Preek op zaterdag 16-05-2026, 7e zondag van Pasen, Pastoor Frank Domen

Preek op zaterdag 16-05-2026, 7e zondag van Pasen, Pastoor Frank Domen

Openingswoord

Broeders en zusters, welkom. Op deze zevende zondag van Pasen staan wij met de apostelen in de tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren. Jezus is wel opgenomen bij de hemelse Vader, maar Hij wil zijn Kerk niet alleen achterlaten. In afwachting van de komst van de Helper blijven de leerlingen in de bovenzaal eensgezind bidden, samen met Moeder Maria.

Zo mogen ook wij hier samenkomen: niet als losse mensen naast elkaar, maar als één gemeenschap, één Kerkfamilie, rond de verrezen Heer.

Wij vragen God, dat Hij ons bewaart in de Naam van Jezus Christus; dat wij allen één mogen zijn en Hem verheerlijken in alles wat wij doen.

Bidden wij nu om vergeving voor de zonden, die in ons eigen leven de eenheid met God en medemens hebben verstoord.

Openingsgebed

Laat ons bidden. God, heilige Vader, niemand heeft U ooit gezien, maar uw Zoon heeft ons uw liefde leren kennen. Hij is de Heiland van de wereld. Wij vragen U: bewaar ons in zijn Naam; dat wij één mogen zijn en U verheerlijken bij alles wat wij doen. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon …

Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst

Preek

Jezus bidt voor ons

Broeders en zusters, vandaag horen wij Jezus Christus bidden. Niet zomaar een gebed tussendoor, maar een gebed vlak vóórdat Hij zijn lijden binnengaat. Hij slaat zijn ogen ten hemel en spreekt met de Vader over ons.

Wij bidden vooral tot Jezus Christus, vragen Hem om hulp, zoeken Hem in de Heilige Eucharistie, maar vandaag vertelt het Evangelie ons, dat Jezus ook voor ons bidt. Hij zegt tot God: “Ik bid voor hen.” Wij zijn dus niet alleen mensen, die zelf proberen – hopend op hemelse succes – gelovig te zijn; wij zijn mensen voor wie Jezus Christus zelf ten beste spreekt bij de hemelse Vader.

Wij vragen mensen weleens: wil je voor me bidden? Dat is heel goed, maar ook Jezus Christus bidt dus voor ons.

Dat geeft rust en moed. Wij hoeven het geloof niet te dragen alsof alles alleen op onze schouders ligt. Jezus Christus kent zijn leerlingen. Hij weet, dat zij strakjes angstig zullen zijn, elkaar zullen nodig hebben, dat zij in de wereld blijven, terwijl Hij naar de Vader gaat. En toch noemt Hij hen mensen, die aan de Vader toebehoren. Zo kijkt Hij naar ons. Midden in het gewone leven, met onze goede bedoelingen en onze zwakke momenten, zegt Hij: zij horen bij U, Vader.

Wij zijn in de wereld

Jezus Christus zegt: “Ik ben niet langer in de wereld, maar zij zijn in de wereld.” Wij leven niet in een klooster achter gesloten muren, ook niet in een beschermde geloofsbubbel. Wij leven tussen school, werk, gezin, sportclub, sociale media, buren, nieuwsberichten en verwachtingen van anderen. Wij horen gesprekken waarin geloof soms vreemd gevonden wordt. Wij merken dat bidden, naar de kerk gaan of kiezen voor vergeving niet vanzelfsprekend is.

Die wereld komt soms hard bij ons binnen. De al vier jaar durende oorlog tussen Rusland en Oekraïne, het geweld en de angst in het Midden-Oosten, mensen die huis en land verliezen, de terreur in sommige Afrikaanse landen.

Dichterbij horen we vaker over spanningen rond de komst van AZC’s: zorgen van bewoners, onzekerheid, boosheid, maar ook mensen, die bescherming zoeken en niet weten waar zij terechtkunnen.

Ook daar klinkt het gebed van Jezus Christus: “Ik bid voor hen.” Hij leert ons bidden zonder haat, spreken zonder mensen weg te zetten, ook luisteren zonder naïef te worden, en zoeken naar vrede, die begint bij een menselijk gezicht.

Petrus zegt: als wij om de Naam van Jezus Christus iets te dragen hebben, hoeven wij ons niet te schamen. Dat betekent niet, dat wij ruzie moeten zoeken. Het betekent wel, dat wij rustig mogen blijven staan voor wat goed is.

Een jongere, die niet meedoet aan pesten in een groepsapp, ook al kost dat likes of status, laat iets zien van Jezus Christus. Een volwassene, die op het werk eerlijk blijft, ook wanneer een leugentje voordeel oplevert, verheerlijkt God met de Naam van christen. Daar krijgt het geloof vlees en bloed.

Wij behoren aan God toe

Jezus zegt: “Al het mijne is van U en het uwe van Mij.” Dat klinkt als de diepe eenheid tussen de Vader en de Zoon, maar Jezus Christus trekt ons daarin mee. Hij spreekt over mensen, die Hem gegeven zijn door de Vader. Ons leven is dus niet van onszelf. Wij zijn niet gemaakt om onszelf eindeloos te bewijzen. Wij behoren aan God toe, en dat maakt ons niet kleiner, maar vrijer.

Wie aan God toebehoort, hoeft minder vanuit angst te leven. Natuurlijk blijven er zorgen, taken en verantwoordelijkheden. Maar diep vanbinnen mag er een andere stem klinken: ik ben van God de Vader, Jezus Christus bidt voor mij, en de Heilige Geest woont in mij.

Die zekerheid maakt een mens niet lui, maar juist dienstbaar. Wij kijken anders kijken naar mensen om ons heen: niet als concurrenten of toevallige voorbijgangers, maar als mensen, die ook door God gewild zijn.

In de Heilige Eucharistie wordt dat heel concreet. Wij luisteren niet alleen naar mooie woorden. Wij worden gevoed door Jezus Christus zelf. Hij, die voor ons bidt, geeft zich aan ons. Hij, die naar de hemelse Vader gaat, komt tot ons in de Heilige Communie. Zo worden wij vanbinnen sterker gemaakt om goede christenen te zijn.

Naar Pinksteren toe

Wij staan tussen Hemelvaart en Pinksteren. De leerlingen blijven achter, maar worden niet als wezen achtergelaten. Jezus Christus heeft beloofd: Ik ga en Ik kom naar u toe. De Heilige Geest is geen luxe voor supergelovigen, maar Gods adem voor ook gewone leerlingen. Wij hebben die Heilige Geest nodig om niet te verflauwen, om waar nodig opnieuw te kunnen beginnen, om de vrede te bewaren, moed te krijgen voor een goed woord op het juiste moment.

Pinksteren begint niet pas wanneer wij iets voelen. Het begint waar wij ons openen. Zoals de apostelen met Moeder Maria eensgezind bleven bidden, zo mogen wij in deze dagen bidden om vuur, helderheid en liefde. Niet om anderen te overschreeuwen, maar om mensen te worden door wie Jezus Christus zichtbaar wordt. Hij zegt zelfs: “In hen ben Ik verheerlijkt.” Dat betekent, dat zijn heerlijkheid niet alleen straalt in de hemel, maar ook zichtbaar wordt in ons leven: in trouw, vergeving, eenvoud, eerlijkheid, zorg voor wie kwetsbaar is, en in vreugde die niet afhankelijk is van applaus.

Christus wordt in ons verheerlijkt

Dat is een hoge roeping, maar geen kille opdracht. Jezus begint niet met een lijst eisen; Hij begint met gebed. Hij legt ons in de handen van zijn en onze hemelse Vader. Hij weet, dat wij in de wereld zijn, en Hij bidt, dat wij bij God bewaard blijven. Daarom mogen wij met vertrouwen verdergaan. Niet krampachtig en somber, niet als mensen, die het laatste restje geloof moeten verdedigen, maar als leerlingen, die gedragen worden door het gebed van de Heer zelf.

Laten wij deze week leven als mensen voor wie Jezus Christus bidt. Wanneer wij bidden, mogen wij ons aansluiten bij zijn gebed. Wanneer wij de Heilige Communie ontvangen, beseffen wij, dat Hij niet op afstand staat. Wanneer wij straks Pinksteren vieren, mogen wij verlangen naar de Heilige Geest, die ons vuriger, vrijer en liefdevoller maakt.

Jezus Christus is naar de hemelse Vader gegaan, maar wij zijn hem niet kwijtgeraakt. Wij zijn wel in de wereld, maar wij behoren aan God toe. En in dit gewone leven van vandaag kan Christus in ons verheerlijkt worden. Amen.