21e zondag door het jaar A

21e zondag door het jaar A

170 eerste lezing: Jes. 22, 19-23

De sleutel van Davids huis zal Ik op zijn schouder leggen.

Uit de profeet Jesaja.
Zo spreekt de Heer tot Shebna, de overste van de tempel:
“Ik zal u van uw post verjagen
en u stoten uit uw ambt.
En dan zal Ik mijn dienaar roepen,
Eljakim, de zoon van Chilkia,
en hem bekleden met uw gewaad,
hem tooien met uw sjerp
en aan hem uw taak in handen geven.
Hij zal een vader zijn
voor de bewoners van Jeruzalem
en voor het huis van Juda.
De sleutel van Davids huis
zal Ik op zijn schouder leggen,
en als hij opendoet, zal niemand sluiten,
en als hij sluit, zal niemand opendoen.
Ik zal hem vastslaan
als een spijker op een stevige plek,
en hij wordt een erezetel
voor het huis van zijn vader.”
Zo spreekt de almachtige Heer.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

tussenzang: Ps. 138 (137), 1-2a, 2bc-3, 6 en 8bc.

Refrein:
Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde:
vergeet het maaksel van uw handen niet!

U wil ik prijzen, Heer, uit heel mijn hart,
omdat Gij naar mijn bidden hebt geluisterd.

Ik zing voor U en alle hemelmachten
en werp mij neer, gebogen naar uw heiligdom.

U prijs ik om uw goedheid en uw trouw,
want uw belofte hebt Gij mateloos vervuld.

Wanneer ik tot U riep hebt Gij mij steeds verhoord,
Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven.

Waarlijk verheven is de Heer, die let op de geringe,
maar op de trotsen neerziet van omhoog.

Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde;
vergeet het maaksel van uw handen niet.

171 tweede lezing: Rom. 11, 33-36

Uit Hem en door Hem en voor Hem zijn alle dingen.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome.
O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis!
Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen,
hoe onnaspeurlijk zijn wegen!
Wie kent de gedachten des Heren?
Wie is zijn raadsman geweest?
Wie kan vergoeding eisen
voor wat hij God heeft gegeven?
Want uit Hem en door Hem en voor Hem
zijn alle dingen.
Hem zij de glorie in eeuwigheid! Amen.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

vers voor het evangelie: Mt. 16, 18

Alleluia.
Gij zijt Petrus
en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen,
en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
Alleluia.

172 evangelie: Mt. 16, 13-20 

Gij zijt Petrus, en Ik zal u de sleutels geven van het Rijk
der hemelen.

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Lof zij U, Christus.

In die tijd kwam Jezus in de streek van Caesarea van Filippus
en Hij stelde zijn leerlingen deze vraag:
“Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?”
Zij antwoordden:
“Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia,
weer anderen Jeremia of een van de profeten.”
“Maar gij,” sprak Hij tot hen, “wie zegt gij dat Ik ben?” Simon Petrus antwoordde:
“Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Jezus hernam:
“Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona,
want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is.
Op mijn beurt zeg Ik u:
Gij zijt Petrus;
en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen
en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen
en wat gij zult binden op aarde
zal ook in de hemel gebonden zijn,
en wat gij zult ontbinden op aarde
zal ook in de hemel ontbonden zijn.”
Daarop verbood Hij zijn leerlingen nadrukkelijk
iemand te zeggen, dat Hij de Christus was.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Subscribe
Abonneren op

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments