Zondag Drie-eenheid: God is geen eenling
De heilige Drie-eenheid: het hart van ons geloof
Het hoogfeest van de heilige Drie-eenheid brengt ons bij het diepste geheim van het christelijk geloof. Wij belijden niet alleen dat God bestaat. Wij belijden wie God is: Vader, Zoon en Heilige Geest. Eén God in drie Personen. Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar het is geen koude theorie en geen wiskundige puzzel. Het is het geloof dat God in zichzelf liefde is, gemeenschap, overgave, leven. God is niet een eenzame macht boven de wereld. God is eeuwige liefde: de Vader die bemint, de Zoon die uit de Vader geboren wordt, en de Heilige Geest die de liefde is tussen Vader en Zoon en die liefde in ons hart uitstort.
De Bijbel geeft ons deze geloofswaarheid niet in de vorm van een catechismusles. Zij laat ons God ontmoeten. Stap voor stap groeit het inzicht. In het Oude Testament staat de belijdenis van de ene God centraal: “Hoor, Israël, de Heer is onze God, de Heer alleen.” Israël leeft midden tussen volken die vele goden vereren. Tegenover die wereld leert Israël: er is maar één God, de Schepper van hemel en aarde, de Bevrijder uit Egypte, de Heilige van Israël. Maar tegelijk blijkt die ene God geen afstandelijke God te zijn. Hij spreekt, Hij roept, Hij leidt, Hij vergeeft, Hij sluit een verbond.

Dat zien wij sterk in de eerste lezing uit Exodus. Mozes stijgt de berg Sinaï op met de twee stenen platen. De context is belangrijk: Israël heeft gezondigd met het gouden kalf. Het volk dat zojuist bevrijd is, heeft zich alweer afgewend. Juist dan openbaart God zijn Naam. Hij zegt niet eerst: Ik ben machtig, Ik ben dreigend, Ik ben ongenaakbaar. Hij roept uit: “De Heer is een barmhartige en medelijdende God, geduldig, groot in liefde en trouw.” Dat is van grote theologische betekenis. Gods Naam is verbonden met barmhartigheid. Zijn heiligheid is geen ijzige afstand, maar een heilige liefde die zonde ernstig neemt en toch vergeving schenkt.
Mozes reageert door neer te vallen en te aanbidden. Aanbidding is hier geen vlucht uit de werkelijkheid. Mozes bidt juist midden in de schuld van het volk: “Trek dan met ons mee.” Hij vraagt niet: Heer, kies een beter volk. Hij vraagt: Heer, blijf bij ons, vergeef ons, maak ons tot uw bezit. Daar wordt al iets zichtbaar van het geheim dat later in Christus voluit openbaar wordt: God komt niet naar mensen toe omdat zij al volmaakt zijn, maar om hen te redden, te zuiveren en in zijn verbond binnen te leiden.
De antwoordpsalm uit Daniël is één grote lofzang. “Gij zijt lofwaardig en hoogverheven in eeuwigheid.” God wordt gezegend in zijn heilige Naam, in zijn tempel, op de troon van zijn Rijk, boven de cherubs, in het firmament van de hemel. Deze lofzang bewaart het evenwicht. De God die met ons meetrekt, blijft tegelijk de hoogverheven God. Hij is nabij, maar niet gewoon. Hij is barmhartig, maar niet klein te maken. Hij is de God die de diepten doorschouwt. In de liturgie leren wij daarom spreken met eerbied. De Drie-eenheid is geen onderwerp dat wij bezitten; het is een geheim waarin wij mogen binnentreden.
In de tweede lezing horen wij een van de mooiste trinitarische teksten van het Nieuwe Testament: “De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen.” Paulus geeft hier geen lange uitleg, maar een zegen. Juist dat is veelzeggend. De Drie-eenheid is voor de eerste christenen geen later verzonnen theorie, maar de werkelijkheid waarin zij bidden, leven en elkaar zegenen. Zij ervaren Gods liefde als Vaderlijke oorsprong, zij ontvangen de genade van Jezus Christus, en zij worden tot gemeenschap gevormd door de Heilige Geest.
Historisch gezien heeft de Kerk deze ervaring later nauwkeurig onder woorden moeten brengen. Niet omdat zij nieuwsgierig wilde doordringen in een ondoorgrondelijk geheim, maar omdat zij het geloof in Christus wilde bewaren. Als Jezus slechts een verheven schepsel zou zijn, dan redt Hij ons niet werkelijk van binnenuit. Als de Geest slechts een kracht zou zijn, dan worden wij niet werkelijk in Gods eigen leven opgenomen. Daarom beleed het concilie van Nicea in 325 dat de Zoon “één in wezen” is met de Vader. Het concilie van Constantinopel in 381 beleed de Heilige Geest als “Heer en levendmaker”. Zo bewaakte de Kerk wat zij vanaf het begin had ontvangen: de Vader is God, de Zoon is God, de Heilige Geest is God; en toch zijn er geen drie goden, maar één God.
Het evangelie uit Johannes brengt ons bij het brandpunt: “Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn Eniggeboren Zoon heeft gegeven.” Hier zien wij de Drie-eenheid niet als schema, maar als heilsgeschiedenis. De Vader heeft lief. De Zoon wordt gegeven. De wereld wordt gered. God zendt zijn Zoon niet om de wereld te veroordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. Dat woord “wereld” is belangrijk. Johannes bedoelt daarmee niet een keurige, gelovige, dankbare wereld, maar de mensenwereld zoals zij is: gebroken, zoekend, vaak gesloten voor God. Juist die wereld heeft God lief.
Het geloof in de Drie-eenheid leert ons dus hoe God naar ons kijkt. Niet vanuit kille veroordeling, maar vanuit reddende liefde. Dat betekent niet dat geloof onbelangrijk is. Johannes zegt duidelijk: wie gelooft in de Zoon, ontvangt leven; wie zich afsluit voor Hem, blijft in het oordeel. Maar dat oordeel begint niet bij een God die graag straft. Het begint waar de mens het licht weigert dat hem wil redden. Christus is de gave van de Vader. Wie Hem ontvangt, ontvangt het leven van God zelf.
De Heilige Geest wordt in deze evangelielezing niet met name genoemd, maar Hij is niet afwezig. In hetzelfde hoofdstuk spreekt Jezus met Nikodemus over geboren worden uit water en Geest. Niemand kan werkelijk in Christus geloven zonder de werking van de Geest. De Geest opent het hart, wekt geloof, schenkt nieuw leven en maakt ons tot kinderen van de Vader. Wat van eeuwigheid in God is — liefde, gemeenschap, zelfgave — wordt door de Geest in ons begonnen.
Daarom is de Drie-eenheid ook praktisch. Wij zijn geschapen naar het beeld van een God die gemeenschap is. Een christelijk leven kan dus nooit alleen bestaan uit individuele vroomheid. Wie leeft vanuit de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, wordt geroepen tot verzoening, vrede, trouw en liefde. Paulus zegt het concreet: “Verheugt u, spoort elkaar aan, weest eensgezind, bewaart de vrede.” De leer van de Drie-eenheid krijgt handen en voeten in de parochie, in het gezin, in de manier waarop wij spreken, vergeven en opnieuw beginnen.
Elke keer dat wij het kruisteken maken, raken wij dit geheim aan: “In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.” Dat doen wij bij het begin van de Mis, bij het gebed, bij de zegen, bij momenten van vreugde en moeite. Het is een kleine beweging, maar met een grote inhoud. Wij plaatsen ons leven onder de Naam van God. Wij zeggen als het ware: Vader, ik kom van U; Heer Jezus, ik leef door uw genade; Heilige Geest, maak mij één met God en met mijn naasten.
Het hoogfeest van de heilige Drie-eenheid is daarom geen afsluiting van alle uitleg, maar een uitnodiging tot aanbidding. Zoals Mozes buigen wij voor de God die barmhartig en medelijdend is. Zoals Daniël zingen wij Gods lof. Zoals Paulus ontvangen wij de zegen van Christus, de liefde van de Vader en de gemeenschap van de Geest. En zoals Johannes verkondigt, mogen wij geloven dat God de wereld zo liefheeft, dat Hij zijn Zoon heeft gegeven.
Dit is het hart van ons geloof: God is liefde, en Hij houdt die liefde niet voor zichzelf. Hij komt naar ons toe, Hij redt ons in Christus, Hij woont in ons door de Heilige Geest, en Hij roept ons om te leven als mensen die uit die liefde geboren zijn.