6e week door het jaar 1, zaterdag

Zesde week door het jaar 1, zaterdag

eerste lezing (Hebr. 11, 1-70

Uit de brief aan de Hebreeën.
Broeders en zusters, Wat is het geloof? Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen. Om hun geloof zijn de ouden met ere vermeld. Geloof doet ons zien dat het heelal tot stand is gekomen door Gods woord, en dat het zichtbare ontstaan is uit het onzichtbare. Door het geloof was Abels offer zoveel beter dan dat van Kaïn; door het geloof ontving hij het getuigenis van zijn rechtvaardigheid want God zelf aanvaardde zijn gaven; door het geloof blijft hij spreken, ook na zijn dood. Door het geloof werd Noach zonder te sterven naar een ander leven overgebracht; hij was er niet meer, want God had hem opgenomen. Want de Schrift getuigt dat hij, voor hij werd weggenomen, aan God had behaagd; en zonder het geloof is het onmogelijk aan God te behagen; wie bij God wil komen, moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij allen die Hem zoeken beloont. Door het geloof heeft Noach, na door God te zijn gewaarschuwd voor wat nog niet te zien was, met grote zorg de ark gebouwd om zijn huisgezin te redden. Door zijn geloof heeft hij de wereld veroordeeld en zelf de gerechtigheid van het geloof verworven.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 145/144)

Refrein:
U wil ik loven, mijn God en Koning, uw Naam verheerlijken voor altijd.

U wil ik prijzen iedere dag, uw Naam verheerlijken voor altijd. De Heer is groot en alle lof waardig, zijn grootheid is niet te doorgronden.

Uw daden verhaalt geslacht aan geslacht, uw macht wordt alom verkondigd. Men spreekt van uw luister en majesteit, verspreidt de faam van uw wonderdaden.

Uw werken zullen U prijzen, Heer, uw vromen zullen U loven. Zij roemen de glorie van uw heerschappij, uw macht verkondigen zij.

vers voor het evangelie (Hebr. 4, 12)

Alleluia. Het woord van God is levend en krachtig, en het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest. Alleluia.

evangelie (Mc. 9, 2-13)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
Lof zij U, Christus.

In die tijd nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg waar zij geheel alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd zijn kleed werd glanzend en zó wit als geen volder ter wereld maken kan. Elia verscheen hun samen met Mozes en zij onderhielden zich met Jezus. Petrus nam het woord en zei tot Jezus: “Rabbi, het is goed dat wij hier zijn. “Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.” Hij wist niet goed wat hij zei, want ze waren geheel verbluft. Een wolk kwam hen overschaduwen en uit die wolk klonk een stem “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.” Toen ze rondkeken, zagen ze plotseling niemand anders bij hen dan alleen Jezus. Onder het afdalen van de berg verbood Jezus hun aan iemand te vertellen wat ze gezien hadden, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan. Zij hielden het inderdaad voor zich, al vroegen zij zich onder elkaar af wat dat opstaan uit de doden mocht betekenen. Aan Jezus stelden zij de vraag: “Waarom zeggen de schriftgeleerden toch dat eerst Elia moet komen?” Hij antwoordde hun: “Elia komt eerst om alles te herstellen. “Maar wat staat er geschreven over de Mensenzoon? “Dat Hij veel zal lijden en veracht zal worden. “Maar Ik zeg u: Elia is al gekomen en zij hebben naar willekeur met hem gehandeld zoals over hem geschreven staat.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Dionysiusparochie