20e week door het jaar 1, donderdag

20e week door het jaar 1, donderdag

235 eerste lezing: Recht. 11, 29-39a

De eerste die uit de deur van mijn huis naar mij toekomt
zal ik de Heer als brandoffer opdragen.

Uit het Boek van de Rechters.
In die dagen kwam de geest van de Heer over Jefta;
hij trok door Gilead en Manasse, door Mispa in Gilead,
en vandaar naar de Ammonieten.
Toen deed Jefta aan de Heer deze gelofte:
Als Gij de Ammonieten aan mij overlevert
en ik behouden terugkeer,
zal de eerste
die uit de deur van mijn huis naar mij toekomt
aan de Heer behoren;
ik zal hem als brandoffer opdragen.
Toen trok Jefta ten strijde tegen de Ammonieten.
En de Heer leverde hen over aan zijn macht.
Hij sloeg op hen in, van Àroër tot aan de weg van Minnit
– twintig steden – en tot Abel-Keramim;
hij bracht hun een zeer zware nederlaag toe.
Zo werden de Ammonieten door de Israëlieten vernederd.
Toen Jefta naar zijn huis in Mispa terugkeerde,
kwam zijn dochter de deur uit
om hem met tamboerijnen en reidansen tegemoet te gaan.
Zij was zijn enig kind;
buiten haar had hij geen zonen of dochters.
Zodra hij haar zag, scheurde hij zijn kleren en riep uit:
“Ach mijn dochter, wat tref je me zwaar:
je maakt me diep ongelukkig!
Ik heb de Heer mijn woord gegeven, ik kan niet meer terug.”
Zij antwoordde:
“Vader, gij hebt de Heer uw woord gegeven.
Doe dus met mij wat ge beloofd hebt, want de Heer
heeft u wraak laten nemen op de Ammonieten, uw vijanden.
Ik vraag u alleen nog deze gunst:
geef mij twee maanden
om met mijn vriendinnen de bergen in te gaan
en daar te rouwen omdat ik als maagd moet sterven.”
Hij antwoordde: “Doe dat,”
en hij liet haar voor twee maanden gaan.
En zij ging met haar vriendinnen de bergen in
en rouwde daar, omdat zij als maagd moest sterven.
Toen zij na twee maanden weer bij haar vader kwam,
voltrok hij aan haar de gelofte, die hij gedaan had.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

tussenzang: Ps. 40 (39), 5, 7-8a, 8b-9,10

Refrein:
Ik kom, Heer, om uw wil te doen.

Gelukkig is de man, die op de Heer zijn hoop stelt,
die met opstandelingen en onoprechten niet verkeert.

Geschenk en offerande hebt Gij nooit verlangd,
maar wel hebt Gij mijn oren voor uw stem geopend.

Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mij;
dus zei ik: ja, ik kom, zoals van mij geschreven staat:
Uw wil te doen, mijn God, dat is mijn vreugde,
uw wet is in mijn hart gegrift.

In de bijeenkomsten heb ik gerechtigheid gepredikt,
mijn lippen niet gesloten, Heer, Gij weet het.

vers voor het evangelie: Ps. 119 (118), 105

Alleluia.
Uw woord is een lamp voor mijn voeten, Heer,
het is een licht op mijn pad.
Alleluia.

236 evangelie: Mt. 22, 1-14

Gaat naar de kruispunten der wegen
en nodigt wie ge er maar vindt tot de bruiloft.

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Lof zij U, Christus.

In die tijd nam Jezus het woord
en sprak tot de hogepriesters en de oudsten van het volk
in gelijkenissen.
Hij zei:
“Het Rijk der hemelen
gelijkt op een koning, die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon.
Hij stuurde zijn dienaars uit
om allen te roepen, die hij tot de bruiloft had uitgenodigd,
maar zij wilden niet komen.
Daarop zond hij andere dienaars met de opdracht:
Zegt aan de genodigden:
Zie ik heb mijn maaltijd klaar,
mijn ossen en het gemeste vee zijn geslacht;
alles staat gereed.
Komt dus naar de bruiloft.
aar zonder er zich om te bekommeren gingen zij weg,
de een naar zijn akker,
de ander naar zijn zaken.
De overigen grepen zijn dienaars vast,
mishandelden en doodden hen.
Nu ontstak de koning in toorn,
stuurde zijn troepen
en liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken.
Toen sprak hij tot zijn dienaars:
Het bruiloftsmaal staat klaar,
maar de genodigden waren het niet waard.
Gaat dus naar de kruispunten der wegen
en nodigt wie ge er maar vindt tot de bruiloft.
Zijn dienaars gingen naar de wegen
en brachten allen mee, die zij er aantroffen,
slechten zowel als goeden,
en de bruiloftszaal liep vol met gasten.
Toen nu de koning binnenkwam
om de aanliggenden te bezoeken,
merkte hij daar iemand op,
die niet voor een bruiloft gekleed was.
En hij sprak tot hem:
Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen
zonder bruiloftskleed?
Maar de man bleef het antwoord schuldig.
Toen sprak de koning tot de bedienden:
Bindt hem aan handen en voeten
en werpt hem buiten in de duisternis.
Daar zal geween zijn en tandengeknars.
Velen zijn geroepen,
maar weinigen uitverkoren.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x