Onze Heer Jezus Christus, eeuwige Hogepriester – Donderdag na Pinksteren – Feest

Uit het lectionarium supplement

Donderdag na Pinksteren

Jezus Christus eeuwige Hogepriester – Jaar C

Feest

 

EERSTE LEZING

Heilig, Heilig, Heilig, de Heer van de hemelse machten.

Lezing uit het boek van de profeet Jesaja     6, 1-4. 8

In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer,
gezeten op een hoge en verheven troon;
de sleep van zijn kleed bedekte heel de vloer van de tempel.
Serafs stonden om Hem heen; ieder met zes vleugels;
twee om het aangezicht te bedekken,
twee om de voeten te bedekken,
en twee om te vliegen.
En zij riepen elkander toe:
“Heilig, Heilig, Heilig,
de Heer van de hemelse machten!
Heel de aarde is vol van zijn glorie!”
Het luide roepen
deed de drempels in hun voegen schudden
en het heiligdom stond vol rook.

Daarop hoorde ik de Heer zeggen:
“Wie moet Ik zenden? Wie zal er voor ons gaan?”
En ik antwoordde: “Hier ben ik: zend mij!”

Woord van de Heer.

ANTWOORDPSALM     PS. 23 (22), 2-3a. 5. 6 (R. 1)

R. De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.

Hij laat mij weiden op groene velden.
Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed. R.

Gij nodigt mij aan uw tafel
tot ergernis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker is overvol. R.

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit,
elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden. R.

Ofwel:

Hij die heiligt en zij die geheiligd worden
hebben één en dezelfde oorsprong.

Lezing uit de Brief aan de Hebreeën     2, 10-18

Broeders en zusters,

Het was passend dat God,
einde en oorsprong van alles,
wilde Hij vele kinderen
de hemelse heerlijkheid binnenleiden,
ook de aanvoerder die hen redt,
door lijden tot de voleinding bracht.
Want Hij die heiligt en zij die geheiligd worden
hebben één en dezelfde oorsprong;
daarom schrikt Hij er ook niet voor terug
hen zijn broeders te noemen, wanneer Hij zegt:
Ik zal uw naam verkondigen aan mijn broeders
en uw lof zingen midden in de gemeente;
en opnieuw: Ik zal Mij geheel op Hem verlaten;
en nog eens: Hier ben ik met de kinderen
die God mij gegeven heeft.
De kinderen van één familie hebben deel
aan hetzelfde vlees en bloed;
daarom heeft Hij ons bestaan willen delen,
om door zijn dood
de vorst van de dood, de duivel, te onttronen,
en te bevrijden hen die door de vrees voor de dood
heel hun leven aan onvrijheid onderworpen waren.
Want het zijn niet de engelen wier lot Hij zich aantrekt,
maar de nakomelingen van Abraham.
Vandaar dat Hij in alles
aan zijn broeders gelijk moest worden,
om als een barmhartig en getrouw hogepriester
hun belangen bij God te behartigen
en de zonden van het volk uit te boeten.
Omdat Hij zelf de proef van het lijden doorstaan heeft,
kan Hij allen helpen die beproefd worden.

Woord van de Heer.

ALLELUIA      Ez. 36, 25a. 26a

R. Alleluia.
Ik zal u met zuiver water besprenkelen
en Ik zal u een nieuw hart geven
en een nieuwe geest in u uitstorten.
R. Alleluia.

EVANGELIE

Omwille van hen wijd Ik Mij aan U,
opdat ook zij in waarheid aan U toegewijd mogen zijn.

Lezing uit het heilig Evangelie
volgens Johannes     17, 1-2. 9. 14-26

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad:
“Vader, het uur is gekomen.
Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke.
Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen
om eeuwig leven te schenken
aan allen die Gij Hem gegeven hebt.

Ik bid voor hen. Niet voor de wereld bid Ik,
maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt,
omdat zij U toebehoren.

Ik heb hen uw woord meegedeeld,
maar de wereld heeft hen gehaat,
omdat zij niet van de wereld zijn,
zoals Ik niet van de wereld ben.
Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt,
maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad.
Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben.
Wijd hen U toe in de waarheid. Uw woord is waarheid.
Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt,
zo zend Ik hen in de wereld,
en omwille van hen wijd Ik Mij aan U,
opdat ook zij in waarheid aan U toegewijd mogen zijn.
Niet voor hen alleen bid Ik, maar ook voor hen
die door hun woord in Mij geloven,
opdat zij allen één mogen zijn
zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U:
dat ook zij in Ons mogen zijn,
opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
Ik heb hun de heerlijkheid gegeven,
die Gij Mij geschonken hebt,
opdat zij één zijn zoals Wij één zijn:
Ik in hen en Gij in Mij,
opdat zij volmaakt één zijn en de wereld zal erkennen,
dat Gij Mij hebt gezonden
en hen hebt liefgehad, zoals Gij Mij hebt liefgehad.
Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt
met Mij mogen zijn waar Ik ben,
opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen,
die Gij Mij gegeven hebt, daar Gij Mij lief hebt gehad
vóór de grondvesting van de wereld.
Rechtvaardige Vader,
al heeft de wereld U niet erkend, Ik heb U erkend,
en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt.
Uw naam heb Ik hun geopenbaard
en Ik zal dit blijven doen,
opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad,
in hen moge zijn en Ik in hen.”

Woord van de Heer.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments