Gedoopt worden: een nieuw leven met God
Een persoonlijke keuze voor Jezus
Je laten dopen is een van de mooiste en belangrijkste keuzes die je kunt maken. Bij de doop zeg je niet alleen: “Ik geloof dat God bestaat.” Je vertrouwt jezelf toe aan Jezus Christus. Je kiest ervoor om bij Hem te horen en Hem te volgen.
Misschien ben je als kind niet gedoopt. Dan kun je later zelf om het doopsel vragen. Je hoeft daarvoor niet alles van het geloof te weten. Geloven is een weg waarop je steeds meer leert. Het belangrijkste is dat je werkelijk naar Jezus verlangt en bereid bent je leven voor Hem te openen.
Jezus geeft zelf de opdracht
Na zijn verrijzenis zei Jezus tegen zijn apostelen:
“Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.”
(Matteüs 28,19)
De doop is dus geen menselijke gewoonte die de Kerk later heeft bedacht. Jezus heeft haar zelf aan zijn leerlingen opgedragen. Hij wil dat mensen uit alle landen en van alle leeftijden zijn leerlingen worden. De apostelen trokken daarom de wereld in, verkondigden het Evangelie en doopten degenen die in Christus gingen geloven.
Je zonden vergeven
Ieder mens maakt fouten en doet soms dingen die niet goed zijn. Zonde beschadigt onze relatie met God en met andere mensen. In het doopsel wast God onze zonden weg. Petrus zegt:
“Bekeert u en ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden.” (Handelingen 2,38)
Het water van de doop is een teken van reiniging, maar God doet werkelijk iets: Hij schenkt vergeving en maakt ons hart nieuw. Je mag opnieuw beginnen, niet alleen op eigen kracht, maar samen met Christus.
Je ontvangt nieuw leven
De apostel Paulus schrijft dat wij door de doop met Christus worden begraven en met Hem opstaan tot een nieuw leven (Romeinen 6,4). Het oude leven zonder God blijft achter. Er begint een leven waarin Jezus jouw Heer, Redder en Vriend mag zijn.
Dat betekent niet dat je daarna nooit meer twijfelt, zondigt of moeilijke momenten meemaakt. Wel betekent het dat je nooit meer alleen hoeft te zijn. Je behoort toe aan Christus. Hij blijft je roepen, vergeven en helpen om telkens weer op te staan.
Je wordt kind van God
In de doop ontvang je de Heilige Geest en word je een geliefd kind van de Vader. Paulus zegt:
“Gij allen die in Christus zijt gedoopt, hebt u met Christus bekleed.” (Galaten 3,27)
“Met Christus bekleed” betekent dat Hij je als het ware omgeeft. Je krijgt een nieuwe waardigheid die niemand je kan afnemen. Je leven krijgt richting: je bent geroepen om lief te hebben, te bidden, te vergeven en voor het goede te kiezen.
Je hoort bij Gods familie
Door de doop word je ook opgenomen in de Kerk, de wereldwijde familie van God. Daar ontvang je Gods Woord, leer je bidden en mag je later ook de andere sacramenten ontvangen.
De doop is daarom geen eindpunt, maar een begin. Jezus vraagt niet om een leven zonder fouten, maar om een hart dat Hem wil volgen. Wie zich laat dopen, zegt: “Heer Jezus, ik wil bij U horen. Leid mijn leven.” En Christus zegt: “Wees niet bang. Ik ben met je, alle dagen.”