7e week door het jaar 1, donderdag

Zevende week door het jaar 1, donderdag

eerste lezing (Sir. 5, 1-8)

Uit het Boek Ecclesiasticus.
Verlaat u niet op uw rijkdommen en zeg niet: Ik ben van niemand afhankelijk. Volg niet uw eigen zin en kracht om te wandelen naar de begeerte van uw hart. Zeg niet: Wie zal macht over mij hebben? want de Heer zal u daarvoor zeker straffen. Zeg niet: Ik heb gezondigd, wat is me overkomen? want de Heer is lankmoedig. Wees over uw verzoening niet zo onbekommerd dat ge zonde op zonde zoudt stapelen, en zeg niet: Zijn ontferming is groot, Hij zal mijn vele zonden wel verzoenen, want zowel erbarmen als toorn is bij Hem en op zondaars rust zijn gramschap. Talm niet terug te keren tot de Heer; stel niet uit van dag tot dag, want plotseling schiet de toorn des Heren uit, en in het vuur der vergelding wordt ge vernietigd. Verlaat u niet op oneerlijk verkregen rijkdommen, want ze baten u niet op de dag der ellende.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 1)

Refrein:
Gelukkig is de man, die op de Heer zijn hoop stelt (Ps. 40/39, 5a)

Gelukkig de man die weigert te doen wat goddelozen hem raden; die niet de wegen der zondaars gaat, niet zit te midden der spotters; maar die zijn geluk vindt in ‘s Heren wet, haar dag en nacht overweegt.

Hij is als een boom, aan het water geplant, die vruchten draagt op zijn tijd; des zomers verdorren zijn bladeren niet, maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.

De goddelozen vergaat het zo niet: de wind blaast hen weg als kaf. De Heer immers let op de weg der gerechten, de weg van de zondaars loopt dood.

vers voor het evangelie (1 Joh. 2, 5)

Alleluia. Wie het woord van de Heer bewaart, in hem is waarlijk Gods liefde volkomen. Alleluia.

evangelie (Mc. 9, 41-50)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Als iemand u een beker water te drinken geeft, omdat gij van Christus zijt, voorwaar Ik zeg u: zijn loon zal hem zeker niet ontgaan. Maar als iemand een van deze kleinen die geloven, aanleiding tot zonde geeft, het zou beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp. Dreigt uw hand u aanleiding tot zonde te geven, hak ze af; het is beter voor u verminkt het leven binnen te gaan dan in het bezit van twee handen in de hel te komen, in het onblusbaar vuur. Geeft uw voet u aanleiding tot zonde, hak hem af; het is beter voor u kreupel het leven binnen te gaan dan in het bezit van twee voeten in de hel te worden geworpen. Geeft uw oog u aanleiding tot zonde, ruk het uit; het is beter voor u met één oog het Rijk Gods binnen te gaan dan in het bezit van twee ogen in de hel te worden geworpen, waar hun worm niet sterft en het vuur niet gedoofd wordt. Iedereen zal met vuur gezouten worden. Het zout is iets goeds; maar als het zout zouteloos wordt, waarmee zult ge het dan zijn smaak hergeven? Hebt zout in uzelf en leeft in vrede met elkaar.”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

Dionysiusparochie