer Ik in de Heilige Communie naar een mensenhart kom, Mijn handen vol met allerlei genaden zijn die Ik aan de ziel wil geven. Maar de zielen besteden zelfs geen enkele aandacht aan Mij. Ze laten Mij aan Mijzelf over en houden zich met andere dingen bezig. O, wat ben Ik bedroefd dat zielen de Liefde niet herkennen! Ze behandelen Mij als een dood voorwerp.” Ik antwoordde Jezus: “O  Juweel van mijn hart, het enige voorwerp van Mijn liefde en de volkomen vreugde van mijn ziel, ik wil U in mijn hart aanbidden zoals U op de troon van Uw eeuwige heerlijkheid aanbeden wordt. Mijn liefde wil het voor U (30) tenminste gedeeltelijk goedmaken voor de koele houding van zo’n groot aantal zielen. Jezus, aanschouw mijn hart dat voor U een woonplaats is waar niemand anders de toegang toe heeft. U alleen rust er in uit als in een prachtige tuin.

1386  O mijn Jezus, vaarwel. Ik moet al weer gaan om mijn taken op mij te nemen. Maar ik zal mijn liefde voor U met offers bewijzen en geen enkele kans om die in praktijk te brengen verwaarlozen of voorbij laten gaan.”

Toen ik de kapel verliet, zei moeder overste [Irene] tegen mij: “Je zult niet naar het catechetisch onderricht gaan, zuster, maar je zult op je post blijven.” Heel goed, Jezus. Zo had ik dus de hele dag door zeer veel gelegenheden om te offeren. Ik sloeg er dankzij de geestkracht die ik aan de Heilige Communie ontleen niet één over.

1387  Er zijn tijden in het leven waarin een ziel in zo’n toestand verkeert dat zij de menselijke taal niet lijkt te begrijpen. Alles vermoeit haar en niets anders behalve vurig gebed brengt haar verlichting. De ziel vindt verademing in vurig gebed. Zelfs wanneer zij verklaringen van schepselen zou willen [hebben], zouden deze haar [alleen maar] nog rustelozer maken.

1388  (31) ? Onder een zekere gebedstijd  vernam ik hoe welbehaaglijk de ziel van pater Andrasz voor God was. Hij is een waar kind van God. Het is zeldzaam dat het goddelijk zoonschap zo duidelijk tot uiting komt in een ziel. Dit komt omdat hij een bijzondere devotie tot de Moeder van God heeft.

1389  O mijn Jezus, alhoewel ik zo’n bijzonder sterke aandrang [tot handelen] heb, moet ik die langzaam in daden omzetten en dit alleen om Uw werk niet met mijn haast te bederven. O mijn Jezus, U geeft mij Uw geheimenissen te kennen en U wilt dat ik ze aan andere zielen doorgeef. Het zal nu spoedig mogelijk voor mij zijn om te handelen. Op het moment van de schijnbaar volslagen verwoesting zal mijn zending die nu niet langer door iets gehinderd zal worden, beginnen. Zodanig is de wil van God in dit geval en die zal niet veranderen. Alhoewel vele mensen die zullen tegenstaan, zal niets Gods wil veranderen.

1390  Ik zie de eerwaarde Sopocko, hoe zijn verstand druk in beslag genomen wordt en voor Gods zaak werkt om de wensen van God aan de kerkelijke functionarissen voor te leggen. Als resultaat van zijn inspanningen zal er een nieuw (32) licht in de Kerk van God schijnen voor de vertroosting van de zielen. Alhoewel zijn ziel op het ogenblik met bitterheid vervuld is, alsof dat het loon zou zijn voor zijn inspanningen in de zaak van God, zal dit echter toch niet het geval zijn. Ik zie zijn vreugde die door niets verminderd zal worden. God zal hem hier op aarde al iets van deze vreugde verlenen. Ik ben nog nooit eerder zo’n grote getrouwheid aan God tegengekomen als die waarmee deze ziel zich onderscheidt.

1391  Vandaag voelde ik tijdens het avondeten in de refter Gods blik in de diepten van mijn hart. Zo’n levendige tegenwoordigheid doordrong mijn ziel dat ik er gedurende een tijdje geen idee van had waar ik was. De zoete tegenwoordigheid van God bleef mijn ziel vervullen en zo nu en dan kon ik niet begrijpen wat de zusters tegen mij zeiden.

1392  Al het goede dat er in mij is, is aan de Heilige Communie te danken. Ik ben er alles aan verschuldigd. Ik ben van mening dat dit heilige vuur me geheel en al omgevormd heeft. O, wat ben ik gelukkig dat ik een woonplaats voor U kan zijn, o Heer! Mijn hart is een tempel waarin U onafgebroken woont…

?

(33) J.M.J.

1393  Jezus, vreugde van mijn ziel, Brood van de engelen

Mijn hele wezen is ondergedompeld in U

Ik leef Uw goddelijke leven zoals de uitverkorenen in de hemel dat doen

De realiteit van dit leven zal niet ophouden, alhoewel ik in het graf gelegd zal worden

Jezus-Eucharistie, onsterfelijke God

Die zonder ophouden in mijn hart woont

Als ik U bezit, kan de dood mij geen enkel kwaad doen

De liefde zegt tegen mij dat ik U aan het einde van het leven zal zien

Van Uw goddelijk leven doortrokken

Blik ik met zekerheid naar de hemelen die voor mij opengeworpen zijn

De dood zal met een beschaamd gezicht en met lege handen weggaan

Want Uw goddelijk leven is vervat in mijn ziel

Alhoewel door Uw heilige wil, o Heer

De dood mijn lichaam moet aanraken

Wil ik dat deze ontbinding zo snel mogelijk komt

Want door haar heen ga ik het eeuwige leven binnen

Jezus-Eucharistie, leven van mijn ziel

U hebt mij opgeheven tot de eeuwige hemelsferen

En dit door Uw folterende pijn en dood onder verschrikkelijke martelingen

(34) 26 [november 1937]

1394                                        Maandelijkse recollectie

In de loop van deze retraite heeft de Heer mij het licht gegeven om Zijn wil dieper te verstaan en om mijzelf volledig aan de heilige wil van God over te geven. Dit licht heeft mij in een diepe vrede bevestigd omdat het mij liet begrijpen dat ik niets behoor te vrezen behalve de zonde. Wat God mij ook maar zendt, aanvaard ik met volledige onderwerping aan Zijn heilige wil. Waar Hij mij ook maar plaatst, ik zal trouw proberen om Zijn heilige wil te doen. Zo ook Zijn wensen in de mate waarin het in mijn macht ligt om die te doen, zelfs al zou de wil van God zo zwaar en moeilijk voor mij zijn als de wil van de hemelse Vader voor Zijn Zoon was toen Hij in de Hof van de Olijven bad. Ik heb leren zien dat als de wil van de hemelse Vader op deze manier in Zijn zeer geliefde Zoon werd vervuld, die in ons op precies dezelfde manier vervuld zal worden: door lijden, vervolging, beschimping, schande. Door al deze dingen heen gaat mijn ziel op Jezus lijken. Hoe groter het lijden, des te meer zie ik dat ik als Jezus aan het worden ben. Dit is de zekerste weg. Als er een andere en betere weg zou zijn, zou Jezus die aan mij hebben laten zien. Lijden neemt mijn vrede op geen enkele manier (35) weg. Aan de andere kant is het zo dat alhoewel ik diepe vrede geniet, die vrede het beleven van mijn lijden niet vermindert. Alhoewel mijn gezicht vaak naar de grond gebogen is en mijn tranen overvloedig stromen, wordt mijn ziel tegelijkertijd met diepe vrede en geluk vervuld…

1395  Ik wil mijzelf in Uw allerbarmhartigste hart verbergen zoals een dauwdruppel zich in een bloem verbergt. Omgeef mij in deze bloesem tegen de vrieskou van de wereld. Niemand kan het geluk begrijpen dat mijn hart in deze eenzaamheid alleen met God geniet.

1396  Vandaag hoorde ik een stem in mijn ziel: “O, als de zondaren Mijn barmhartigheid kenden, zouden ze niet in zulke grote aantallen omkomen. Vertel de zondaarszielen dat ze niet bang moeten zijn om tot Mij te naderen. Spreek tot hen over Mijn grote barmhartigheid.”

1397  De Heer zei tegen mij: “Het verlies van iedere ziel stort Mij in een dodelijk verdriet. Je troost Mij altijd als je (36) voor de zondaren bidt. Het gebed dat Mij het meest aangenaam is, is het gebed om de bekering van zondaren. Weet, Mijn dochter, dat dit gebed altijd gehoord en beantwoord wordt.”

1398  De adventstijd komt dichterbij. Ik wil mijn hart door stilte en een ingekeerde geest op de komst van de Heer voorbereiden. Ik verenig mij met de allerheiligste Moeder en haar deugd van stilzwijgen waardoor zij in de ogen van God zelf welgevallen vond, volg ik getrouw na. Ik vertrouw erop dat ik aan haar zijde in dit voornemen zal volharden.

1399  Toen ik de kapel ’s avonds een ogenblik binnenging, voelde ik een vreselijke doorn in mijn hoofd. Dit duurde korte tijd, maar het stak zo pijnlijk dat mijn hoofd ogenblikkelijk op de communiebank viel. Het leek mij alsof de doorn zich in mijn hersenen gedrongen had. Maar het geeft allemaal niets. Het gebeurt allemaal ter wille van de zielen, om Gods barmhartigheid voor hen te verkrijgen.

1400  Ik leef van uur tot uur. Op een andere manier kan ik niet vooruitkomen. Ik wil het best mogelijke gebruik maken van het huidige ogenblik terwijl ik getrouw alles volbreng wat het mij geeft. Ik verlaat mij in alle dingen met een onwankelbaar vertrouwen op God.

Wil je het hele dagboek lezen of zelfs kopen,
klik dan hier