Sacramentsdag: Christus geeft Zichzelf

Sacramentsdag: Christus geeft Zichzelf

Op Sacramentsdag vieren wij een groot geheim van ons geloof: Jezus Christus blijft niet op afstand. Hij geeft ons niet alleen wijze woorden, goede raad of een mooi voorbeeld om na te volgen. Hij geeft Zichzelf. In de heilige Eucharistie komt Hij tot ons als het levende Brood uit de hemel: voedsel voor onderweg, bron van eenheid en belofte van eeuwig leven.

Dat klinkt misschien groot, bijna te groot. En toch is het tegelijk heel eenvoudig. Wij kennen allemaal honger. Niet alleen de honger van ons lichaam, maar ook de honger van ons hart. Wij verlangen naar liefde, vrede, richting, vergeving, kracht, verbondenheid. Wij willen leven, echt leven. En juist daar komt Christus ons tegemoet. Hij zegt niet alleen: “Ik zal je de weg wijzen.” Hij zegt: “Ik ben het Brood. Ik geef Mijzelf aan jou.”

Voedsel voor onderweg

In de eerste lezing uit Deuteronomium kijkt Mozes met het volk terug op de tocht door de woestijn. Veertig jaar lang zijn zij onderweg geweest. Zij hebben honger gekend, dorst, onzekerheid, gevaar en vermoeidheid. Maar God heeft hen niet losgelaten. Hij gaf manna in de woestijn, voedsel dat zij niet kenden, maar waardoor zij konden voortgaan.

Dat manna was meer dan gewoon eten. Het was een teken: God zorgt voor zijn volk. Ook wanneer de weg lang is. Ook wanneer mensen niet meer weten hoe het verder moet. Ook wanneer het landschap dor en leeg lijkt. Mozes zegt erbij: de mens leeft niet van brood alleen, maar van alles wat uit de mond van de Heer komt.

Daarin herkennen wij iets van ons eigen leven. Wij hebben allemaal voedsel nodig, werk, gezondheid, rust, veiligheid. Maar daarmee is ons hart nog niet verzadigd. Een mens kan alles hebben en toch leeg zijn. Een mens kan druk bezig zijn, agenda vol, telefoon vol berichten, hoofd vol plannen, en toch diep vanbinnen dorst hebben naar zin, liefde en vrede.

Sacramentsdag zegt ons: God kent die honger. Hij laat ons niet alleen door de woestijn gaan. In de Eucharistie geeft Christus Zichzelf als voedsel voor onderweg. Niet als een beloning voor mensen die al volmaakt zijn, maar als kracht voor mensen die onderweg zijn. Wij komen naar de Mis met ons geloof, maar ook met onze vragen. Met onze dankbaarheid, maar ook met onze zorgen. Met ons verlangen om goed te leven, maar ook met onze zwakheid. En Christus zegt: “Kom. Ontvang Mij. Leef uit Mij.”

Het levende Brood uit de hemel

In het evangelie spreekt Jezus heel duidelijk: “Ik ben het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald.” Hij zegt niet: “Ik geef jullie iets dat op brood lijkt.” Hij zegt: “Het Brood dat Ik zal geven, is mijn Vlees voor het leven van de wereld.”

Voor zijn toehoorders was dat moeilijk. Zij begonnen te discussiëren: hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven? Ook vandaag kan de Eucharistie vragen oproepen. Hoe kan Christus werkelijk aanwezig zijn onder de gedaanten van brood en wijn? Hoe kan zoiets eenvoudigs zo heilig zijn?

Het antwoord ligt niet in wat wij met onze ogen zien, maar in wie Jezus is. Hij is de Zoon van God. Zijn woord is betrouwbaar. Bij de schepping sprak God en het werd. Jezus sprak tot zieken en zij werden genezen. Hij sprak tot de storm en het werd stil. Hij sprak bij het graf van Lazarus en de dode kwam naar buiten. Als Jezus bij het Laatste Avondmaal zegt: “Dit is mijn Lichaam” en “Dit is mijn Bloed”, dan doet zijn woord wat het zegt.

Daarom knielen wij voor de Eucharistie. Daarom bewaren wij het Allerheiligste Sacrament met eerbied in het tabernakel. Daarom vieren wij Sacramentsdag met dankbaarheid en vreugde. Wij aanbidden geen symbool. Wij eren Christus zelf, verborgen aanwezig, nederig en dichtbij.

Bron van eenheid

De tweede lezing uit de Eerste brief aan de Korintiërs voegt daar iets belangrijks aan toe. Paulus zegt: omdat het Brood één is, vormen wij, de velen, één Lichaam. Wij ontvangen niet allemaal “ons eigen privé-geloof”. Wij ontvangen dezelfde Heer. En juist daardoor worden wij aan elkaar gegeven als broeders en zusters.

Dat is een sterke boodschap. Wij leven in een tijd waarin mensen gemakkelijk langs elkaar heen leven. Ieder heeft zijn eigen mening, eigen scherm, eigen zorgen, eigen kring. Ook in de kerk kunnen verschillen zichtbaar zijn: jong en oud, vertrouwd en nieuw, mensen die stevig geloven en mensen die zoekend zijn, mensen met verschillende achtergronden en karakters.

Maar aan de tafel van de Heer worden wij niet verzameld omdat wij elkaar zelf hebben uitgekozen. Christus roept ons samen. Hij maakt van velen één Lichaam. Dat betekent niet dat alle verschillen verdwijnen. Het betekent wel dat er iets diepers is dan onze verschillen: wij delen in dezelfde Heer.

Wie de Communie ontvangt, zegt daarmee niet alleen “ja” tegen Christus, maar ook “ja” tegen zijn Lichaam, de Kerk. Wij kunnen niet Christus ontvangen en tegelijk onverschillig blijven voor elkaar. De Eucharistie nodigt ons uit om mensen van gemeenschap te worden: vergevingsgezind, geduldig, gastvrij, bereid om te dienen.

Soms begint dat klein. Een vriendelijk woord na de Mis. Een telefoontje naar iemand die alleen is. Een helpende hand in de parochie. Niet meteen oordelen over iemand die anders denkt. De Eucharistie wil doorwerken in ons gewone leven. Christus geeft Zichzelf aan ons, opdat wij leren onszelf te geven.

Belofte van eeuwig leven

Jezus gaat in het evangelie nog verder: “Wie mijn Vlees eet en mijn Bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.” De Eucharistie is dus niet alleen kracht voor vandaag. Zij draagt ook de belofte van de toekomst in zich.

Wij leven niet naar een doodlopende weg toe. Ons bestaan is niet alleen geboren worden, werken, ouder worden en verdwijnen. Christus heeft de dood overwonnen. In de Eucharistie ontvangen wij Hem die gestorven en verrezen is. Wij ontvangen het leven dat sterker is dan de dood.

Dat maakt ons niet wereldvreemd. Integendeel. Wie leeft vanuit de belofte van eeuwig leven, kan juist moediger leven hier en nu. Wij hoeven niet krampachtig alles uit dit leven te halen alsof dit het enige is. Wij mogen dankbaar genieten, trouw zijn in het kleine, goed doen zonder meteen applaus te verwachten, volhouden in moeilijke tijden. Ons leven is geborgen in Christus.

Kom en ontvang

Sacramentsdag is daarom een feest van diepe vreugde. Christus blijft bij zijn Kerk. Hij voedt ons. Hij verenigt ons. Hij belooft ons leven zonder einde.

Laten wij de Eucharistie nooit gewoon gaan vinden. Iedere Mis is een ontmoeting met de levende Heer. Iedere Communie is een geschenk dat wij niet kunnen verdienen, maar wel met liefde mogen ontvangen. Iedere aanbidding voor het tabernakel is een moment om stil te worden bij Hem die ons kent en ons bemint.

Christus geeft Zichzelf als levend Brood uit de hemel. Voedsel voor onderweg. Bron van eenheid. Belofte van eeuwig leven. Laten wij Hem ontvangen met geloof, met dankbaarheid en met een hart dat bereid is om door Hem veranderd te worden.