6e week door het jaar 1, vrijdag

6e week door het jaar 1, vrijdag

69 eerste lezing: Gen. 11, 1-9

Laten Wij neerdalen
en verwarring brengen in de taal van de mensen.

Uit het Boek Genesis.
Alle mensen op aarde
spraken éénzelfde taal en gebruikten dezelfde woorden.
Nadat ze uit het oosten weggetrokken waren,
vonden ze een vlakte in Sinear
en vestigden zich daar.
Zij zeiden tot elkaar:
“Kom, laten wij tegels maken en ze harden in het vuur.”
De tegels gebruikten zij als bouwstenen,
met asfalt als mortel.
Nu zeiden ze:
“Laten wij een stad bouwen met een toren,
waarvan de spits tot in de hemel reikt;
dan krijgen wij naam
en worden wij niet over de aardbodem verspreid.”
Toen God de Heer neerdaalde om de stad en de toren
die de mensen bouwden in ogenschouw te nemen,
zei Hij:
“Nu zijn ze één volk en spreken zij allen dezelfde taal.
Wat zij nu doen is nog maar een begin,
later zal geen enkel van hun plannen meer te stuiten zijn.
Laten Wij neerdalen
en verwarring brengen in hun taal,
zodat de een niet meer verstaat wat de ander zegt.”
En God de Heer dreef hen vandaar
naar alle kanten de hele aardbodem over,
en er kwam een einde aan de bouw van de stad.
Daarom noemt men die stad Babel,
want God heeft daar verwarring gebracht
in de taal van alle mensen
en hen vandaar over de hele aardbodem verspreid.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

tussenzang: Ps. 33 (32), 10-11, 12-13, 14-15

Refrein:
Zalig het volk dat de Heer heeft als God,
de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen.

Plannen van naties doet God teniet,
verijdelt wat volken beramen.
Eeuwig blijft staan het plan van de Heer,
wat Hij heeft beraamd geldt voor alle geslachten.

Zalig het volk dat de Heer heeft als God,
de natie door Hein tot zijn erfdeel gekozen.
Hoog uit de hemel schouwt God omlaag,
blikt neer op de zonen der mensen.

Scherp ziet Hij toe van de plaats waar Hij woont
op alle bewoners der aarde.
Hij heeft de harten van allen gevormd
en let op hun doen en laten.

vers voor het evangelie: 2Tim. 1, 10b

Alleluia.
Onze Heiland Christus Jezus heeft de dood vernietigd,
en onvergankelijk leven doen aanlichten
door het evangelie.
Alleluia.

70 evangelie: Mc. 8, 34-9, 1

Wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie
zal het redden.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
In die tijd
liet Jezus behalve zijn leerlingen ook het volk bij zich komen,
en sprak tot hen:
“Wie mijn volgeling wil zijn
moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen
en zijn kruis op te nemen.
Want wie zijn leven wil redden
zal het verliezen.
Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie
zal het redden.
Wat voor nut heeft het voor een mens
heel de wereld te winnen
als dit ten koste gaat van eigen leven?
Wat toch zou een mens in ruil kunnen geven voor zijn leven?
Als iemand zich schaamt over Mij en mijn woorden
ten overstaan van dit overspelig en zondig geslacht,
zal ook de Mensenzoon zich over hem schamen,
wanneer Hij vergezeld van de heilige engelen,
komt in de heerlijkheid van zijn Vader.”
Hij sprak tot hen:
“Voorwaar, Ik zeg u
onder de hier aanwezigen zijn er
die de dood niet zullen ervaren,
voordat zij zien dat het Rijk Gods is gekomen in kracht.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x