Preek op 23-02-2025, 7e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen
Openingswoord
Welkom, broeders en zusters, in deze heilige Mis, waar we samenkomen om de liefde en vergeving van God te vieren. Ook de mensen, die via de livestream met ons zijn verbonden, welkom!
We staan vandaag stil bij de wijsheid van het Evangelie, dat ons uitdaagt om geen kwaad met kwaad te vergelden. Wij worden herinnerd aan de barmhartigheid, die God ons toont en de vergeving, die Hij van ons verwacht naar onze medemensen toe.
Laten we nadenken over de plaatsen, de situaties, in ons leven waar we vasthouden aan wrok of waar we over anderen oordelen vellen. Mogen we, door de kracht van de heilige Geest, de moed vinden om te vergeven, te spreken met vriendelijkheid en te handelen met barmhartigheid. Want met de maat waarmee wij meten, zullen wij gemeten worden.
Laat ons met een open hart en een verlangen naar vergeving de heilige Mis beginnen, opdat we, door Jezus Christus, de vrijspraak van de Vader mogen ervaren.
Openingsgebed
Laat ons bidden. Barmhartige Vader, door Jezus hebt Gij ons geleerd geen kwaad met kwaad te vergelden. Schenk ons uw geest van vergevingsgezindheid; want met de maat waarmee wij meten, zullen wij gemeten worden, en als wij zelf anderen van harte vrijspreken, zullen wij ook bij U vrijspraak vinden. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … Amen.
Kinder- en TienerWoordDienst
Preek
Geliefde broeders en zusters, wat een vreugde om hier met jullie samen te zijn, in dit Huis van God, waar we ons kunnen laven aan de bron van Zijn onuitputtelijke liefde en wijsheid. We willen weer even stilstaan bij de zojuist gehoorde Bijbelteksten, drie boodschappen waarin hoop weerklinkt, vergeving en de veranderende kracht van liefde. Laten we ons hart openen en de blijdschap ontvangen, die deze woorden ons willen schenken.
De lezing uit het eerste boek Samuël is een verhaal vol spanning, dramatiek, maar bovenal: vergeving. We zien David, de toekomstige koning van Israël, in een positie waarin hij de boosaardige koning Saul, zijn vijand en belager, gemakkelijk had kunnen doden.
Saul, verteerd door jaloezie en angst, zocht David om hem te doden. Daar, in het hart van de nacht, staat David naast de slapende Saul. Zijn mannen, Abisaï voorop, fluisteren, dat dit de perfecte kans is, een geschenk van God. “Laat mij hem met zijn eigen lans aan de grond priemen!,” zegt Abisaï, “één stoot en hij is er geweest!” Maar David, vol wijsheid en respect voor Gods gezalfde, weigert. Hij zegt: “Wie slaat ongestraft de hand aan de gezalfde van de Heer?”

Wat een adembenemend moment! David kiest voor de hogere weg, de weg van respect, van liefde voor zijn vijand. Hij had alle recht om Saul te doden, maar hij – een man uit de tijd van het Oude Testament, hij kende Jezus nog helemaal niet – koos ervoor om te vergeven, om het oordeel aan God over te laten.
En dat is de sleutel! Het is zo gemakkelijk om op haat te reageren met haat, met geweld op geweld. Maar David toont ons die andere mogelijkheid, een pad, dat leidt naar vrede en heelheid. Hij toont ons de kracht van zelfbeheersing, de deugd van geduld, en bovenal, het geloof dat God alles in Zijn hand heeft, en dat wij het recht dus niet in eigen hand hoeven te nemen.
In de tweede lezing spreekt de heilige Paulus, de apostel van de heidenen, over de verrijzenis en over de nieuwe Adam. Hij zegt: “De eerste mens, Adam, werd een levend wezen; de laatste Adam werd een levendmakende Geest.” Paulus legt uit, dat wij, als nakomelingen van Adam, de aardse, vergankelijke natuur hadden geërfd, de gevallen menselijke natuur, bij onze geboorte waren wij besmet met de erfzonde; nu niet meer, want door Christus, de laatste Adam, en door zijn heilig doopsel, kunnen we de hemelse, onvergankelijke natuur ontvangen.
Wat een fantastische belofte! Maar het is niet alleen een belofte voor de toekomst, maar een realiteit voor het heden. Door Christus kunnen we al nu delen in de hemelse natuur. We kunnen boven onze aardse soms ietwat primitieve instincten uitstijgen, boven de verleiding van wraak en haat. We kunnen leven in de geest, in de liefde van Christus, die ons in staat stelt om anders te reageren, om te vergeven, om lief te hebben, zoals Hij liefheeft.
En dan, in het evangelie, spreekt Jezus zelf woorden, die ons uitdagen om niet de gemakkelijkste weg te kiezen. Hij zegt: “Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten, zegent hen, die u vervloeken, en bidt voor hen, die u mishandelen.” Het lijkt onmogelijk! Hoe kunnen we liefhebben wie ons pijn doet? Hoe kunnen we zegeningen spreken over hen, die ons vervloeken?
Maar Jezus legt uit: “Als ge bemint wie u beminnen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Ook de zondaars beminnen wie hen liefhebben.” Liefde, die alleen gegeven wordt aan hen, die ons liefhebben, is een beperkte liefde, een voorwaardelijke liefde. Als jij van mij houdt, houd ik ook van jou. Jezus roept ons op tot een hogere liefde, een liefde, die geen grenzen kent, een liefde, die zelfs de vijand omarmt.
Waarom? Omdat die liefde de wereld kan veranderen! Omdat die liefde de keten van haat en wraak kan doorbreken! Omdat die liefde ons laat zien, dat we allemaal kinderen zijn van dezelfde Vader, die immers ook goed is voor ondankbaren en slechten. Jezus zegt: “Weest barmhartig zoals uw Vader barmhartig is.” Hij roept ons op om de barmhartigheid van God te weerspiegelen in ons eigen leven.
En dan tenslotte, die prachtige belofte: “Geeft en u zal gegeven worden: een goede, gestampte, geschudde en overlopende maat zal men u in de schoot storten.”
Het gaat daarbij niet alleen om materiële gaven, maar om de liefde, de vreugde, de vrede, die we ontvangen als ook wij vrijgevig zijn met onze liefde en barmhartigheid. Het is een belofte van overvloed, van zegeningen, die verder gaan dan we kunnen bevatten.
Laten we vandaag, geïnspireerd door het woord Gods, een nieuw begin maken. Laten we, net als David, kiezen voor vergeving in plaats van wraak. Laten we, net als Christus, de hemelse natuur in ons laten groeien, de liefde, die alles overwint. Laten we, net als God, barmhartig zijn voor iedereen, zelfs voor onze vijanden. Want in die liefde, in die vergeving, in die barmhartigheid, vinden we ware vreugde, ware hoop, en ware vrede. Amen.