Feest van de Doop van de Heer, jaar B

Feest van de Doop van de Heer, jaar B

37 eerste lezing: Jes. 42, 1-4.6-7 (uit het oude lectionarium)

Dit is mijn dienaar in wie Ik behagen schep.

Uit de Profeet Jesaja.
Zo spreekt de Heer:
“Dit is mijn dienaar die Ik ondersteun,
mijn uitverkorene in wie Ik behagen schep:
mijn geest stort Ik over hem uit,
gerechtigheid laat hij stralen over de volken.
Hij roept niet, hij schreeuwt niet
en op straat verheft hij zijn stem niet.
Het geknakte riet zal hij niet breken,
de kwijnende vlaspit niet doven,
in waarheid zal hij de gerechtigheid laten stralen.
Onvermoeid en ongebroken
zal hij op aarde gerechtigheid laten zegevieren:
de verre kusten zien uit naar zijn leer.
Ik, de Heer, roep u in gerechtigheid,
Ik neem u bij de hand en waak over u
en maak u voor de mensen tot het teken van mijn verbond
en tot een licht voor de volken.
Blinden zult Gij de ogen openen,
gevangenen uit hun kerker bevrijden
en uit de gevangenis allen die in duisternis zitten.”

Woord van de Heer.

tussenzang: Ps. 29 (28), 1a en 2, 3ac-4, 3b en 9b-10

Refrein:
God zegent zijn volk met vrede.

Huldigt de Heer, alle zonen van God.
Huldigt de Heer om zijn glorie en macht.

Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam,
knielt voor Hem neer om zijn heilige luister.

De stem van de Heer schalt over het water,
Gods majesteit roept van over de zee.

De stem van de Heer met dreunend geweld,
de stem van de Heer, ontzagwekkend!

Gods majesteit roept van over de zee,
zijn tempel weergalmt van zijn glorie.

De Heer troont boven het firmament,
daar zetelt Hij eeuwig als koning.

ofwel

eerste lezing: Jes. 55, 1-11 (uit het nieuwe lectionarium)

Komt naar het water en luistert, en gij zult leven.

Lezing uit het boek van de profeet Jesaja.

Zo spreekt de Heer:
“Komt naar het water, gij allen die dorst lijdt!
Ook gij die geen geld hebt, komt toch.
Komt kopen,
geniet zonder geld en zonder te betalen,
komt kopen wijn en melk.
Wat geeft gij uw geld voor iets dat geen brood is?
Wat geeft gij uw arbeid voor iets dat niet voedt?
Luistert, luistert naar Mij:
dan eet gij wat goed is,
dan verzadigt gij u aan heerlijke spijs.
Neigt uw oor en komt naar Mij
en luistert
en gij zult leven.
Een blijvend verbond ga Ik sluiten met u;
de gunst, aan David verleend, verloochen Ik niet.
Hem heb Ik gemaakt tot getuige voor de volkeren,
tot vorst en gebieder over de naties.
Waarlijk, een volk zult gij roepen dat gij niet kent
en een volk dat u niet kent, snelt naar u toe
omwille van Israëls Heilige, die u verheerlijkt.
Zoekt de Heer, nu Hij zich laat vinden,
roept Hem aan, nu Hij nabij is.
De ongerechtige moet zijn weg verlaten,
de zondaar zijn gedachten;
hij moet naar de Heer terugkeren
– de Heer zal zich erbarmen –
terug naar onze God, die altijd wil vergeven.
Uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten,
mijn wegen niet uw wegen”
– zegt het orakel van de Heer –
“maar zoals de hemel hoog boven de aarde is,
zo hoog gaan mijn wegen uw wegen te boven
en mijn gedachten uw gedachten.
Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel vallen
en daar pas terugkeren,
wanneer zij de aarde hebben gedrenkt,
haar hebben bevrucht, zodat zij groen wordt,
wanneer zij het zaad aan de zaaier hebben gegeven
en het brood aan de eter,
zo zal het ook gaan met het woord
dat komt uit mijn mond:
het keert niet vruchteloos naar Mij terug;
het keert pas weer,
wanneer het mijn wil volbracht heeft
en zijn zending heeft vervuld.”

Woord van de Heer.

Antwoordpsalm: Jes. 12, 2-3. 4bcd. 5-6 (Refr. 3)

Refrein:
Verheugd zult ge water scheppen
uit de bronnen van heil.

Ja, Hij is de God van mijn heil,
Hij geeft mij vertrouwen, ik hoef niet te vrezen;
want Hij is mijn kracht, Hem prijs ik,
Hij heeft mij redding gebracht.
Verheugd zult ge water scheppen
uit de bronnen van heil.

Verheerlijkt de Heer, roept zijn Naam aan;
maakt bij de volken zijn daden bekend,
gedenkt hoe verheven zijn Naam is.

Bezingt de Heer om zijn weergaloos werk,
laat heel de aarde het weten.
Verheugt u en jubelt, die Sion bewoont,
om Israëls Heilige, groot in uw midden.

38 tweede lezing: Hand. 10, 34-38 (uit het oude lectionarium)

De Heer heeft hem gezalfd met de heilige Geest.

Uit de Handelingen der Apostelen.
Broeders en zusters,
in die tijd nam Petrus het woord en sprak:
“Nu besef ik pas goed,
dat er bij God geen aanzien des persoons bestaat,
maar dat, uit welk volk ook,
ieder die Hem vreest en het goede doet
Hem welgevallig is.
Het woord heeft Hij tot de zonen van Israël gezonden
toen Hij door Jezus Christus
de blijde boodschap van vrede verkondigde:
Deze is de Heer van allen.
Gij weet wat er overal in Judea gebeurd is;
hoe Jezus van Nazaret zijn optreden begon in Galilea
na het doopsel dat Johannes predikte,
en hoe God Hem gezalfd heeft
met de heilige Geest en met kracht.
Hij ging weldoende rond
en genas allen,
die onder de dwingelandij van de duivel stonden,
want God was met Hem.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.

vers voor het evangelie: cf. Mc. 9, 7

Alleluia.
De hemelen gingen open en de stem van de Vader zei:
Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.
Alleluia.

ofwel

Tweede lezing: 1 Joh. 5, 1-9 (uit het nieuwe lectionarium)

De Geest, uit water en uit bloed.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes
Dierbaren,
Iedereen die gelooft dat Jezus de Verlosser is,
is een kind van God.
Welnu, wie de vader liefheeft,
bemint ook het kind.
Willen wij God liefhebben
en zijn geboden onderhouden,
dan moeten wij ook Gods kinderen liefhebben.
Dat is onze maatstaf.
God beminnen wil zeggen:
zijn geboden onderhouden,
en zijn geboden zijn niet moeilijk te onderhouden,
want ieder die uit God geboren is,
overwint de wereld.
En het wapen waarmee wij de wereld overwinnen,
is geen ander dan ons geloof.
Niemand kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft
dat Jezus de Zoon van God is.
Hij is het die gekomen is met water en bloed,
Jezus Christus.
Hij is gekomen niet door water alleen,
maar door water en door bloed.
De Geest betuigt het, omdat de Geest de waarheid is.
Want er zijn drie getuigen,
de Geest, het water en het bloed,
en deze drie stemmen overeen.
Als wij het getuigenis van mensen aannemen,
dan zeker dat van God,
dat zoveel groter gezag heeft;
God zelf waarborgt het getuigenis,
dat Hij heeft afgelegd aangaande zijn Zoon.

Woord van de Heer.

Alleluia: Vgl. Joh. 1, 29

Alleluia.
Johannes zag Jezus naar zich toekomen en zei:
“Zie, het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt.”
Alleluia.

39 evangelie: Mc. 1, 7-11 (uit het oude én het nieuwe lectionarium)

Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.

Lezing uit het heilig evangelie volgens Marcus.

In die tijd vertrok Jezus uit Nazaret in Galilea en liet zich in de Jordaan door Johannes dopen. En op hetzelfde ogenblik dat Hij uit het water opsteeg, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen.

In die tijd predikte Johannes:
“Na mij komt die sterker is dan ik,
en ik ben niet waardig mij te bukken
en de riem van zijn sandalen los te maken.
Ik heb u gedoopt met water,
maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest.”
In die tijd vertrok Jezus uit Nazaret in Galilea
en liet zich in de Jordaan door Johannes dopen.
En op hetzelfde ogenblik dat Hij uit het water opsteeg,
zag Hij de hemel openscheuren
en de Geest als een duif op zich neerdalen.
En er kwam een stem uit de hemel:
“Gij zijt mijn Zoon,
mijn veelgeliefde;
in U heb Ik welbehagen.”

Woord van de Heer.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments