1e week door het jaar 1, dinsdag

Eerste week door het jaar 1, dinsdag

eerste lezing (Hebr. 2, 5-12)

Uit de brief aan de Hebreeën.
Broeders en zusters, het is zeker dat God niet aan engelen de heerschappij heeft gegeven over de wereld der toekomst, die ons eigenlijk onderwerp is. Hier is de uitspraak van kracht, die we lezen in de Schrift: “Wat is de mens dat Gij hem gedenkt en het mensenkind dat Gij naar hem omziet? Gij hebt hem een korte tijd beneden de engelen gesteld. Gij hebt hem met luister en eer gekroond. Gij hebt alles aan hem onderworpen en voor zijn voeten gelegd.” Dat God alle dingen aan de mens onderworpen heeft, betekent natuurlijk dat niets hiervan is uitgezonderd. In feite echter zien wij nog niet dat alle dingen aan Hem onderworpen zijn. Maar wel zien wij hoe Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen was gesteld, nu met luister en eer gekroond is, omdat Hij de dood heeft verduurd. Door Gods genade kwam zijn sterven aan allen ten goede. God, einddoel en oorsprong van alle dingen, wil vele kinderen tot de hemelse heerlijkheid leiden, het was dan ook passend dat Hij hun aanvoerder en redder door lijden heen tot de voleinding bracht. Want Hij die heiligt en zij die geheiligd worden, hebben een en dezelfde oorsprong; daarom schrikt Hij er ook niet voor terug hen zijn broeders te noemen wanneer Hij zegt: “Ik zal uw naam verkondigen aan mijn broeders en uw lof zingen midden in de gemeente.”
Woord van de Heer.

Wij danken God.

tussenzang (Ps. 8)

Refrein:
Heel uw schepping hebt Gij aan de mens onderworpen.

Heer, onze Heer, hoe ontzagwekkend is uw Naam op aarde. Ach, wat is de mens dan, dat Gij naar hem omziet, ’t mensenkind, dat Gij zo voor hem zorgt?

Niet veel minder dan een engel hebt Gij hem geschapen, hem omkleed met schoonheid en met pracht, heel uw schepping aan hem onderworpen, alles aan zijn voeten neergelegd.

Runderen en schapen overal, ook de wilde dieren op de velden, vogels in de lucht en vissen in de zee, al wat wemelt in de oceanen.

vers voor het evangelie (Ps. 19/18, 9)

Alleluia. Uw voorschriften, Heer, zijn betrouwbaar, onwetenden maken zij wijs. Alleluia.

evangelie (Mc. 1, 21-28)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
Lof zij U, Christus.

In die tijd kwamen Jezus en zijn leerlingen in Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Hij naar de synagoge waar Hij als leraar optrad. De mensen waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, want Hij onderrichtte hen niet zoals de schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit. Er bevond zich in hun synagoge juist een man, die in de macht was van een onreine geest en luid begon te schreeuwen: “Jezus van Nazaret, wat hebt Gij met ons te maken? Ge zijt gekomen om ons in het verderf te storten. Ik weet wie Gij zijt: de heilige Gods.” Jezus voegde hem toe: “Zwijg stil en ga uit hem weg.” De onreine geest schudde hem heen en weer, gaf nog een luide schreeuw en ging uit hem weg. Allen stonden zó verbaasd dat ze onder elkaar vroegen: “Wat betekent dat toch? Een nieuwe leer met gezag! Hij geeft bevel aan de onreine geesten en ze gehoorzamen Hem.” Snel verspreidde zijn faam zich naar alle kanten over heel de streek van Galilea.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Dionysiusparochie