7 januari

7 januari

Indien het feest van Openbaring reeds voorbij is, neemt men de
lezingen van ná Openbaring

67 eerste lezing: 1Joh. 5, 14-21

God luistert naar ons als wij Hem iets vragen.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes.
Vrienden,
ons vertrouwen op God geeft ons de zekerheid,
dat Hij naar ons luistert
als wij Hem iets vragen overeenkomstig zijn wil.
En als wij weten, dat Hij naar al ons vragen luistert,
mogen wij er ook zeker van zijn,
dat onze gebeden al zijn verhoord.
Als iemand zijn broeder een zonde ziet bedrijven,
die niet voert tot de dood,
moet hij voor zijn broeder bidden
en God zal hem in leven houden, dat wil zeggen,
als zijn zonde hem niet doodt.
Want er is een zonde, die voert tot de dood;
hiervoor geldt mijn aansporing om te bidden niet.
Maar hoewel elke verkeerde daad zonde, is
brengt niet elke zonde de dood.
Wij weten dat een kind van God niet zondigt;
de Zoon van God behoedt hem
en de boze heeft geen vat op hem.
Wij weten dat wij bij God horen,
terwijl de hele wereld in de macht van de boze ligt.
Wij weten dat de Zoon van God gekomen is
en dat Hij ons inzicht gegeven heeft
om de waarachtige God te kennen,
en wij zijn in de waarachtige God,
want wij zijn in Jezus Christus, zijn Zoon.
Dit is de ware God, dit is eeuwig leven!
Kinderen, wacht u voor valse goden.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

tussenzang: Ps 149, 1-2, 3-4, 5, 6a, 9b

Refrein:
Onze Heer, die zijn volk bemint,
omkranst de verdrukte met zegekransen.
Of: Alleluia.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zijn lof weerklinke te midden der zijnen.
Israël juiche zijn Schepper toe,
laat Sions zonen hun koning begroeten.

Looft zijn Naam in een heilige dans,
bespeelt voor Hem harp en citer.
Want onze Heer, die zijn volk bemint,
omkranst de verdrukte met zegekransen.

Jubelt dus, heiligen, om uw triomf,
viert feest in uw legerplaatsen.
Gaat met het lied van God in uw mond,
een taak die zijn vromen tot eer strekt.

vers voor het evangelie

Alleluia.
De luister van deze dag is een licht om ons heen;
komt allen de Heer aanbidden, gij volkeren en naties,
want vandaag verscheen een groot licht op aarde.
Alleluia.

68 evangelie: Joh. 2, 1-12

Jezus maakt te Kana een begin met de tekenen en openbaart zijn 
heerlijkheid.

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
Lof zij U, Christus.

Op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea,
waarbij de moeder van Jezus aanwezig was.
Jezus en zijn leerlingen
waren eveneens op die bruiloft uitgenodigd.
Toen de wijn op raakte,
zei de moeder van Jezus tot Hem:
“Ze hebben geen wijn meer.”
Jezus zei tot haar:
“Vrouw, is dat soms uw zaak?
Nog is mijn uur niet gekomen.”
Zijn moeder sprak tot de bedienden:
“Doet maar wat Hij u zeggen zal.”
Nu stonden daar volgens het reinigingsgebruik der Joden
zes stenen kruiken,
elk met een inhoud van twee of drie metreten.
Jezus zei hun:
“Doet die kruiken vol water.”
Zij vulden ze tot bovenaan toe.
Daarop zei Hij hun:
“Schept er nu wat uit
en brengt dat aan de tafelmeester.”
Dat deden ze,
en zodra de tafelmeester het water proefde,
dat in wijn veranderd was
– hij wist niet waar die wijn vandaan kwam,
maar de bedienden, die het water geschept hadden
wisten het wel –
riep hij de bruidegom en zei hem:
“Iedereen zet eerst de goede wijn voor
en wanneer men eenmaal goed gedronken heeft de mindere.
U hebt de goede wijn tot nu toe bewaard.”
Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen
en openbaarde zijn heerlijkheid.
En zijn leerlingen geloofden in Hem.
Daarna daalde Hij af naar Kafárnaüm,
Hijzelf en zijn moeder,
de broeders en zijn leerlingen;
maar zij bleven daar slechts enkele dagen.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Subscribe
Abonneren op

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments