3e week door het jaar 2, maandag

3e week door het jaar 2, maandag

25 eerste lezing: 2 Sam. 5, 1-7.10

Gij zult mijn volk Israël weiden.

Uit het tweede Boek Samuël.
In die dagen
begaven alle stammen  van Israël zich naar David in Hebron,
en zeiden:
“Hier zijn wij, uw eigen vlees en bloed.
Vroeger al, toen Saul nog over ons regeerde,
waart gij degene, die de troepen van Israël aanvoerde.
Daarenboven heeft de Heer u verzekerd:
Gij zult mijn volk Israël weiden:
gij zijt het, die over Israël zult heersen.”
Alle oudsten van Israël kwamen naar de koning in Hebron,
en koning David sloot daar met hen een verbond
ten overstaan van de Heer;
zij zalfden David tot koning over Israël.
David was dertig jaar toen hij koning werd
en hij regeerde veertig jaar lang.
In Hebron regeerde hij zeven jaar en zes maanden over Juda,
en in Jeruzalem drieëndertig jaar
over geheel Israël en Juda.
De koning en zijn mannen trokken op naar Jeruzalem,
tegen de Jebusieten, de bewoners van de streek.
Die riepen David toe:
“Hier komt u niet binnen!
Voorwaar, blinden en kreupelen houden u tegen.”
Ze bedoelden: David komt hier nooit binnen.
Toch veroverde David de vesting Sion, de Davidstad.
En de macht van David nam steeds meer toe:
de Heer, de God van de hemelse machten stond hem bij.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

tussenzang: Ps. 89 (88), 20, 21-22, 25-26

Refrein:
Mijn trouw en mijn genade leiden hem.

Eertijds zijt Gij aan uw profeet verschenen
en hebt Gij uw besluit geopenbaard:
een sterke man heb Ik de troon geschonken,
een uitverkorene genomen uit het volk.

Mijn dienaar David heb Ik opgezocht
en hem gezalfd met mijn gewijde olie;
als teken dat mijn hand hem steeds zal steunen
en dat mijn arm hem kracht verlenen zal.

Mijn trouw en mijn genade leiden hem,
mijn Naam zal hem de zege schenken.
Zijn hand laat Ik hem leggen op de zee,
zijn rechter op de stromen in het oosten.

vers voor het evangelie: Ps. 119 (118), 34

Alleluia.
Geef mij begrip om uw wet na te leven, Heer,
om haar te volgen met heel mijn hart.
Alleluia.

26 evangelie: Mc. 3, 22-30

Wanneer de satan verdeeld is, dan is zijn einde gekomen.

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
Lof zij U, Christus.

In die tijd zeiden de schriftgeleerden over Jezus,
dat Beëlzebub in Hem huisde
en dat Hij door middel van de vorst der duivels
de duivels uitdreef.
Jezus riep hen bij zich en sprak tot hen in gelijkenissen:
“Hoe kan de ene satan de andere uitdrijven?
Wanneer een rijk innerlijk verdeeld is,
kan dat rijk geen stand houden.
Wanneer een huis innerlijk verdeeld is,
zal dat huis geen stand kunnen houden.
En wanneer de satan opstaat tegen zichzelf en verdeeld is,
kan hij geen stand houden, maar is zijn einde gekomen.
Bovendien,
niemand kan binnendringen in het huis van een sterke
om zijn huisraad te roven,
als hij niet eerst die sterke heeft gebonden.
Dan pas kan hij zijn huis leeghalen.
Voorwaar, Ik zeg u:
alle zonden zullen aan de mensen vergeven worden,
ook alle godslasteringen, die zij uitgesproken hebben,
maar als iemand lastert tegen de heilige Geest,
krijgt hij in eeuwigheid geen vergiffenis;
hij is bezwaard met een eeuwig blijvende zonde.”
Dit omdat zij gezegd hadden: er huist een onreine geest in Hem.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x