Dagboek van zuster Maria Faustina Kowalksa (nummers 976-1000)

Dagboek van zuster Maria Faustina Kowalksa (nummers 976-1000)

Aantekeningenboek II

976 (310) 24 februari 1937. Tijdens de Heilige Mis zag ik vandaag de stervende Jezus. Het lijden van de Heer doorboorde mijn ziel en lichaam op een onzichtbare manier. Alhoewel het zeer kort duurt, is de pijn gruwelijk.

977 Tijdens het zingen van de Klaagliederen van het lijden van de Heer ben ik zo door Zijn lijden in beslag genomen dat ik mijn tranen niet kan weerhouden. Ik zou mijzelf ergens willen verbergen om mij vrij aan het verdriet dat uit de overweging van Zijn lijden voortvloeit, over te kunnen geven.

978 Toen ik ter intentie van pater Andrasz aan het bidden was, vernam ik hoe zeer hij God behaagt. Sinds die tijd heb ik een nog groter respect voor hem gehad, als voor een heilige. Dit heeft mij grote vreugde gegeven en ik dank God er vurig voor.

979 Vandaag zag ik Jezus tijdens het Lof. Hij sprak deze woorden tot mij: “Wees in alles gehoorzaam aan je leidsman. Zijn woord is Mijn wil. Wees er in de diepte van je ziel zeker van dat Ik het ben die door zijn lippen spreekt. Ik verlang dat je de staat van je ziel aan hem openbaart met dezelfde eenvoud (311) en openheid als je tegenover Mij hebt. Ik zeg het nog een keer, Mijn dochter. Weet dat zijn woord Mijn wil is voor jou.”

980 Vandaag zag ik de Heer in grote schoonheid en Hij zei tegen mij: “Mijn liefhebbende Hostie, bid in deze oogsttijd in het bijzonder voor de priesters. Mijn hart is tevreden over je en omwille van jou zegen Ik de aarde.”

981 Ik begreep dat deze twee jaren van inwendig lijden die ik in onderwerping aan Gods wil en met de bedoeling om die beter te leren kennen, heb ondergaan, mij verder in de volmaaktheid geleid hebben dan de voorafgaande tien jaar. Ik ben nu gedurende twee jaar op het kruis tussen hemel en aarde. Dat betekent dat ik door de gelofte van de gehoorzaamheid gebonden ben en de overste moet gehoorzamen als God zelf. Aan de andere kant maakt God Zijn wil direct aan mij bekend en dus is mijn innerlijke marteling zo groot dat niemand (312) dit geestelijke lijden zal kunnen begrijpen of zich zal kunnen voorstellen. Het lijkt me dat het gemakkelijker zou kunnen zijn om mijn leven te geven dan steeds opnieuw door een uur van zulke pijn heen te gaan. Ik ga zelfs niet veel over deze zaak schrijven, want het is niet te beschrijven wat het is om Gods wil direct te kennen en tegelijkertijd volmaakt gehoorzaam te zijn aan de goddelijke wil zoals die indirect door de oversten wordt geuit. God zij gedankt dat Hij mij een leidsman gegeven heeft. Anders zou ik geen enkele stap vooruit zijn gegaan.

982 ? Ik ontving kort geleden een mooie brief van mijn lieve zeventien jaar oude zuster [Wanda175)]. Ze verzoekt en smeekt me om haar te helpen in het klooster te treden. Ze is tot ieder offer voor God bereid. Ik kan uit haar brief opmaken dat God haar zelf leidt en ik verheug mij over Gods grote barmhartigheid.

983 ? Vandaag omgaf en doorboorde de majesteit van God mijn ziel in haar uiterste diepte. De grootheid van God vervult mijn wezen en overstroomt mij zodanig dat ik geheel in Zijn grootheid verdrink. Ik  smelt weg en verdwijn volledig in Hem als in mijn levensbron, als in het volmaakte leven.

984 (313) Mijn Jezus, ik begrijp goed dat mijn volmaaktheid er niet uit bestaat dat U mij beveelt deze grote werken van U ten uitvoer te brengen. O, nee! De grootheid van de ziel bestaat hier niet uit, maar uit grote liefde voor U. O Jezus, in de diepte van mijn ziel begrijp ik dat de grootste prestaties niet te vergelijken zijn met een daad van zuivere liefde voor U. Ik verlang om trouw te zijn aan U en Uw bevelen te doen. Ik maak gebruik van mijn kracht en verstand om alles uit te voeren dat U van mij vraagt, o Heer, maar ik heb niet de minste schaduw van gehechtheid aan al deze dingen. Ik doe ze allemaal omdat dat Uw wil is. Al mijn liefde is niet in Uw werken verzonken, maar in Uzelf, o mijn Schepper en Heer!

985 25 februari 1937. Ik bad vurig om een gelukkig sterven van een zekere ziel die veel leed. Gedurende twee weken had ze tussen leven en dood verkeerd. Ik werd door medelijden met haar bewogen en zei tegen de Heer: “Lieve Jezus, als de werken die ik voor Uw eer onderneem U behagen, neem haar dan alstublieft tot U (314) en laat haar in Uw barmhartigheid rusten.” Ik kreeg op een wonderlijke manier zekerheid. Na een poosje kwamen ze mij vertellen dat diegene die zoveel had geleden zojuist gestorven was.

986 Ik zag een bepaalde priester [waarschijnlijk de eerwaarde Sopocko] in nood en bad voor hem totdat Jezus vriendelijk naar hem keek en hem Zijn kracht verleende.

987 Vandaag kwam ik te weten dat een lid van mijn familie God beledigt en groot gevaar loopt om te sterven. Deze wetenschap doorboorde mijn ziel met zo’n grote pijn dat ik dacht dat ik die overtreding tegen God niet zou overleven. Ik smeekte God om vergeving, maar ik zag Zijn grote toorn.

988 Ik was voor een zekere priester aan het bidden [waarschijnlijk de eerwaarde Sopocko] en vroeg God om hem met bepaalde zaken te helpen. Toen zag ik plotseling de gekruisigde Jezus. Zijn ogen waren gesloten en hij was in kwellingen ondergedompeld. Ik aanbad Zijn vijf wonden, iedere wond afzonderlijk en vroeg Zijn zegen voor hem. Jezus liet mij inwendig weten hoe dierbaar deze ziel voor Hem was. (315) Ik voelde dat er van de wonden van Jezus genade op die ziel vloeide die, net als Jezus, ook op het kruis uitgestrekt is.

989 Mijn Heer en mijn God, U weet dat mijn ziel U alleen liefheeft. Mijn ziel is helemaal in U verzonken, o Heer. Zelfs al zou ik niet een van de dingen die U aan mij bekend gemaakt hebt, volbrengen, o Heer, dan zou ik volkomen gerust zijn omdat ik gedaan zou hebben wat ik kon.

990 O Heer, ik weet goed dat U geen behoefte aan onze werken hebt. U vraagt liefde. Liefde, liefde en nog eens, liefde tot God. Er bestaat niets groters in de hemel of op de aarde. De ultieme grootheid bestaat uit God liefhebben. Ware grootheid bestaat uit het liefhebben van God. Ware wijsheid is God liefhebben. Alles wat heerlijk en schoon is, bestaat in God. Buiten Hem is er geen schoonheid of grootheid. O, jullie wijzen van de wereld en jullie grote denkers, erken dat ware grootheid bestaat uit het liefhebben van God! O, hoe verbaasd sta ik dat sommige mensen zichzelf misleiden en zeggen: “Er is geen eeuwigheid!”

991 (316) 26 februari 1937. Vandaag zag ik dat de Heilige Geheimen zonder liturgische gewaden en in particuliere huizen gevierd werden vanwege een voorbijgaande storm. Ik zag de zon vanuit het Heilige Sacrament komen en alle andere lichten gingen uit, of liever gezegd, ze waren verduisterd. Alle mensen keken naar dit [ene] licht. Maar op dit ogenblik begrijp ik de betekenis van dit visioen176) niet.

992 ? Ik ga te midden van regenbogen en stormen, maar met mijn hoofd fier opgeheven, voorwaarts door het leven, want ik ben een koninklijk kind. Ik voel dat het bloed van Jezus in mijn aderen stroomt. Ik heb mijn vertrouwen op de grote barmhartigheid van de Heer gevestigd.

993 ? Ik vroeg de Heer dat een zeker iemand mij vandaag zou komen bezoeken zodat ik haar nog een keer zou kunnen zien. Dat zou een teken voor mij zijn dat ze geroepen was om in het klooster dat Jezus mij wil laten stichten, in te treden. En, o wonder, de persoon in kwestie kwam en ik probeerde haar geestelijk een beetje te vormen.

Ik begon haar de weg van zelfverloochening en offers te tonen. Zij aanvaardde die bereidwillig. Ik heb deze hele zaak echter in de handen van de Heer gelegd, opdat Hij alles naar Zijn welbehagen zal leiden.

994 (317) Toen ik vandaag over de radio de hymne “Goedenacht, heilig hoofd van Jezus” hoorde, werd mijn ziel plotseling in God ondergedompeld en goddelijke liefde overstroomde mijn ziel. Ik verbleef gedurende een ogenblik bij de hemelse Vader.

995 ? Alhoewel het niet gemakkelijk is

Om voortdurend in zielestrijd te leven

Om aan het kruis van verschillende pijnen geslagen te zijn

Word ik toch door lief te hebben tot liefde aangevuurd

Ik heb God lief als een serafijn, alhoewel ik slechts zwakheid ben

O, groot is de ziel die te midden van lijden

Trouw naast God staat en Zijn wil doet

Ze blijft ongetroost onder grote regenbogen en stormen

Want de zuivere liefde tot God maakt haar lot zoet.

Het is niets groots om God in voorspoed te beminnen

Om Hem te danken als alles goed gaat

Maar wel om Hem in grote tegenspoeden te aanbidden

Hem om zichzelf lief te hebben en zijn hoop op Hem te vestigen

Wanneer de ziel in de schaduwen van Gethsemane verkeert

Helemaal alleen in bittere pijn

(318) Stijgt ze op naar de hoogte van Jezus

Alhoewel ze altijd bitterheid drinkt, is ze niet bedroefd

 

Als de ziel de wil van de Allerhoogste doet

Zelfs onder voortdurende pijn en martelingen

En haar lippen tegen de aangeboden beker heeft gedrukt

Wordt zij machtig en niets zal haar ontmoedigen

Alhoewel ze in kwelling is, herhaalt ze: Uw wil geschiede

Geduldig wacht zij het ogenblik van haar verheerlijking af

Want hoewel ze in de diepste duisternis verkeert, hoort ze de stem van Jezus: “Je bent de Mijne”

Dit zal ze ten volle weten als de sluier wegvalt

996 28 februari 1937. Vandaag onderging ik het lijden van Jezus gedurende langere tijd en zo zag ik dat vele zielen behoefte hadden aan gebed. Ik voel dat ik helemaal in gebed wordt omgevormd om Gods barmhartigheid voor iedere ziel af te smeken. O mijn Jezus, ik ontvang U in mijn hart als een onderpand van barmhartigheid voor de zielen.

997 Toen ik deze avond de hymne “Goedenacht, heilig hoofd van Jezus” op de radio hoorde, werd mijn geest plotseling weggerukt naar Gods verborgen schoot. Ik wist (319) waar de grootheid van de ziel uit bestaat en wat voor God van belang is: liefde, liefde en nog eens liefde. Ik begreep hoe alles wat bestaat doortrokken is van God en mijn ziel werd door zo’n liefde voor God overstroomd dat ik niet weet hoe ik die moet beschrijven. Gelukkig is de ziel die weet hoe ze zonder reserves lief moet hebben, want hierin ligt haar grootheid.

998 Vandaag nam ik deel aan een eendaagse retraite. Toen ik bij de laatste conferentie177) was, sprak de priester erover hoezeer de wereld de barmhartigheid van God behoeft. Dat dit een bijzondere tijd lijkt te zijn waarin de mensen grote behoefte aan gebed en aan Gods barmhartigheid hebben. Toen hoorde ik een stem in mijn ziel: “Deze woorden zijn voor jou. Doe alles wat maar mogelijk is voor dit werk van Mijn barmhartigheid. Ik wens dat Mijn barmhartigheid aanbeden wordt. Ik geef de mensheid de laatste hoop op redding. Dat is de toevlucht tot Mijn barmhartigheid. Mijn hart verheugt zich in dit feest.” Na deze woorden begreep ik dat niets mij van de verplichting die de Heer mij opgelegd heeft, kan ontslaan.

999 De afgelopen nacht had ik zo’n pijn dat ik dacht dat dit het einde was. De dokters konden de ziekte niet diagnosticeren. (320) Ik voelde mij alsof mijn ingewanden aan flarden gescheurd waren, maar na een paar uur zulke pijnen gehad te hebben, ben ik weer beter. Dit is allemaal voor zondaren. Laat uw barmhartigheid op hen neerdalen, o Heer.

1000  In de verschrikkelijke woestijn van het leven

O mijn liefste Jezus

Bescherm de zielen voor onheil

Want U bent de bron van barmhartigheid

 

Laat de schittering van Uw stralen

O zoete Bevelhebber van onze zielen

Laat barmhartigheid de wereld veranderen

Jij, die deze genade ontvangen hebt, dien Jezus

Steil is de grote weg die ik moet bereizen

Maar ik vrees niets

Want de zuivere bron van barmhartigheid vloeit voor mij

En samen met haar, kracht voor de nederige ziel

Ik ben uitgeput en afgemat

Maar mijn geweten geeft mij getuigenis

Dat ik alles doe voor de meerdere glorie van de Heer

De Heer die mijn rust en mijn erfenis is

 

Wil je het hele dagboek lezen of zelfs kopen,
klik dan hier