12 januari of zaterdag na de openbaring des Heren

12 januari of zaterdag na de openbaring des Heren

eerste lezing (1 Joh. 5, 14-21)

Uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes.
Vrienden, ons vertrouwen op God geeft ons de zekerheid, dat Hij naar ons luistert als wij Hem iets vragen overeenkomstig zijn wil. En als wij weten, dat Hij naar al ons vragen luistert, mogen wij er ook zeker van zijn, dat onze gebeden al zijn verhoord. Als iemand zijn broeder een zonde ziet bedrijven, die niet voert tot de dood, moet hij voor zijn broeder bidden en God zal hem in leven houden, dat wil zeggen, als zijn zonde hem niet doodt. Want er is een zonde, die voert tot de dood; hiervoor geldt mijn aansporing om te bidden niet. Maar hoewel elke verkeerde daad zonde is, brengt niet elke zonde de dood. Wij weten, dat een kind van God niet zondigt; de Zoon van God behoedt hem en de boze heeft geen vat op hem. Wij weten, dat wij bij God horen, terwijl de hele wereld in de macht van de boze ligt. Wij weten, dat de Zoon van God gekomen is en dat Hij ons inzicht gegeven heeft om de waarachtige God te kennen, en wij zijn in de waarachtige God, want wij zijn in Jezus Christus, zijn Zoon. Dit is de ware God, dit is eeuwig leven! Kinderen, wacht u voor valse goden.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 149)

Refrein:
Onze Heer, die zijn volk bemint, omkranst de verdrukte met zegekransen.
Of: Alleluia.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang, zijn lof weerklinke te midden der zijnen. Israël juiche zijn Schepper toe, laat Sions zonen hun koning begroeten.

Looft zijn Naam in een heilige dans, bespeelt voor Hem harp en citer. Want onze Heer, die zijn volk bemint, omkranst de verdrukte met zegekransen.

Jubelt dus, heiligen, om uw triomf, viert feest in uw legerplaatsen. Voltrek aan hen het vonnis van God, de taak die zijn vromen tot eer strekt.

vers voor het evangelie (cf. 1 Tim. 3, 16)

Alleluia. Geprezen zij de Heer, omdat Hij verkondigd werd onder de volken; geprezen zij de Heer, omdat Hij geloofd werd in de wereld. Alleluia.

evangelie (Joh. 3, 22-30)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
Lof zij U, Christus.

In die tijd ging Jezus met zijn leerlingen het land van Juda in, bleef daar enige tijd met hen en doopte er. Ook Johannes diende te Enon bij Salem het doopsel toe, omdat daar veel water was; men ging daarheen om zich te laten dopen. Johannes was namelijk nog niet in de gevangenis geworpen. Enige leerlingen uit de kring van Johannes geraakten in een twistgesprek met een Jood over reinigingskwesties. Zij gingen naar Johannes en zeiden hem: “Rabbi, de man die met u was aan de overkant van de Jordaan en over wie gij een getuigenis hebt gegeven: nu Hij aan het dopen is, lopen ze allemaal naar Hèm toe.” Johannes gaf hun ten antwoord: “Een mens kan zich niets toeëigenen, tenzij het hem vanuit de hemel gegeven is. Gij zijt zelf mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Messias niet, maar een gezondene om voor Hem uit te gaan. De bruidegom is hij, die de bruid heeft, maar de vriend van de bruidegom, die staat te luisteren of hij hem hoort, is al vol blijdschap, wanneer hij de stem van de bruidegom verneemt. Zo nu is mijn vreugde en ze is volkomen. Hij moet groter worden, maar ik kleiner.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Dionysiusparochie