Ter voorbereiding van de viering van dinsdag 29-06-2021

Ter voorbereiding van de viering van dinsdag 29-06-2021

Uit een preek van de heilige Augustinus, bisschop van Hippo († 430)

Deze martelaren hebben met eigen ogen gezien wat ze verkondigen

H. Augustinus

Deze dag is voor ons geheiligd door het martelaarschap van de heilige apostelen Petrus en Paulus. Wij spreken hier niet over een paar onbekende martelaren. ‘Hun geluid heeft zich over de gehele aarde verspreid, en hun woorden weerklonken tot aan de uiteinden der wereld’ (Rom. 10, 18b).

Deze martelaren hebben met eigen ogen gezien wat ze verkondigden. Gerechtigheid hebben zij nagestreefd door de waarheid te belijden, door te sterven omwille van de waarheid. De heilige Petrus, de eerste van de apostelen, die zo onstuimig Christus beminde, mocht horen: ‘Ik zeg u: gij zijt Petrus.’ Zelf had Petrus immers verklaard: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’ Waarop Christus geantwoord had: ‘En Ik zeg u: gij zijt Petrus en op deze rots zal Ik mijn kerk bouwen’ (Mt. 16, 16.18). Op deze rots zal Ik het geloof bouwen dat gij belijdt. Op uw woorden: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God’, zal Ik mijn kerk bouwen. Want gij zijt Petrus. De naam Petrus komt van petra (rots) en niet andersom. De naam Petrus komt van petra, zoals de naam christen van Christus komt.

De Heer Jezus heeft, zoals ge weet, vóór zijn lijden zijn leerlingen uitgekozen en Hij noemde hen apostelen. Bijna altijd kreeg Petrus als enige van de apostelen het recht de hele kerk in zijn persoon te vertegenwoordigen. Daarom mocht hij deze woorden horen: ‘Ik geef u de sleutels van het rijk der hemelen’ (Mt. 16, 19). Het is immers niet één mens die deze sleutels ontving: het was de ene kerk. Zo wordt de voorrang van Petrus, omdat hij de algemene en ene kerk vertegenwoordigt, bekendgemaakt, wanneer hem gezegd wordt: ‘Aan u geef Ik de sleutels’, die in feite aan allen gegeven worden. Want wilt gij weten dat de kerk de sleutels van het rijk der hemelen heeft ontvangen, luistert dan naar de woorden die de Heer elders tot alle apostelen gesproken heeft: ‘Ontvangt de heilige Geest. Aan wie gij de zonden vergeeft, hun zijn ze vergeven en aan wie gij de zonden niet vergeeft, hun zijn ze niet vergeven’ (Joh. 20, 22-23).

Met recht ook vertrouwde de Heer, na zijn verrijzenis, aan Petrus zelf zijn schapen toe om ze te weiden. Hij was nochtans niet de enige van de leerlingen die de schapen van de Heer mocht hoeden. Maar als Christus tot één persoon spreekt, beklemtoont Hij de eenheid. Tot Petrus richtte Hij zich vóór alle anderen, omdat Petrus de eerste is van de apostelen. Word niet bedroefd (vgl. Joh. 21, 17), apostel, antwoord éénmaal, antwoord nogmaals, antwoord een derde maal. Driemaal moge uw belijdenis door liefde overwinnen, want driemaal is uw overmoedigheid door vrees overwonnen. Driemaal moet ontbonden worden wat gij driemaal gebonden hebt. Ontbind door de liefde wat gij door vrees gebonden hebt. En toch heeft de Heer driemaal achtereen zijn schapen aan Petrus toevertrouwd.

Op één dag herdenkt de kerk de marteldood van twee apostelen. Maar deze twee waren één; ook al stierven zij niet op dezelfde dag, toch waren zij één. Petrus is voorgegaan, Paulus is gevolgd. Wij vieren een feestdag die voor ons geheiligd is door het bloed van deze apostelen. Laat ons hun geloof, hun leven, hun inspanning, hun lijden, hun belijdenis en hun verkondiging ter harte nemen.