6e week door het jaar 1, dinsdag

Zesde week door het jaar 1, dinsdag

eerste lezing (Gen. 6, 5-8; 7, 1-5.10)

Uit het Boek Genesis.
Toen God de Heer zag hoezeer op de aarde de boosheid van de mensen was toegenomen en hoezeer de begeerte van hun hart de hele dag naar het kwade uitging, kreeg Hij spijt dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en Hij was er zeer verdrietig om. En God zei: “Ik ga de mens, die Ik geschapen heb, van de aardbodem wegvagen, zowel de mens als het vee en de kruipende dieren en de vogels in de lucht, want het spijt Mij dat Ik ze gemaakt heb.” Alleen Noach vond genade in de ogen van de Heer. God de Heer zei tot Noach: “Ga in de ark die gij gemaakt hebt, gij met heel uw gezin, want van dit geslacht zijt gij de enige, die in mijn ogen rechtschapen is. Neem van alle reine dieren zeven paar, telkens een mannetje en een wijfje; maar van de onreine dieren één paar, telkens een mannetje en een wijfje, ook van de vogels in de lucht zeven paar, telkens een mannetje en een wijfje. Zo zult gij hun soort in stand houden op de gehele aarde. Want over zeven dagen laat Ik het regenen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten, en Ik ga alles wat bestaat, alles wat Ik gemaakt heb, van de aardbodem wegvagen.” En Noach deed alles wat de Heer hem geboden had. En op de zevende dag stortte het water van de vloed over de aarde neer.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 29/28)

Refrein:
De Heer zegent zijn volk met vrede.

Huldigt de Heer, alle zonen van God, huldigt de Heer om zijn glorie en macht. Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam, knielt voor Hem neer om zijn heilige luister.

De stem van de Heer schalt over het water, Gods majesteit roept van over de zee. De stem van de Heer met dreunend geweld, de stem van de Heer, ontzagwekkend!

De stem van de Heer schudt de kruinen der eiken, ontbladert de trots van het woud. De Heer troont hoven het firmament, daar zetelt Hij eeuwig als koning.

vers voor het evangelie (Kol. 3, 16a.17c)

Alleluia. Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen; dankt God de Vader door Hem. Alleluia.

evangelie (Mc. 8, 14-21)

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
In die tijd hadden de leerlingen vergeten brood mee te nemen, zodat zij niet meer dan één brood bij zich in de boot hadden. Toen gaf Jezus hun deze waarschuwing: “Let op, wacht u voor het zuurdeeg van de Farizeeën en het zuurdeeg van Herodes!” Zij spraken daarover onder elkaar: “Dat zegt Hij, omdat we geen brood hebben.” Maar Hij bemerkte het en sprak: “Wat bespreekt ge daar onderling? Dat Ik dit gezegd heb, omdat ge geen brood hebt? Begrijpt en verstaat ge het dan nog niet? Is uw geest dan zo verblind? Ge hebt toch ogen, ziet ge dan niets? Ge hebt toch oren, hoort ge dan niets? En herinnert ge u niet hoeveel korven vol brokken gij hebt opgehaald, toen Ik voor de vijfduizend die vijf broden heb gebroken?” Zij antwoordden Hem: “Twaalf” “En hoeveel manden vol brokken hebt gij opgehaald, toen met die zeven voor de vierduizend?” En zij antwoordden: “zeven.” Daarop zei Hij hun: “Begrijpt ge het dan nog niet?”
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Dionysiusparochie